Zorgen

Kan jij misschien jouw oma eten geven?
Ik was op bezoek bij mijn oma in het verpleeghuis. Oma was dement. Ze wist, was ik van overtuigd, niet meer wie ik was. Ik pakte haar hand en streelde die voorzichtig. Ze tilde mijn hand langzaam op en begon er aan te likken. Met mijn andere hand probeerde de lepel vast te houden en haar wat eten te geven. Het voelde vreemd om de vrouw, in wiens huis ik geboren was, nu eten te mogen geven.

Ik was het enige familielid dat aan tafel zat. Onder tussen was een verpleegkundige enorm druk om de andere bewoners aan tafel te helpen. Ik had echt met haar te doen, eigenlijk was het belachelijk, zo druk als zij was. Ze deelde de pillen, hielp mensen met eten en voorkwam dan een van de bewoners zou stikken in zijn eten. Oma at goed, maar nog voordat het bord helemaal leeg was viel ze in slaap. Ik keek om mij heen, er waren meer bewoners die toe waren aan hun slaap. De verpleegkundige die nog steeds met dezelfde bewoner bezig was keek mij vragend aan.

“Zou jij mij kunnen helpen?”
“Dat ligt er aan, wat je vraagt.”
“Zou jij de man naast jou even kunnen helpen? Het is belangrijk dat hij wel voldoende eet.” Ik draaide mij om en zag een oude man voorover hangend, over een plankje, in zijn stoel zitten.
“Hij slaapt!” zei ik.
“Ja, dat klopt maar het wel goed als hij nog iets kan eten.” Ik had niet veel zin om op mijn vrije dag de verpleegkundige uit te hangen. Ik kwam voor mijn oma en niet voor de buurman.
“Je zou me enorm helpen!” zei de verpleegkundige. Ik wist hoe druk je het kon hebben in dit vak, helemaal als je er alleen voor stond. Ik draaide mij nog een keer om en probeerde het oude baasje wakker te maken. Wat nog niet zo eenvoudig was. Het mannetje keek mij wat wazig aan. Hij had geen idee wie ik was. Ik had wat van zijn prakkie op een lepel geschept. Ik bracht de lepel naar zijn mond maar hij hield z’n mond stijf dicht en trok er een vies gezicht bij.
“Ik snap het wel, uw eten ziet er natuurlijk ook niet heel smakelijk uit, maar misschien toch goed dat u wat eet?” De man gaf geen reactie. Hij kneep zijn ogen dicht en hield de kaken stijf op elkaar.
“Ik denk niet dat het wat wordt!” wilde ik zeggen tegen de verpleegkundige maar zag dat ze net met iemand in een rolstoel de kamer uitreed.
“Oké, óók fraai!” mompelde ik en legde de lepel terug op het bord. De oude man deed direct z’n ogen weer open. Hij had tranen in zijn ogen, maar zei niets. Je zal hier ook maar zitten, bedacht ik mij. Je hebt de oorlog meegemaakt, het bombardement op Rotterdam, je hebt ons land opgebouwd en dan eindig te hier, moet je wachten op je beurt en dan krijg je eten voorgeschoteld dat in de verte nog het meeste lijkt op bloembollenprut. Ik bedacht mij dat ik niet in de schoenen van deze verpleegkundige had willen staan. Ook ik draaide wel diensten alleen, maar ’s nachts en met een beetje geluk sliepen mijn bewoners dan.

Ik voelde me niet zo vrij om zelf Oma maar naar haar kamer te brengen. Ik bleef maar zitten in de eetkamer, totdat er iemand terugkwam. Ondertussen was ik de enige die niet sliep, om mij heen een vrij klinisch witte ruimte, met hier en daar een goedkoop schilderijtje aan de muur. De luxaflex maakte het helemaal af. Heel veel meer sfeer kon ik niet ontdekken.
“Ben je er nog?”  De verpleegkundige was teruggekomen om een andere bewoner op te halen voor een middagdutje.
“Ik wilde m’n oma niet alleen laten!”
“Ik zal haar wel naar bed brengen, of misschien wil jij dat wel doen?”
“Uhh, nee dank je wel! Ik denk dat ik maar ga.” Ik wilde opstaan maar Oma pakte mijn hand en legde mij handpalm op haar wang. Ze had amper kracht maar legde mijn hand toch met enige druk tegen aan wang. De verpleegkundige keek mij glimlachend aan. “Ik denk dat jij nog niet weg kan gaan.” Ik pakte oma’s hand en keek haar aan. Ze knikte.

Ik legde haar hand op de leuning van de rolstoel en stond op. Door een lange, klinisch witte gang, reed ik haar naar haar twee persoonskamer. Het gordijn tussen het andere bed was gesloten. De kamer was net als de gang, dodelijk saai. Met een pedaal achter het bed trapje ik het bed iets omhoog. Ik sloeg de deken naar achteren en ging voor mijn oma staan, die geduldig in de rolstoel was blijven zitten. Ik plaatste mijn voeten tegen haar voeten, om te voorkomen dat ze zou uitglijden. Met mijn armen ging ik onder haar oksels en tilde haar heel langzaam overeind. Nadat ik haar enigszins overeind had probeerde ik haar te draaien zodat ze op de rand van het bed zou kwam te zitten. Ze zakte iets voor over. Mijn linkervoet stond nog steeds tegen haar voet, zodat ze niet van de matras af kon glijden. Met mijn rechterhand rolde ik de rolstoel iets naar achteren. Ik zakte iets  m’n knieën en schoof met m’n rechterarm onder haar knieën. Ik realiseerde me nu pas dat ze bijna niets woog. Ik tilde haar wat hogerop in haar bed, schikte de kussens en deed de deken iets verder over haar heen. Ik streelde haar nog even door haar dunne, grijze haren. Ze keek me nog even aan en sloot daarna haar ogen.

Daily writing prompt
Describe a random encounter with a stranger that stuck out positively to you.

20 responses to “Zorgen”

  1. Ik hoop dat ik dit nooit hoef mee te maken en ook niemand toe wens. Maar chapeau voor de mensen in de zorg!!

    1. Mijn beide ouders zijn inmiddels overleden. Het verhaal gaat over mijn oma maar ook met mijn vader heb ik vergelijkbare ervaringen. Ik hoop dit ook nooit zelf mee te maken.

  2. Dit verhaal doet me aan mijn moeder denken. Tot haar honderdste woonde ze zelfstandig. Plots ging het mis. Het werd geen zacht thuis inslapen zoals we hadden gehoopt. In het ziekenhuis lapte men haar op en daarna moest ze naar een rusthuis. Totaal ontredderd en in de war. Het werden nog zeven loodzware weken voor haar, mijn zussen en mezelf. We hadden zo goed zorg voor haar gedragen en moesten het nu uit handen geven. Het liep allemaal vierkant door het personeelstekort. Ik was meer daar dan thuis om te helpen en te zorgen. Aan het rusthuis heb ik nare herinneringen. Ook aan haar doodsstrijd. Haar laatste twee nachten heb ik dicht tegen haar in het smalle bedje gewaakt, getroost en gesust. We hadden beide COVID, dus het mocht. Sowieso was men heel blij dat we er altijd waren om ons moeder bij te staan en het werk voor hen te verlichten. Ik begrijp nu ook goed de onmacht van zoveel verpleegkundigen.

    1. Honderd jaar oud, dat is een respectabele leeftijd. Ik kan mij voorstellen dat je enorm zware weken geweest moeten zijn. Verpleegkundige hebben het inderdaad zwaar.

      1. Ik was een moederskind en zeer aan haar gehecht. Voor al haar kinderen was ze de beste moeder. De uitzonderlijk hoge leeftijd die zij mocht bereiken, haar positivisme, dankbaarheid en tevredenheid brachten mij veel troost. Ze was een steun en toeverlaat voor zoveel mensen. Voor zieken, eenzamen, en hulpbehoevenden stond ze altijd klaar met raad en daad.

      2. Dat zijn mooie herinneringen! Wat zal je haar dan missen.

  3. Mijn grootouder zijn gelukkig thuis kunnen blijven en ik hoop hetzelfde te kunnen doen voor mijn ouders.
    Mooi geschreven.

    1. Dank je Cindy! Ik hoopte ook dat mijn ouders thuis konden blijven. Mijn moeder is veel te jong overleden en heeft nooit in een verpleeghuis gewoond. Mijn vader wel en ook hij was een nummer. De verpleegkundige werken zich helemaal kapot, maar ze zijn, net als de verpleegkundige uit het verhaal, vaak alleen. Er is te weinig personeel en wij hebben de menselijkheid uit de zorg gesloopt. Mijn oma, over wie het verhaal gaat, was een socialiste van het eerste uur, een enorm lieve vrouw, over wie ik al eerder heb geschreven. Zij was een enorm sterke vrouw, die in de Tweede Wereld oorlog naar het Feyenoord stadion ging om haar man daar weg te halen die door de Duitsers bij een razzia was opgepakt. Zij had haar leven lang niet gerookt en geen druppel alcohol gedronken en op het eind van haar leven zat ze elke dag in een rookkamer en kreeg ze op vrijdag een advocaatje naar binnen gelepeld. Ik ben zelf nu bijna 35 jaar werkzaam in de zorg, Ook ik ben opgeleid als verpleegkundige maar nu al weer heel lang werkzaam als arbeidsomstandigheden adviseur. Ik houd mij bezig met de werkdruk, de werkstress, met het werk dat mijn collega’s doen. Zij hebben het enorm zwaar.

  4. Mijn moeder heeft in een home gewerkt, dus ik ken de werkdruk. Kan dat je besloten hebt het probleem bij de kern aan te pakken. Al ben ik er van overtuigd dat onze cultuur ook een deel van de oorzaak is. We proppen ons leven zo vol dat er geen ruimte meer over is om te zorgen voor onze ouders. Het hoort bij het leven, maar sommigen vergeten day.

    1. Ik ben het zeker met je eens dat onze cultuur, of hoe wij daar tegen aan kijken, van invloed heeft. In het verhaal “Less is more” schrijf ik daar iets over. In onze maatschappij is stil stand achteruitgang, wij willen, moeten, altijd maar meer. Wij werken ons zelf, met z’n allen over de kop en daardoor vergeten wij de echt belangrijke zaken in ons leven.

  5. Dat kon ik niet mooier zeggen.
    ‘Less is more’, dat zegt me iets. Heb je linkje naar je boek?

  6. Op het verlanglijstje gezet. Onderwerp dat mij mateloos boeit

    1. Mij ook omdat ik er echt van overtuigd ben dat het streven naar meer, meer, meer een weeffout is in ons DNA. Wij zouden enorm veel dingen oplossen als wij zouden accepteren dat er grenzen zitten aan economische groei.

  7. Ik lees hierboven dat engelen bestaan.

    1. Of het engelen zijn, er zijn zeker mensen keihard hun best doen en wat mij betreft ….. dit was mijn allerliefste oma op het eind van haar leven.

  8. wat een ellende om zo oud te worden. Met recht zorgen om de zorg etc. Ik ga steeds meer denken aan die ene pil als het zo ver is. ik wil niet tot last zijn. pfff

    1. Ja, als dit het is, dan kan je iets meer begrip op brengen voor de mensen achter dat ‘voltooid leven’. Overigens denk ik niet dat mijn oma destijds nog het idee had dat zij tot last was. Ik debk dat het ongemak op dat moment meer bij ons zat. Ik vind echt dat wij onze zorg anders moeten organiseren, meer de menselijke maat.

      1. dat klopt wel dat ze het zelf niet weten tot last te zijn dat kunnen we alleen zeggen als we goed bij geest zijn…als het zo ver komt dan weet ik nog niet hoe het allemaal gaat.

  9. […] was de werkdruk in de zorg enorm hoog. Toen ik net als verpleegkundige was opgeleid, bezocht ik mijn oma. Een verpleegkundige vroeg mij of ik haar wilde helpen met eten. Ik weet uit ervaring dat […]

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder