De brand

“Wil jij ook brood bij je omelet?” wilde Teun weten.
“Nee, alleen ei is voldoende!”
Teun liep het kantoor uit richting de keuken. Terwijl Teun bezig was, pakte Oscar de afstandsbediening om te kijken of er op dit nachtelijke tijdstip nog iets leuks op TV was. Soms was hij ’s nachts erg druk en soms had hij het geluk dat alle bewoners sliepen en er niets te doen was. Hij zapte wat langs de verschillende zender en net toen hij de conclusie had getrokken dat er helemaal niks zinnigs te zien was, ging het brandalarm.
Oscar sprong op en rende richting de brandmeldinstallatie.  Teun kwam ook de keuken uitrennen.
“Geen vlam in de pan dus,” concludeerde Oscar gevat.
“Nee, dan had ik hier niet gestaan, wijsneus! Waar is er brand?”
“Op de 2e verdieping!”
“Vast een vals alarm! Iemand die een dikke sigaar zit te roken onder de rookmelder.”
“Daar komen we zo vanzelf achter!”

Samen rende ze twee trappen op. Bovengekomen zagen ze, wat verderop in de gang, een rood lampje branden. Er kwam nog geen rook onder de deur door, wat hen hoop gaf. Oscar deed de deurprocedure, zoals hij ‘m geleerd, had en knielde naast de deur.
“Sjonnie, ben je daar?” Er kwam geen reactie. Teun, die iets verder in de gang stond, riep nu ook.
“Ik ga de deur openen!” riep Oscar en terwijl hij laag bleef om te voorkomen dat de vlammen in zijn gezicht kwamen, opende hij langzaam de deur. Er kwamen geen vlammen, maar ook Adnan kwam niet naar buiten. Voorzichtig kwam Oscar iets naar voren en keek om de hoek van de deur.

Daar stond Adnan. Hij had een stoelpoot in zijn handen. Toen hij het hoofd van Oscar zag, bracht hij de stoelpoot boven zijn hoofd.
“Als je een stap dichterbij komt sla ik je helemaal dood!” riep hij. Achter Adnan stonden de gordijnen al in lichte laaien. Een kastje leek te roken. Zwarte rook kroop langs het plafond.
“Kom hier Adnan! Je verbrand levend!” riep Teun die er nu ook bij was gekomen.
“Alsof jou dat boeit lul!’ schreeuwde Adnan. Oscar en Teun keken elkaar aan. Intussen had het kastje ook vlam gevat.
“Er zit niets anders op!” concludeerde Oscar en trok de deur van het appartement dicht.
“Oké, als jij deze gang doet, begin ik aan de andere kant van het trappenhuis!” zei Teun. Hij rende naar de andere kant van de gang. Er stonden al enkele mensen in de gang te kijken. Deze werden naar beneden gestuurd. Kamer voor kamer gingen ze daarna de mensen die nog lagen te slapen, uit bed halen. Een paar bewoners lagen in een diepe slaap, maar niet veel later liep Oscar als laatste de deur uit, de weg over naar de verzamelplaats. Plots schreeuwde een van de bewoners en wees naar boven. De vlammen kwamen al door het dak heen. In de dakgoot, voor zijn brandende kamer zagen ze Adnan staan. Er werd geschreeuwd. In de verte hoorde ze de sirenes dichterbij komen. Op dat moment sprong Adnan naar beneden, bovenop de motorkap van de auto van Teun. Ontzet rende hij naar zijn auto.
“Bel 112!” schreeuwde hij.

2 reacties op “De brand”

  1. Heftig verhaal, maar was het niet beter geweest om eerder het alarmnummer te bellen?

    1. Ja, zeker. Belangrijk is ook dat je weet of je brandmeldinstallatie een doorschakeling heeft met de meldkamer. Wat ik in het verhaal zelf een dilemma vond wat dat eigen veiligheid eerst stuk. Stel nu dat de mannen wel naar binnen waren gegaan?

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder