Nog een paar jaar en dan ga ik met pensioen. Het plan is om, als ik 65 ben, met deeltijdpensioen te gaan, bij leven en welzijn. Dan heb ik meer tijd voor allerlei andere leuke dingen. Mijn werk is tenslotte noodzakelijk, maar zeker niet mijn hobby. Naast mijn werk heb ik tijdens mijn hele carrière altijd dingen gedaan en functies bekleed die ik echt leuk vond, maar waar ik niet voor betaald kreeg.
Vakantiebaantjes
Mijn eerste vakantiebaantje was postbode bij de PTT. ’s Ochtends vroeg opstaan, post sorteren, in vakjes stoppen, met straatnamen en elastiekjes eromheen, en dan fietsen. Heerlijk elke dag buiten zijn en het betaalde goed. Bijna tegelijkertijd trainde ik mijn eerste volleybalteam en startte ik als vrijwilliger bij het Apeldoornse Vakantiespel. Twee weken lang organiseerden we activiteiten voor kinderen die niet op vakantie konden of al terug waren van vakantie. Dit heb ik ruim 18 jaar gedaan, eerst als teamlid en daarna jarenlang als teamleider.
Mijn carrière
Mijn eerste echte baan, meer een vlucht omdat ik niet wist wat ik wilde, was bij het Rijkskadaster in Den Haag. Het was een baan die mijn vader, die ook bij het Kadaster werkte, had geregeld. Ik was de jongste bediende. Ik deed administratief werk en later ook archiefwerk. Voor iemand die van geschiedenis houdt, is zo’n kadastraal archief best leuk. Wat mij het meest bijstaat zijn de voetbalwedstrijdjes met collega’s in de kelder van het kantoor, tussen de archiefkasten, met een tennisbal. Na drie jaar administratief werk in Den Haag, volgde een identieke baan bij het Kadaster in Zwolle. De sfeer op kantoor was in Zwolle om te snijden. Dit hielp mij bij het maken van keuzes: duidelijk werd dat ik niet voor een kantoor was geboren. Na bijna anderhalf jaar zag ik een advertentie van een GGZ-instelling die mensen zocht voor de inservice-opleiding B-verpleegkunde. Na negen maanden weer in de schoolbanken, waarbij ik een soort zakgeld kreeg, kon ik daarna aan de slag. De opleiding duurde drie jaar, maar na de eerste negen maanden kreeg ik gewoon salaris. Eerlijk gezegd had ik niet eens het plan om de opleiding af te maken, het was meer een vlucht weg van het kantoor in Zwolle. Uiteindelijk heb ik de opleiding cum laude afgerond.
Als verpleegkundige heb ik verschillende rollen vervuld, zoals persoonlijke begeleider en Eerst Verantwoordelijke Verpleegkundige voor de zorg gedurende de nacht. Ook was ik tijdens mijn opleiding voorzitter van de leerlingenraad en later lid van de Ondernemingsraad. Daarnaast ben ik lid geweest van de klankbordgroep Arbeidsvoorwaarden van een vakbond. Naast mijn werk in de gezondheidszorg bleef ik actief binnen het volleybal. Naast het trainen en coachen van jeugd- en seniorenteams, was ik ook lid van diverse commissies binnen de club en landelijk. Zo was ik lid van de landelijke werkgroep Mini-Volleybal, bijna 20 jaar lid van de redactie van de Volley Techno, het magazine van de Nederlandse Vereniging van Volleybaltrainers, en na een opleiding bij de Academie voor Sportkader ben ik ook actief geweest als docent, leercoach en examinator. Ik heb meegewerkt aan de redactie van twee boeken voor volleybaltrainers en enkele jaren geleden mijn eerste boek uitgebracht.
Gedurende de periode dat ik ’s nachts werkte, ben ik gestart met een studie Arbeids- & Organisatiepsychologie aan de Open Universiteit. In die periode was ik ook lid van de Ondernemingsraad en de toenmalige directeur vroeg mij of ik tijdelijk de functie van Arbo-adviseur wilde vervullen. Dit heb ik daarna blijven doen, niet bij dezelfde werkgever, maar bij verschillende GGZ-organisaties, verslavingszorg, gehandicaptenzorg en verpleeghuisorganisaties. Door reorganisaties, andere visies of te lange reisafstanden wisselde ik soms van baan. Daarnaast ben ik jaren lid geweest van de Arbo-klankbordgroep van de werkgeverskoepel voor de GGZ, heb ik meegeschreven aan de Arbo-catalogus van deze sector, ben ik betrokken geweest bij een project binnen Veilig Publieke Taak en heb ik recent meegedacht over brandveiligheid binnen de gehandicaptenzorg.
Tussendoor heb ik mantelzorgtaken uitgevoerd en had ik natuurlijk ook een gezin. Omdat een van mijn kinderen niets aan volleybal vond en als voetbalkeeper talentvol bleek, ben ik het voetbal ingerold. Eerst als chauffeur, daarna als lid van de clubbladcommissie, elftalleider, voorzitter van de Commissie Voetbal en later jeugdvoorzitter en bestuurslid. Overal zijn er altijd wel grote en kleine klussen en klusjes te doen. Het houd je van de straat.

Geef een reactie