Hij was net 12 jaar oud en zat sinds een aantal maanden in de brugklas.
Het was niet echt de plek waar hij gelukkig was, maar welke brugklasser is dat wel? Na vele verhuizingen was hij met zijn ouders uiteindelijk uit de Randstad in een provinciestadje in het oosten terechtgekomen. Hij werd niet geaccepteerd, men vond hem raar. Hij was een ‘nerd’ en hij praatte anders.
Hij was die bewuste dag te laat op school. Onderweg, op het fietspad langs het kanaal, was zijn schooltas door iemand die hij niet eens kende van zijn bagagedrager afgetrapt. Een jongen kwam naast hem fietsen en begon enorm te schelden. Hij schrok, maar dat scheen de jongen nog leuker te vinden. Voordat hij het doorhad, trapte de jongen zijn schooltas van de bagagedrager. De tas viel naast zijn fiets op het fietspad. Hij hoorde de scherven van zijn thermoskan en alsof het nog niet erg genoeg was, liep de chocolademelk uit zijn tas. Hij stapte af om zijn tas op te rapen. Godzijdank fietste de jongen door. Een paar schoolboeken zaten onder de chocolademelk en de bladzijden plakten aan elkaar. Hij controleerde snel of niemand het zag en gooide daarna de kapotte thermosfles uit zijn tas.
Vlak voor het schoolplein stapte hij af. Bij het pad tussen de oude barakken richting het fietsenhok zaten een aantal jongens uit de vierde klas op het metalen hek. Hij herkende plots een van de jongens. Ze lachten toen hij tussen hen doorliep, maar dit keer deden ze niets. Het fietsenhok lag achter de barakken waar de scheikundelokalen zaten. Het was een lang, smal gebouwtje, met links en rechts een hele rij met fietsenrekken. Aan de kopse kant had je aan beide zijden een smalle ingang. De achteringang kwam uit op het pad dat rechtstreeks door het Zuiderpark liep. Het houten gebouw had een golfplaten dak, waardoor je elkaar amper kon verstaan als het hard regende. Het was er altijd schemerig. Er hingen wel enkele TL-bakken, maar sommige waren regelmatig uit of knipperden permanent. Het was een aftands hok. Toen hij het fietsenhok uit wilde lopen, stonden die jongens daar weer. Even dacht hij eraan om de andere uitgang te nemen, maar ook daar doken een paar jongens op..
Zij vonden Daan gewoon een rare gast, een nerd met een vetkuif. Eigenlijk was hij gewoon een kleuter. Hij probeerde erbij te horen, maar dat hoorde hij niet. Hij kwam niet eens uit Zuid, niet eens uit de stad. Het was altijd lachen om hem te pakken. Die gast verdiende dat ook, hij was toch gewoon een flikker. Niemand kon hen iets maken, daar zorgden ze wel voor en Daan, die was veel te schijterig. Die zou echt niemand verlinken en als hij dat wel deed, dan wisten zij hem te vinden en dat wist hij heel goed.
Iedereen zat al in de klas. De geschiedenisdocent stond nog in de gang te praten met een collega. Hij was te laat en hing snel zijn jas op en liep de klas in. Er brak een enorm gejoel uit.
“Homo, homo, homo” werd er geroepen. Op het schoolbord stond met koeienletters ‘Daan is een kontenneuker!!’ Hij durfde niet de klas in te kijken. Hij nam snel plaats achter zijn tafeltje, vlak voor het bureau van meneer Wagner, de geschiedenisleraar. Gelukkig kwam Wagner snel de klas ingelopen. Toen hij binnenkwam, bleef hij, met de rug naar de klas, naar het bord kijken. Zonder zich ook maar om te draaien riep hij, zo hard dat ze het in het hoofdgebouw gehoord moesten hebben:
“Kooistra, bord schoonmaken!!” Kooistra kwam niet in beweging. Meneer Wagner had ook geen autoriteit. Het was een bevlogen man, iemand die mooi kon vertellen, die er ooit, vermoedde hij, vanuit was gegaan dat iedereen geschiedenis leuk vindt. Inmiddels was hij wijzer, cynischer ook, en wist hij dat er ook leerlingen waren die niet naar school kwamen om ook maar iets te leren en al helemaal niet om naar zijn verhalen te luisteren. Hij was een van de weinigen die zijn verhalen wel mooi vond. Hier werd hij ook mee gepest. Het was niet de eerste keer dat ze uitgerekend de les van Wagner gebruikten om hem te kakken te zetten. Hij was te serieus, vonden ze. Hij hield van ouderwetse muziek en van verhalen van vroeger. Zijn agenda stond niet vol met foto’s van vrouwenborsten en hij deed nooit mee aan het nafluiten van meisjes. Hij wist ook echt niet wat daar nu leuk aan was. Hij wilde wel meedoen met voetballen, maar dat mocht niet. Hij was een kneus. Bij gym werd hij ook altijd als laatste gekozen. Eigenlijk wilde niemand hem in het team.
Zijn tijd op de middelbare school was niet heel fijn. Hij fietste elke dag kilometers om. Hij deed er alles aan om zijn klasgenoten te ontlopen. Soms verliep dat minder goed en stonden ze hem ergens op te wachten. Ze maakten er een sport van om te achterhalen hoe hij fietste. Het minste dat hem dan kon gebeuren was dat ze zijn schooltas van de bagagedrager aftrapten, waardoor weer eens een thermosfles sneuvelde. Zijn vader was al een aantal keren op school geweest om erover te praten, maar dat werkte averechts. Niets bleef geheim. Hij moest erboven leren staan, zich er niets van aantrekken, vonden zijn ouders uiteindelijk. Niemand begreep hem echt of kwam werkelijk voor hem op. Hij voelde zich heel erg alleen.
Na verloop van tijd zag hij tegen elke schooldag op en was blij wanneer het vrijdagmiddag was. Het hele weekend lag hij op zijn bed, te kijken naar het planetarium op het plafond, luisterend naar de muziek van Pink Floyd. Het weekend kon voor hem niet lang genoeg duren. Hij zag enorm op tegen elke nieuwe schoolweek. Zijn schoolcijfers gingen ook steeds verder achteruit en alsof het nog niet erg genoeg was, kwamen er opmerkingen van leraren dat zijn vlijt te wensen overhield. Echt niemand snapte waarom het veel beter was om niet op te vallen door ook nog eens goede cijfers te halen. Het restje eigenwaarde dat hij nog had, was verdwenen. Hij wilde niet ook nog opvallen, en al helemaal niet door goede cijfers. Hij wilde dat ze hem zouden vergeten.
Nu werden echter zijn ouders uitgenodigd op school. Niet om het te hebben over het pesten of hoe hij het op school vond, maar over zijn schoolresultaten. Als hij zo doorging, zou hij van school af moeten. Misschien was dit wel de beste oplossing. Hij was op dat moment bereid om alles waar hij van droomde, bioloog worden, overboord te gooien. Uiteindelijk kwam het niet zo ver. Hij bleef wel zitten en dat gaf voor even rust.
De jaren die volgden waren een voortdurende herhaling van zetten. Het ene jaar behaalde hij enorm slechte cijfers en bleef hij zitten, om het jaar daarop met erg goede cijfers over te gaan. Het pesten ging gewoon door, telkens door anderen. Het leek niet uit te maken met wie hij in de klas zat. In de loop der jaren werd hij steeds eenzamer. Thuis kon hij zijn verhaal niet kwijt en op school voelde hij zich helemaal onveilig. Hij voelde zich steeds meer alleen. Het was alsof hij er niet toe deed, alsof hij een soort ongedierte was dat uitgeroeid moest worden. Soms dacht hij, puur om zichzelf een goed gevoel te geven, dat anderen hem nodig hadden. Ze hadden een pispaal nodig, iemand om te kleineren, alleen om zichzelf staande te houden.
Hij was blij dat hij, na zeven jaar, de middelbare school achter zich kon laten. Hij was inmiddels drie keer blijven zitten en was met enige afstand de oudste van de klas. Het laatste jaar had hij eigenlijk al voortijds afscheid genomen. Hij stond niet eens op de klassenfoto. Dat laatste jaar was hij amper op school, bij de repetities en de examens wel en natuurlijk bij de lessen geschiedenis, maar voor de rest fietste hij veel. Hij fietste door de bossen rondom het dorp waar zij woonden en af en toe ging hij op een bankje zitten om gewoon helemaal alleen te zijn. Vroeger zou het niet in hem opkomen om te spijbelen, maar het kon hem echt niets meer schelen. Wat had hij nog om voor te leven? Hij had vaak ruzie met zijn ouders. Naar zijn moeder was hij ronduit onredelijk. Hij verweet haar vaak dat niemand hem snapte en zij al helemaal niet en dat het haar schuld was dat hij er was. Hij deed zijn moeder veel verdriet, maar dat kon hem op dat moment niet echt schelen. Het was ook het meest veilig. Ergens wist hij dat zij van hem hield, dat zij wel in hem geloofde, maar hij moest alles een plek kunnen geven. Iemand moest hier de schuld van krijgen.

Geef een reactie