Het blauwe licht

Het was nog vroeg in de ochtend, de zon kwam net boven de horizon, toen Elias wakker werd. Hij draaide zich nog even om, maar het lukte niet om weer in slaap te vallen. Hij was erg moe, had ook slecht geslapen, voortdurend alert om te horen of er iemand de grot in kwam. Op handen en voeten kroop hij naar  de uitgang van de grot. Hij keek het pad af waarheen de mannen gisteren waren verdwenen, maar zag niemand. Ook op het pad naar beneden zag hij geen mensen. Hij besloot nog even te wachten, maar dan wel verder te gaan. Hij moest ook wat eten. Hij had twee dagen niet gegeten en had honger. Hij opende z’n rugzak en haalde de fles water er uit en een paar oude boterhammen. Hij liep terug naar de rand van de grot en ging zo zitten dat hij alles in de gaten kon houden. Hij had er geen vertrouwen in dat de mannen niet terug zouden komen. Nadat hij zijn laatste boterhamnaar binnen had gewerkt besloot hij verder te trekken. Hij kon niet in de grot blijven. Hij stopte de fles weer in de rugzak, deed z’n jas aan en ging op weg, verder omhoog. Nu pas drong het tot hem door hoe hoog hij al was gekomen en tegelijkertijd hoe diep de afgrond onder hem was.

Voortdurend was hij op z’n hoede. Hij wilde voorkomen dat hij de mannen nogmaals tegenkwam, maar wat als de mannen gelijk hadden, wat als hij die Sylphirex plots tegen zou komen? Voetje voor voetje schoof Elias over de richel tot hij op een plateau kwam, vanwaar hij de gehele omgeving goed kon zien. De grond was niet geheel vlak maar groot genoeg om uit te rusten. Het plateau werd omringt door een ring van scherpe rotsen. In het midden bevond zich een klein meertje met borrelend water, omgeven door zwart grind, glinsterend in het zachte licht van de ondergaande zon.

De lucht was ijl en doordrenkt met een zweem van zwavel , waar Elias misselijk van werd. Er stak een zachte bries op. Aan de rand van het meertje lag een diep, donker gat. Af en toe steeg er een zachte wolk van damp op.

De horizon strekte zich uit in alle richtingen, Elias kon in de verte de contouren de bergen en bossen zien. De stilte was indringend, en alleen het zachte gefluister van de wind en het knisperen van het grind onder zijn voeten doorbraken de stilte. Elias onderwierp alles wat hij tegenkwam aan een grondig onderzoek. Hij wilde er zeker van zijn dat hij alleen was en niet plotseling verrast zou worden. Nadat hij zeker wist dat er niemand anders was, ging hij aan de rand van het plateau zitten waar hij goed over de omgeving kon kijken.

Terwijl Elias daar zat begon hij te mijmeren over de reis die hem hier had gebracht. De herinneringen aan thuis, waar hij weg moest, waar hij zich altijd moest bewijzen, waar hij moest laten zien dat hij meer was, dat hij meer kon, dan dat anderen dachten. Hij dacht terugdenken aan de lange, eenzame, tochten door dichte bossen, de gevaarlijke beklimming langs de ladder. Hij dacht aan de vrouw en het kind, het steile bergpad en de ontmoeting met de twee vreemde mannen, alles kwam in golven terug.

Plotseling werd zijn aandacht getrokken door een felle blauwe flits aan de hemel.  Elias tuurde met samengeknepen ogen in de richting van waar hij de flits had waargenomen. Maar in de verte, waar het landschap zich leek te verliezen in de schaduwen, was niets te bekennen. Een rilling kroop over zijn rug terwijl hij zich afvroeg wat voor onverklaarbaar fenomeen zich zojuist had voorgedaan. Uit het niets, doemde er, achter hem, opeens een donkere schaduw op, die snel naderbij kwam. Elias’ adem stokte in zijn keel, terwijl zijn ogen zich wijd openden van verbijstering.

2 responses to “Het blauwe licht”

  1. mooi vervolg, zeer goed geschreven naar de volgende climax, ik ben erg benieuwd.

    1. Dank je wel!!

Laat een reactie achter bij CoachBert62Reactie annuleren

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder