De Grauwe stad

Langzaam scheurde de tank, een diepe scheur kronkelde als een bliksemschicht door het oppervlak, Ruben’s ademhaling was oppervlakkig, zijn ogen gericht op de donkere tank en het wezen dat zich daarbinnen bewoog. Het water sijpelde traag uit de barst, kleine druppels vielen met zachte tikken op de vloer. De knipperende TL verlichting gaf alles een spookachtige, onwerkelijke gloed.

Hij voelde instinctief dat er iets stond te gebeuren. Zijn polsen tintelden waar de leren riemen in zijn huid sneden, zijn hoofd draaide van de ijzige vloeistof die zich om zijn enkels verzamelde. “Wat gebeurt er?” fluisterde hij.

De vrouw met de tablet, reageerde niet en keek hem niet langer aan. Haar vingers dansten gehaast over het scherm, haar blik flitsend tussen de tank en het apparaat in haar handen. “Alles gaat zoals gepland,” zei ze, haar stem strak, alsof ze zichzelf net zo goed als de anderen probeerde te overtuigen. “Blijf kalm. Dit hoeft geen onaangename afloop te hebben.”

Ruben kneep zijn ogen samen. “Kalm blijven?” zijn stem rauw van paniek. “Ik weet niet wat jullie denken dat ik ben, maar jullie hebben de verkeerde persoon! Laat me gaan!”

De man met het litteken zuchtte, alsof Ruben een vervelend kind was dat het gewoon niet begreep. “Ze snappen het nooit de eerste keer maar wacht maar.” Ondertussen begon het beest in de tank steeds wilder te bewegen. Het water gutste over de rand heen.

“Doe iets!” De vrouw’s stem sloeg plots over, en ze wierp de man een veelbetekenende blik toe. “Als dit uit de hand loopt, zullen zij niet alleen hem, maar ons ook vinden.”

Het wezen binnenin de tank bewoog zich naar de steeds groter wordende scheur. Zijn ogen gloeiden intens blauw. Ruben voelde een onverklaarbare warmte door zijn borst trekken, alsof iets ouds en onbekends in hem reageerde. Net toen hij de spanning van het brekend glas opnieuw hoorde, werd de een deur achter hem met een klap opengegooid.

“Genoeg!” riep een onbekende stem. Het was een lage, kalme toon, geladen met autoriteit. Ruben’s ogen knipperden tegen het licht terwijl hij probeerde de silhouet in zich op probeerde te nemen. De man die binnenstapte was groot en breedgeschouderd, zijn jas donker en nat. Hij droeg een mes met een vreemde, blauw oplichtende rand, zijn scherpe blik gleed onmiddellijk naar Ruben. De man met het lidteken haalde uit naar de man, maar raakte ‘m niet. De vrouw schoot achter de tank. De man schonk daar even geen aandacht aan.

“Wie ben jij?” Ruben’s stem brak. Hij kwam amper uit zijn woorden. De man keek hem recht aan. “Geen vragen! Als je blijft zitten, moet je zelf maar uitvinden wat dat ding met je doet. Als je me vertrouwt, kom je nu mee.” De onbekende had Ruben’s riemen in een paar efficiënte bewegingen doorgesneden.

“Houd hem tegen!” riep de vrouw, maar haar bevel klonk hol, alsof ze zelf al wist dat het te laat was. De man met het litteken stapte op de man af. Onder het flikkerende licht van een kapotte TL verlichting sloeg hij toe, de man ontweek en trapte hard in zijn zij. Een worsteling volgde, waarbij de man met een rake slag de ander op zijn knieën kreeg.

“Opstaan,” beval hij zacht maar dringend. Ruben’s benen voelden zwak en stijf, maar hij dwong zichzelf overeind. Ruben strompelde wankel achter de man aan, zijn benen zwaar en zijn zicht wazig.

“Waarom doe je dit?” vroeg Ruben hijgend, terwijl ze zich een weg baanden door de smalle, vochtige gang. De man keek niet op of om. “Omdat je iets bent waar ze nooit controle over mogen krijgen. Nu stil en lopen, anders halen we het niet.”

One response to “De Grauwe stad”

  1. Schrijf dat vervolg morgen maar, weer een week wachten is te lang! 🙂

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder