Na de inspannende dag van gisteren sliepen we vanochtend allemaal lekker uit – waarna we gingen zwemmen in het meer vlak bij het huisje. ’s Middags gingen we naar Orsa, waar wij om ongeveer kwart over vier de trein naar Sveg namen, zo’n 125 km noordelijker. Het station in Orsa was niet veel meer en je kon er al helemaal geen kaartjes meer kopen. Toen de trein het station binnenreed, zochten wij direct de conducteur op, of beter gezegd, zij zocht ons op. Dat het niet helemaal een gewone trein was, merkten wij al snel. De conducteur kwam bij ons zitten en ik vertelde haar waar wij heen wilden. Toen ik de kaartjes had gekregen, vroeg ze of wij in Sveg ook wilden dineren. Wij hadden in de folder van het VVV, waarin ook een dienstregeling stond afgebeeld, al gekeken of dat de moeite waard was, maar gezien de tijd die wij daar hadden om over te stappen, namelijk maar 30 minuten, hadden wij geconcludeerd dat dit niets was en hadden al brood en drinken in de rugzak. De conducteur vertelde ons echter dat wij in dat half uur prima konden dineren, sterker nog, dat die tijd daar ook voor gebruikt zou gaan worden. Hierop liet ze ons de menukaart zien, want als wij wilden dineren, moest zij nu al de bestelling doorgeven. Het eten was niet duur, dus bestelden wij twee broodjes kebab, twee pizza’s en een patat met braadworst.
Inmiddels reed de trein tussen het bos, met links en rechts diverse meertjes. De trein was niet vol en de kinderen deden hun schoenen uit en legden hun voeten op de andere stoel. Toen stopte de trein. Voor mijn gevoel midden in het bos, ik zag nergens huizen, laat staan een station. Wij zaten achter in de trein en ik zag dat de conducteur de trein uitliep, het bos in, de trein liep leeg. Als een soort zwaan-kleef-aan liepen de passagiers achter de conducteur het bos in. Wij wisten niet wat de bedoeling was, maar besloten ook maar de trein te verlaten. Het pad ging het bos in en nog verder het bos in totdat de conducteur stil bleef staan bij een enorme heuvel, die wij eerst aanzagen voor een gigantisch mierennest. De conducteur deed haar verhaal, eerst in het Zweeds en daarna in het Engels. Wij stonden naast een berenhol en moederbeer, want alleen de vrouwtjes verblijven in dergelijke holen, leerde ik, was niet thuis.

Na dit intermezzo verplaatste het hele gezelschap zich weer richting de trein, waar de machinist, rokend bij de trein, stond te wachten. Even verderop stopte de trein andermaal, midden op een houten brug, die vervaarlijk kraakte. Links van ons een waterval, waarin, zo was nog wel goed te zien, de nodige planken waren gelegd. Waarschijnlijk in een poging de waterval ooit ergens heen te leiden. Dit bleek juist gedacht, want wat wij aanschouwden, waren de restanten van wat eens een waterkrachtcentrale was. Overspoeld met informatie over wat wij onderweg allemaal zagen, kwamen wij aan in Sveg, ons eindpunt van de reis. De trein ging van hier nog verder richting Östersund, maar wij namen de trein terug naar Orsa.
Iedereen stapte uit, ook de machinist verliet ditmaal zijn post en iedereen nam plaats aan een tweetal picknicktafels op het perron. Wij schoven aan, even niet wetend wat ons te wachten stond. Toen werden er uit een auto, die naast het station geparkeerd stond, enkele dozen en kratten gehaald. De dozen werden uitgepakt… ons diner. Na enige tijd zaten wij met z’n allen te picknicken. De kinderpizza’s bleken groot genoeg voor een heel gezin en ook onze broodjes kebab kon iemand een week van eten. Het eten was dus niet alleen goedkoop maar ook nog eens XXL. Wij kregen dus niet alles op, maar ook dat was geen probleem, alles werd keurig achter ons opgeruimd en als de trein uit Östersund naar Orsa binnenreed, zag niemand meer dat daar op het perron een grote picknick had plaatsgevonden.
Onze conducteur kwam naar mij toe, of ik even mee wilde lopen. Ik snapte niet direct wat er loos was, maar toen bleek dat ik persoonlijk werd voorgesteld aan de conducteur van de trein die ons terug naar Orsa moest brengen. De trein terug was nog rustiger. Naast ons gezin, zaten er twee Duitse backpackers in de trein en een Zweeds echtpaar met dochter, die op familiebezoek waren geweest. De conducteur kwam eens op haar gemak bij ons zitten. “Kommen Sie aus Deutschland?”, vroeg ze. “No, we are from the Netherlands”, antwoordden wij. “Aaaahhh, Cornelis Vreeswijk!”, zei ze, “I am such a big fan of him”. Er ontstond een heel gesprek over Cornelis Vreeswijk die als een van de weinige immigranten de ziel van de Zweden zo goed wist te raken. Toen kwam het gesprek toch nog op onze reis. Zij vroeg waar wij allemaal al hadden gestopt en waar wij allemaal waren uitgestapt. Toen wij aangaven op de heenweg wel de kunstwerken langs het spoor te hebben zien staan maar dat wij daar niet waren uitgestapt, haastte ze zich door de trein om even te overleggen met de Duitse backpackers. Dan kwam ze terug en vertelde ons dat ze even had overlegd met de Duitsers en de machinist en dat wij straks gingen stoppen bij de kunstwerken langs de route.
“Zijn jullie kinderen al bij de machinist in de cabine geweest?”, vroeg ze en passant. Op de heenweg was het wat drukker in de trein, dus dat was er niet van gekomen. De twee jongsten haastten zich door de trein en namen, zij het wat schuchter, plaats bij de machinist.
Ondertussen kwam onze conducteur nog even binnen, “hebben jullie op de heenweg nog souvenirs kunnen kopen?” Toen ons antwoord nee was, draaide ze zich snel om ons nog toeroepend dat zij ons zeker wat ging verkopen. Even later was ze terug, een tasje om haar heupen, een rode honkbalpet op haar hoofd, een doosje speelkaarten en ansichtkaarten in haar handen. Ze nam plaats en verontschuldigde zich direct voor het feit dat ze geen T-shirt van de Inlandsbanen meer had. Wij hadden het enorm naar onze zin en kochten een honkbalpet, een doosje speelkaarten en een ansichtkaart van haar. De kinderen kwamen niet terug, dus toen de conductrice terugliep naar voren, liep ik even mee om te kijken of ze de machinist niet tot last waren. In de Nederlandse bussen staat niet voor niets ‘niet met de chauffeur praten tijdens het rijden’ en achter de streep blijven. Toen ik bij de machinist kwam was de stemming opperbest. “Op dit traject hebben wij om ongeveer deze tijd de afgelopen periode een viertal beren de spoorbaan zien oversteken”, vertelde de conducteur. Wij zagen ze helaas vanavond niet.
Vlak voor Orsa hoorden wij een meisjesstem zeggen: “Next stop Orsa”. Ik herkende niet de stem van mijn dochter. Bij het uitstappen namen wij afscheid van de machinist en de conducteur. “See you next time and then the whole trip!”, zei ze en voegde eraan toe dat ze onze kinderen ook had gevraagd Orsa aan te kondigen, maar het was te spannend. Inmiddels was het donker, mistig en begon het te miezeren op weg naar Orsa Grönklitt. Het was een geweldige belevenis en hoewel wij het gevoel hadden op het spoor van de beer te zitten, hadden wij deze nog niet gezien.

Laat een reactie achter bij Matroos BeekReactie annuleren