Het was al weer een maand geleden, wat vliegt de tijd. De laatste keer schreef ik dat er veel was gebeurd, maar dat is nu wel haast een understatement. De wereld, zoals ik die dacht te kennen, valt welhaast in duigen. Ik dacht, toch maar een leuke opdracht. Kies drie willekeurige woorden uit het woordenboek, of beter gezegd, een willekeurige woorden generator. Aan iedereen die het leuk vind om mee te doen, probeer met de woorden in een, leuk, verhaaltje te maken.
Hieronder de woorden die er uitkwamen. Ik moet bekennen dat ik nog zoekende ben.
Erosie
Hulpzoekende
Ufoloog
Het was weer zo’n dag waarop alles leek af te brokkelen. De stad, zo langzamerhand, een wandelend monument van erosie, kraakte en zuchtte onder het gewicht van de tijd. Stoepen waren gescheurd, gevels brokkelden af, en zelfs de lucht leek dof van melancholie.
In een vergeeld café, waar de geur van oudbakken filterkoffie met de tijd zelf wedijverde, zat een oude man, met een verweerd gezicht en een aftands notitieboekje. Hij noemde zichzelf een “ufoloog“, een man die naarstig de hemel afspeurde op zoek naar iets dat ons allen moest redden – althans, dat vertelde hij aan iedereen die lang genoeg bleef luisteren.
Op die middag kwam er een hulpzoekende het cafe binnen. Een tanige vrouw met een blik waarin hoop en wanhoop elkaar afwisselden. Ze had een krant in haar hand, waarin het artikel stond over het vermeende lichtfenomeen in de polder. Helder licht blauwe, concentrische, cirkels, tegen de donker avondhemel. Ze had gehoord van de man, de ufoloog, en zocht hem op alsof hij een priester was die de mysteries van de hemel kon ontsluieren.
“Denkt u dat het… een teken is?” fluisterde ze.
De man keek op, legde langzaam zijn potlood neer en nam een slok van zijn inmiddels ijskoude koffie. Hij keek haar aan, niet met de wijsheid van een expert, maar met het begrip van iemand die zelf ook hulp zocht, ergens, in wat voor vorm dan ook.
“Misschien,” zei hij uiteindelijk. “Maar misschien ook niet. Weet u, mevrouw, zelfs de sterren hebben last van erosie. Alles valt, op den duur, uiteen en dan blijft een onbeschrijflijk niets over, waarmee dan iets nieuws, iets mooiers, gebouwd kan worden.”
De vrouw zuchtte, misschien teleurgesteld, misschien opgelucht. De man kreeg er geen hoogte van en glimlachde minzaam. Buiten ging de stad door met afbrokkelen, terwijl binnen de stilte neerdaalde als stof op een oud boek.

Geef een reactie