Train de Trainer

Afgelopen week had ik een leuk gesprek met iemand binnen de vereniging. Het gesprek ging er over dat wij eigen van mening waren dat trainers, vooral de jonge en startende trainers, meer ondersteuning nodig hebben. Het bleek namelijk behoorlijk lastig om een team te trainen en tegelijkertijd verantwoord en zinvol bezig te zijn. Ouders en de club zelf stelde steeds hogere eisen aan de vaak jonge trainers. Het was bijna onbegrijpelijk dat deze jonge mensen, in weer en wind, op het veld staan in plaats van vakken te vullen in de plaatselijke supermarkt.

Zelfstandigheid

Er werd gezegd dat de jeugd veranderd is: ze kunnen niet meer zelfstandig werken en nemen geen verantwoordelijkheid. Ik moest hierover nadenken. Klopt dat? Prof. Scherders zou, vermoed ik, zeggen van wel. De hersenen van jongeren zijn nog volop in ontwikkeling en wij overvragen onze jongeren ook met grote regelmaat. Wij zijn, als volwassen, weldenkende mensen, maar erg moeilijk in staat in nee te zeggen. Aan de andere kant, toen ik zestien was, trainde ik mijn eerste team. Dit deed ik niet zomaar. Ik stond goed voorbereid voor de groep, mede dankzij een interne trainerscursus. Deze cursus bestond uit het doornemen van lesmateriaal, dat toen nog op papier was, en het meelopen met een ervaren trainer. Tijdens deze stage mocht ik steeds een deel van de training voorbereiden en ook geven. Wat ik had voorbereid, werd vooraf kort besproken en na de training geëvalueerd. Geleidelijk nam ik steeds meer van de training over, totdat ik uiteindelijk een hele training leidde terwijl mijn stagebegeleider aan de kant zat en toekeek.

Ik werd dus zeker niet in het diepe gegooid. Bovendien was er een afspraak dat een ervaren trainer, die voor mijn trainingsuur een groep trainde, wat langer zou blijven. De trainer die na mij een groep trainde, kwam altijd iets eerder. Ik stond er dus eigenlijk nooit alleen voor. Een ander groot verschil was dat ik nooit ouders in de zaal had die de hele training bijwoonden en zich ermee bemoeiden.

Zwemles

Jaren later hebben we bij de club de organisatie van de zwemlessen geïntegreerd met die van de club. Wanneer een kind op zwemles gaat, doorloopt het de verschillende niveaugroepen zonder dat ouders voortdurend de agenda hoeven te raadplegen omdat de lestijd is veranderd. Elke niveaugroep heeft een eigen badmeester, soms zelfs twee. Daarnaast is er een hoofd badmeester, ook wel chef instructie genoemd. Deze persoon is eindverantwoordelijk voor het gehele leertraject. Hoewel hij of zij niet direct lesgeeft, ondersteunt en coacht de chef instructie de badmeesters en bewaakt de vooraf vastgestelde leerroute.

Dit systeem kun je toepassen op elke sportclub. Het houdt in dat je van tevoren nadenkt over de leerroute en over de lange termijn trainingsplannen. Elk team heeft een trainer, soms met een of twee assistenten. Daarnaast hadden wij een hoofdtrainer. Deze hoofdtrainer gaf zelf geen trainingen, maar bewaakte, net als de hoofd badmeester, de vastgestelde leerroute. Soms bereidde hij of zij ook de inhoud van de trainingen voor, vooral voor de jonge, beginnende trainers. De hoofdtrainer was de coach van de trainers, waardoor de trainers er niet alleen voor stonden.

Vroeger was dit niet anders. Trainers van 16 of 17 jaar waren toen niet zelfstandiger dan nu. Jongeren op die leeftijd hebben allerlei gedachten en er wordt veel van hen gevraagd, maar we moeten hen niet overvragen. We weten dat pubers hun eigen handelen nog niet altijd goed kunnen overzien en dat plannen moeilijk voor hen kan zijn. Daarnaast reageren ze soms impulsief. Dit zijn allemaal zaken waar je als club rekening mee moet houden wanneer je jongeren inzet voor kaderfuncties. Gooi jonge trainers niet in het diepe, maar ondersteun en begeleid hen. Accepteer dat het soms niet loopt zoals je had verwacht. Zij vormen immers het kader van de toekomst.

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder