Thomas

Ik kan mij Thomas nog goed herinneren. Hij was nogal aanwezig, je kon hem niet missen. Thomas vond zichzelf geweldig. Hij geloofde echt dat hij voorbestemd was om de wereld te redden. Elke dag droomde hij van grote heldendaden en hoe hij alle mensen zou redden. Maar terwijl hij droomde van heldendom, vergat hij de mensen om hem heen. In plaats daarvan vernederde hij hen, pestte hij hen, en maakte hij ruzie met iedereen die hij tegenkwam. Niet dat hij hier last van had, want Landon had altijd gelijk. Tenminste dat vond hij.

Op school was Thomas berucht. Hij lachte zijn klasgenoten uit om de kleinste dingen. Als iemand een fout maakte in de les, moest hij altijd lachen en gaf hij hen bijnamen. Hij stal spullen van andere kinderen tijdens de lunchpauze en zei dat ze maar beter op hun spullen moesten passen. Hij zorgde ervoor dat niemand zich op zijn gemak voelde. Hij dacht dat hij door anderen te kleineren, hij zelf groter en sterker zou lijken. Kinderen keken ook tegen hem op, durfden het niet tegen hem op te nemen, bang dat hij ze te grazen zou nemen. Hij dreigde hier ook vaak letterlijk mee. Dan zei hij dat hij iemand wel wist te vinden. Thomas had altijd jongens om hem heen, vrienden, tenminste dat zeiden zijn vrienden. Jongens die met hem meededen, met hem meeliepen. Hij snapte al die meelopers niet altijd. Hij had niemand nodig. Hij kon alles alleen. Noel was een van zijn vrienden. Noel deed er alles aan om in een goed blaadje te komen bij Thomas. Noel was een slimme, maar eenzame jongen. Iedereen was bang voor Thomas en zijn maten, dus koos Noel er voor met Thomas mee te doen.

Maar op een dag veranderde alles. Terwijl Thomas en Noel door het bos liepen op weg naar huis, hoorde ze zachtjes iemand om hulp roepen. Nieuwsgierig keken ze rond en ontdekte een klein meisje dat vastzat in een bramenstruik. Het meisje had een grote kras in haar gezicht en ook op haar benen had ze schrammen. Ze smeekte hen om hulp, maar Thomas lachte ar uit. Noel, die achter Thomas was gaan staan, lachte mee. “Waarom zou ik jou helpen, stom wicht?” zei Thomas spottend. “Denk je echt dat ik niet iets anders te doen heb Je bent gewoon een dom wicht. Hoe kan je nu zoiets stoms doen?” “Ja, waarom zouden wij jou helpen?” echode Noel.

Het meisje keek hen aan met tranen in haar ogen. Ze wilde van alles zeggen. Hoe het kwam dat ze zo in de de problemen was gekomen, maar na een stilte zei ze: “Als jij zo’n grote, stoere jongen bent, dan help je andere mensen. Je bent niet bijzonder, of stoer, als je anderen kinderen, die kleiner zijn dan jij, pest!” jij!” fluisterde ze huilend. Noel pakte z’n telefoon om een filmpje te maken van het meisje in de bramenstruik. “Dit is wel vet op Insta!” Thoman legde zijn hand op de arm van Noel. Hij aarzelde. Misschien was het de manier waarop ze hem aankeek. Iets in de woorden van het meisje raakte hem. Voor de eerste keer besefte hij dat zijn gedrag hem niet groter maakte, maar juist kleiner. Hij besloot het meisje te helpen en bevrijdde haar voorzichtig uit de bramenstruik. “Bedankt,,” zei het meisje zacht, “dat je me toch hebt geholpen.”

Thomas moest glimlachen. Ergens voelde dit goed. Hij wist niet hoe dit kwam, want het was zo anders dan wat hij altijd deed, hoe hij opgevoed was. Anders dan wat hij had geleerd. Je was geen lozer als je alleen maar aan jezelf dacht of ergens andere kinderen bang maakte, pestte.





























Copilot een bericht sturen








































2 reacties op “Thomas”

  1. ze wist hem te raken en hopelijk is hij hierdoor een beter mens geworden

    1. Dat zou inderdaad fijn zijn!

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder