De geheimen van het bos

De volgende ochtend werden ze gewekt door de eerste zonnestralen die door de bladeren gluurden. Nadat ze in het bos voor het ontbijt wat blauwe bessen hadden verzameld en van brandneteltakken thee hadden getrokken, besloten ze verder te trekken, verder van de vulkaan. Hoe dieper ze het bos introkken hoe hoger de bomen waren.  Onder de bomen groeiden immens grote varens. Af en toe stroomde het water over het pad. Hun takken groot genoeg om een mens te verbergen, wiegden zachtjes op de bries die door de bladeren fluisterde. Het zonlicht, gefilterd door het dichte bladerdak, schilderde een mozaïek van gouden stralen op de met mos bedekte bodem.  Waterstromen en watervallen doorkruiste het weelderige woud.

Terwijl ze dieper het bos in trokken, hoorde plots hard gekrijs. Op hun hoede slopen ze verder.  Naarmate ze verder gingen, merkten ze dat de bomen begonnen te veranderen. De schors kreeg een zilverachtige glans en er verschenen vreemde tekens op.

Plotseling stonden ze voor een enorme boom met takken die reikten tot hoog in de lucht. De boom leek te ademen en pulseren met een bijna magische energie. Uit het hart van de boom kwam het gefluister dat ze hadden gehoord, maar het leek niet zomaar willekeurig geluid te zijn. Het leek op gesproken woorden. Ze keken verschrikt om zich heen, maar zagen helemaal niemand.

Ze raakte de boom voorzichtig aan. De bast was als een zachte spons. Je kom ‘m bijna indrukken. Voorzichtig legde Sarah haar oor tegen de bast.
“Stil!” fluisterde ze, “Ik hoor wat!”
“Álftréinn stóð einmana, greinum hans hvíslaði í vindinum sem sang um sorg og þrá. “Hjálp,” hrósaði hann, rödd hans mjög örugg og gamaldags. “Fjöldinn er að hræðast, og rótir mínar fölguð í því svarti vatni.”

Veturinn blés harðlega, og hnöttur af ískaldi flaug umhverfis. Álftréinn hefur átt sínar ættjarðir á þessu landi, en nú voru þær í hættu. Hann bað um ást og vernd frá þeim sem heyrðu, því hann barðist við ógnina sem glömpaði á milljörðinni.”

“Wees nu een stil! Ik versta er helemaal niets van!” reageerde Sarah scherper. Elias die duidelijk niets van dat zweverige moest hebben draaide zich op en liep verder het pad af.
“Hjelp, drag mik her ut!” klonk het nu zo duidelijk dat Elias het ook hoorde. “Waar kwam dat vandaan? Wie zei dat?”
“”Ek em Elowen, skógarandi,” klonk het van boven uit de boom. De takken van de boom zwiepten krachtig heen en weer, terwijl de grond onder hen hevig trilde. Een diep gegrom ontsnapte uit de boom. Sarah legde haar rechterhand op de boomschors. De stam zette zich uit en slaakte een diepe zicht, er kwam lucht kwam uit alle nerven.
“Wie bent u?” wilde Sarah weten. De boom bleek een eeuwenoude woudgeest te zijn, een beschermer van het bos en de geheimen die het herbergde. De geest, die zichzelf Elowen noemde, vertelde hen over de magie van het bos, over een oude tovenaar, die hem en anderen, als straf in een boom had veranderd.

4 responses to “De geheimen van het bos”

  1. wat een verhaal. komt dit uit uw brein? spannend.

    1. Ja, dit komt uit mijn brein. Niet in een keer, soms verdwaal ik ook 😉

  2. complimenten ik ben er jaloers op

    1. Dank je wel!

Laat een reactie achter bij CoachBert62Reactie annuleren

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder