Een giftige omgeving

Pesten, seksuele intimidatie in de sport, het komt helaas nog steeds voor. Atlete Zoë Sedney schreef hierover in een bericht op Instagram, aldus een artikel op de website van de NOS. Zij spreekt heel treffend over een giftige omgeving. Daarmee doelt ze niet alleen op stafleden, maar ook op teamleden, oftewel je collega’s. Slachtoffers worden gemanipuleerd, terwijl de mensen om hen heen wegkijken. Ze was niet de eerste die hier melding van maakte en zal zeker niet de laatste zijn. Dit is zonder twijfel een giftige omgeving, wat je toch anders laat kijken naar topsport.

Sportverenigingen en -bonden hebben vrijwel allemaal een vertrouwenspersoon ‘in dienst’. Ze hanteren gedragsregels, soms zelfs beleid om ongewenste situaties te voorkomen. Toch komt ongewenst gedrag ondanks alle goede bedoelingen nog steeds voor.

Hoe zit dat?

In de sport draait het om presteren; in de topsport om topprestaties. Om prestaties te leveren heb je teamgenoten nodig die daarbij kunnen helpen en trainers die jou en het team een stap verder brengen. Omgekeerd willen trainers ook presteren en hebben ze mensen nodig waarmee ze dat het beste kunnen bereiken. Dit leidt ertoe dat er soms connecties worden gelegd met mensen die je nodig denkt te hebben, en anderen worden buitengesloten, geïntimideerd, of gepest omdat ze niet in het plaatje passen.

Als voorzitter van een Technische Commissie bij een volleybalvereniging heb ik meegemaakt dat een trainer aangaf dat hij ervoor zou zorgen dat een minder getalenteerde jongen voor de kerstvakantie zou stoppen met volleyballen. Het kind was een blok aan zijn been. Ook als coach van een damesteam kwamen speelsters naar me toe om te vragen, of beter gezegd te eisen, dat ik een teamgenootje niet zou opstellen omdat zij niet binnen het team zou passen en met haar zouden we zeker niet winnen. En dit waren nog breedteteams, hoewel trainers en speelsters daar soms anders over denken. Het gaat hier dus niet om topsport, waarbij de belangen veel groter zijn. Topsport is nog giftiger; het kan een slangenkuil zijn waar je niet in terecht wilt komen. Clubs kunnen het probleem zelf al moeilijk oplossen, en bonden al helemaal niet. Dubbele agenda’s – een veilig sportklimaat tegenover het winnen van prijzen, bij voorkeur veel prijzen – maken dit niet eenvoudig.

Einstein zei ooit: ‘Problemen kunnen niet worden opgelost op hetzelfde denkniveau als waarop ze veroorzaakt zijn’, en daarin had hij gelijk. Clubs en sportbonden zouden in principe geen eigen vertrouwenspersonen in dienst moeten hebben of binnen de eigen geledingen moeten zoeken. Deze vertrouwenspersonen maken vaak deel uit van de inner circle en worden soms zelfs betaald door de club, de sportbond, of de sportkoepel. Een externe constructie, zoals de Stichting PVP in de geestelijke gezondheidszorg, zou een oplossing kunnen zijn. Clubs of bonden betalen de stichting, die vervolgens onafhankelijke vertrouwenspersonen aanstelt. Kleiner, op clubniveau, zou je bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat de vertrouwenspersoon van voetbalclub RCH dezelfde rol vervult bij korfbalvereniging Weer Hoger.

Ook het beleid en de gedragscode zouden wellicht van buitenaf geïmplementeerd moeten worden. Ik ben er zeker voor dat teams onderling in gesprek kunnen gaan over gewenst en ongewenst gedrag, maar misschien is het verstandig om het formaliseren en implementeren hiervan te laten doen door iemand die wat verder van het team af staat.

Denk bijvoorbeeld aan de speelsters die bij de coach kwamen vragen, of eigenlijk eisten, dat een teamgenootje, die niet lekker in de groep lag, niet opgesteld zou worden. Hoe zou een discussie over wat nu gewenst en ongewenst gedrag is verlopen? Of de trainer voor wie een minder getalenteerd jongetje een blok aan het been was in zijn streven, waarschijnlijk voor zijn cv, om kampioen te worden? Ik vermoed dat hij in zo’n geval niet de juiste procesbegeleider zou zijn. En als de vertrouwenspersoon dan ook nog eens de moeder is van een ander jongetje in dat team, is het begrijpelijk dat zo’n kind zich misschien gedwongen voelt om ermee te stoppen.

Als er sprake is van een letterlijk giftige omgeving, moet je zorgen dat je persoonlijke beschermingsmiddelen op orde zijn en dat je bestrijdingsmiddelen adequaat zijn. Zoals het gezegde luidt: ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’.

One response to “Een giftige omgeving”

  1. Ik had een heel verhaal staan … maar nee.. .laat ik dat maar niet doen hier…

    Laat coaches, welke verantwoordelijke ook maar…. liever diens aandacht besteden aan die giftige omgeving en het veranderen zodat iedereen !!! zich veilig kan bewegen

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder