Een schrijfuitdaging van Geesje. De bedoeling is dat je een verhaal in precies 300 woorden schrijft zonder het gegeven woord te gebruiken. Ditmaal heb ik de vrijheid genomen in het woord te snijden, zonder het geweld aan te doen.
Het begon met dat ene telefoontje dat mijn leven compleet veranderde. Jarenlang was ik afhankelijk van een dialysemachine. Drie keer per week lag ik uren vastgeketend aan dat apparaat. Ik was daar volledig afhankelijk van, maar het putte me ook volledig uit, zowel fysiek als mentaal. Toch bleef ik hopen. Mijn naam stond op de wachtlijst voor een niertransplantatie.
Op een koude novemberochtend ging mijn telefoon. “We hebben een orgaan voor je,” zei de arts aan de andere kant van de lijn met een rustige stem. Alles leek stil te staan. “Kom meteen naar het ziekenhuis.” In een waas pakte ik mijn koffer in, belde een taxi en vertrok.
Bij aankomst ontmoette ik een verpleegkundige die later een grote rol zou spelen in mijn herstel. Ze stelde me gerust en zei: “Een gezond lichaam is als een tuin zei ze, het heeft balans, de juiste voeding en zorg nodig.” Haar woorden bleven in mijn hoofd hangen.
De operatie verliep goed. Ik kreeg een nier van een donor die zelfs na haar dood iets bijzonders gaf. Toen ik wakker werd, voelde ik een ongekende rust. Het was alsof mijn nieuwe leven nu begonnen was.
Tijdens mijn herstel kwam ik regelmatig om met de verpleegkundige over mijn herstel te praten. Ze benadrukte hoe belangrijk, naast medicijnen, gezonde voeding, beweging en levensstijl zijn. Ze vertelde over kruiden zoals kurkuma, dat ontstekingsremmend werkt, en peterselie, goed voor de nieren. Haar kennis inspireerde me enorm.
Thuis begon ik mijn eigen kruidentuin. Elke ochtend plukte ik verse munt of rozemarijn, dankbaar voor wat ik had. Het voelde alsof ik iets terugdeed voor mijn lichaam én voor mijn donor. Er zijn eigenlijk te weinig donoren, bedacht ik mij.
Nu, jaren later, keek ik naar mijn tuin. Het symboliseert zorg, balans en de waarde van mijn tweede leven.

Geef een reactie