Het is altijd een beetje vreemd om terug te rijden naar de boot. De vakantie was dan echt voorbij; het voelde alsof het allemaal afgelopen was. Ik herinner me nog van vroeger dat we soms in één keer van de vakantiebestemming naar huis reden. Dat gevoel had ik vandaag ook weer.
Iedereen was erg vroeg wakker, zo vroeg dat we even na zes uur van het huisje vertrokken. We hoopten onderweg nog wat wild te zien, zoals elanden of herten, maar we hadden al opgegeven dat we beren zouden tegenkomen. Toen we om kwart over acht stopten bij de “Sandbacken rastäte” in Mariestad, hadden we de hoop op wild helemaal opgegeven. De grote stad naderde en we raakten verder van het spoor van de beer. Rond 11.45 uur reden we Göteborg binnen. Via de Frigathen reden we langs het Ullevi stadion. Het was ontzettend druk; mensen stonden in lange rijen voor de kassa’s van het stadion, waar het atletiek net was begonnen.
Overal stonden grote billboards met atleten en verderop zagen we mensen in trainingspakken, met kaartjes om hun nek en koffers achter zich aan trekkend. We passeerden het atletiekcentrum, dat pal naast het Universum ligt, onze eerste bestemming van vandaag. Door de drukte en consternatie misten we dit echter en voordat we het doorhadden, reden we het Universum al voorbij. Het was in de drukte niet makkelijk om te keren en we kwamen uiteindelijk weer op de snelweg terecht. De volgende afslag was die van Liseberg, het pretpark dat naast het Universum ligt. We hielden de torens van het pretpark goed in de gaten en namen de eerste parkeergarage die we tegenkwamen. Het was een eindje lopen, maar we hadden in ieder geval een parkeerplaats. Het Universum is een combinatie van Burgers’ Zoo en Nemo.
Binnen moesten we eerst via een lange trap helemaal naar boven. Rechts was een glazen wand waarachter zich een soort mini-oerwoud bevond. Om binnen te komen, moesten we door een klimaatsluis: een ronde koker met twee schuifdeuren. We stapten naar binnen, de deur achter ons ging dicht, we wachtten even en toen ging de deur aan de andere kant open. Binnen was het behoorlijk warm. Overal vlogen prachtige, grote vlinders. Via een bruggentje liepen we het oerwoud in. Het oerwoud oogde vrij nieuw en was niet zo wild begroeid als Burgers’ Bush. Op de vierde verdieping gingen we, via een klimaatsluis, naar het Ocean-gedeelte, waar de haaien een prominente rol speelden.
We verlieten het oerwoud op de derde verdieping. Aan de andere kant van de trap bevond zich het Nemo-gedeelte. In de eerste ruimte stond sport centraal. Mijn dochter liep een nieuw record in een virtueel Ullevi stadion en er kon ook virtueel gekeept worden op een handbaldoel. Een museum waar je zelf dingen mag doen, aanraken en naar je eigen hand zetten, blijft erg leuk. Het kostte dan ook moeite om iedereen mee te krijgen, want we hadden nog andere plannen voor die dag. We moesten natuurlijk de boot halen, maar we wilden ook nog naar het Natuurhistorisch Museum in het Slottsskogpark.
Na een lunch in het Universum reden we naar het museum. Dat was tenminste het plan. Op de plattegrond van Göteborg lagen beide musea dicht bij elkaar, maar door de drukte rondom het EK atletiek reden we helemaal verkeerd en raakten we zelfs van de plattegrond af. We reden langs een grote begraafplaats en wisten niet waar we waren. We reden terug en volgden de borden ‘centrum’. We passeerden het Ullevi stadion opnieuw en reden nu rechtdoor de stad in. Uiteindelijk kwamen we bij de haven uit. Na wat omwegen en een keer keren in een straat waar dat eigenlijk niet mocht, kwamen we bij het Slottsskogpark en parkeerden in een doodlopende straat. We liepen het park in via een steil paadje. Opvallend was het aantal mannen dat met kinderwagens door het park liep.
Het museum was indrukwekkend, vooral door de enorme opgezette olifant middenin. Het museum herbergde een verzameling opgezette dieren, van kleine insecten tot grote zoogdieren. Sommige dieren kende ik niet eens.
Om 15.30 uur reden we uiteindelijk de boot op. Aan boord waren veel leden van motorclubs, van Hells Angels tot Lazy Boys Oslo Norway. Het zag er allemaal imponerend uit. Het dinerbuffet ’s avonds was ouderwets, maar het leek minder druk dan op de heenweg. Na het eten vond onze jongste zoon het tijd voor de ballenbak. Ik raakte aan de praat met een gezin uit Blaricum. Zij hadden net een boerderijvakantie achter de rug, geboekt via OAD reizen. Het klonk allemaal heel leuk: helpen op de boerderij en aan tafel met de andere gasten de belevenissen van de dag bespreken. Na een prachtige zonsondergang zocht iedereen zijn kooi op.

Om 6.30 uur was ik al wakker. Het rolgordijn van de hut was kapot. Hoewel ik niet bang was dat mensen ons vanaf zee konden zien, viel het zonlicht al vroeg naar binnen. Om 7.00 uur zaten we, hierdoor, al aan de ontbijttafel, heerlijk rustig. Na het ontbijt gingen we naar het sundeck en regelden vijf stretchers, lekker languit in de ochtendzon met uitzicht op de Duitse kust.
Even na negenen reden we van de boot af. Maar de boot afrijden was één ding, Kiel inrijden was weer iets anders. Direct kwamen we bij stoplichten; daar moeten ze bij de Stena Line toch eens wat op vinden. Dit zou toch anders moetebn kunnen gezien de manier waarop de Color Line dit heeft opgelost, in Kiel als in Oslo. Toen we uiteindelijk Kiel inreden, werden we twee straten verderop klemgereden door een bestelbusje. Hoewel aan het begin van de straat aangegeven stond dat de straat twee rijbanen telde, stonden er plotseling, na een bocht, drie auto’s rechts geparkeerd. Het bestelbusje reed ons klem, en zie dan nog maar eens galante Duitsers te vinden die je even voor laten gaan, zodat je verder kan. Uiteindelijk reden we om 9.35 uur Kiel uit, de snelweg op.
Toen we bij Neumünster reden, leek het plotseling heel hard, heel kort te regenen. Toen we “de bui” waren gepasseerd, bleek dat het geen regen was, maar waarschijnlijk een zwerm kleine beestjes. Toen we later bij Holmmoor wilde tanken, probeerden we meteen even de voorruit schoon te maken, wat nog een hele klus bleek te zijn. Toen we Hamburg naderden, begon het dan echt te regenen en reed het verkeer ook direct een stuk langzamer.
Langzaam rijden werd stilstaan en net op het moment dat we de Elbe-tunnel in wilden rijden, gingen alle borden boven de weg op rood. Het verkeer stond totaal vast en ook het verkeer op de tegemoetkomende rijbanen werd stilgelegd. Van rechts kwamen, over de vluchtstrook, een brandweerauto en een ambulance, die beide de rechter tunnelbuis inreden. Een politieauto, die even daarna ook de tunnelbuis inreed, kwam er al snel weer uit en reed langs onze file tegen het verkeer in. Na enige tijd kwam de politieauto weer terug met achter zich een truck met oplegger. Uiteindelijk ging na ongeveer een uur onze tunnelbuis weer open. Toen we door de tunnel heen waren en terugkeken naar de rechter tunnelbuis, zag deze er aan de buitenkant zwartgeblakerd uit. Je moet er maar niet aan denken wat er in die tunnelbuis is gebeurd.
Na onze vaste stop bij Wildeshausen volgden we de borden ‘Amsterdam’ – wat in Duitsland synoniem lijkt te zijn voor Nederland. Vlak bij huis reden we 90 km/u over een driebaanssnelweg. Wat dat betreft is het net Zweden, het schiet niet op, maar wie zit daar op te wachten?
Geef een reactie