Wat is vrijheid voor mij? Vrijheid is, op de eerste plaats niet vanzelfsprekend.Het klinkt cliché en je hoort het zeker in de aanloop naar Bevrijdingsdag regelmatig, vrijheid is niet vanzelfsprekend. Waren we dat een beetje uit het oog verloren, sinds enige tijd zouden wij er toch van doordrongen moeten zijn dat vrijheid een werkwoord is. Je moet er van voor doen, wat voor over hebben. Toch is vrijheid niet gelijk aan het zo maar wat gillen of maar doen waar je zelf zin in hebt. Dat is geen vrijheid dat is echoïsme. De vrijheid van meningsuiting, waar iedereen de mond van vol heeft, bestaat ook uitsluitend bij het besed dat deze vrijheid ook voor iedereen geldt.
Voor mij betekent vrijheid mogen zijn wie je bent, waarbij je rekening houd met anderen. Respect is de basis van vrijheid. Iemand die in dit verband nog wel eens van stal wordt gehaald is Voltaire.
Eigenlijk heette de man geen Voltaire, maar François-Marie Arouet. François-Marie was een Frans schrijver, filosoof en voor zover het een vak is, een vrijdenker. Hij werd geboren op 21 november 1694 en stierf in Parijs op 30 mei 1778. Volgens velen is hij de grondlegger van de Franse Revolutie. Voor de duidelijkheid, hij is dus van vóór de Franse Revolutie, van voor de Verlichting. Hij leefde in een tijd de tijd dat de adel alles bepaalde, de adel onaantastbaar was. Voltaire wordt vaak genoemd als de grondlegger van de vrije meningsuiting.
Voltaire was niet wars van een stevig stukje kritiek, soms ook voltrekt ongefundeerd, zonder enig bewijs kon hij mensen voor het hoofd stoten. Dat hij, laat ik zeggen, vreemd omging met die vrijheid van meningsuiting, waar hij zo’n warm voorstander van was, bleek wel uit het feit dat Voltaire zijn invloed aanwende om zijn criticus, de schrijver en uitgever Élie Fréron, de mond probeerde te snoeren. Alsof het gewoon 2025 was, werd het tijdschrift van Fréron verschillende malen geschorst, en Fréron zelf een aantal keren opgesloten in de Bastille. Met dank aan Voltaire.
Dat Voltaire de vrijheid van meningsuiting vooral voor zich zelf bewaarde blijkt ook als de schrijver La Beaumelle in een kritisch stuk de fouten in Voltaire’s werk Le siècle de Louis XIV aantoont, en jawel daarop door de politie wordt verhoord dankzij, in dit geval het ingrijpen van de vriendin van Voltaire. Een maand later kreeg La Beaumelle een huiszoeking en werd ook hij opgesloten in de Bastille. Dit is dus de vrijheid van meningsuiting, waar Voltaire zo vol van was: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.” Dat laatste valt dus nog maar te bezien.
Anno nu zien wij dit ook telkens terug. Vrijheid van meningsuiting prima, maar niet voor de ander, want daar hebben wij enorm veel moeite mee. Vrijheid van meningsuiting gaat zelden of nooit over ons zelf, het gaat altijd over de ander. Het is een vorm van niet met elkaar in gesprek zijn. Natuurlijk is de vrijheid om te zeggen wat er in je opkomt een groot goed. Het is ook zeker zo, dat bewijst de geschiedenis ook, dat dit het eerste is dat in dictatoriaal geregeerde landen, als eerste wordt aangepakt. Vrijheid van meningsuiting is ook bedreigend. Het vrije woord, wordt ook belangrijk, op het moment dat jij het gevoel hebt dat de ander niet voor reden vatbaar is.
Als mensen moeite hebben met wat de ander zegt, dan hebben wij daar de rechter voor. Dit grondrecht wordt beschreven in artikel 7 van onze grondwet. In dit artikel is de vrijheid van meningsuiting geregeld. In onze democratie is het zo dat je niet eerst toestemming nodig hebt voordat je iets zegt of schrijft. We hebben in Nederland dus geen censuur. Dat betekent niet dat je alles mag zeggen en schrijven zonder dat je daarvoor straf kan krijgen. Dat kan namelijk wel. Als je bijvoorbeeld iets zegt dat voor andere mensen kwetsend of beledigend is, kunnen ze naar de rechter gaan. De rechter kan dan toch nog een straf opleggen. Als er sprake is van discriminatie, op basis van geloof, ras of bijvoorbeeld levensovertuiging hebben wij daarvoor artikel 1 van de grondwet. Artikel 1 zegt dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Vrijheid van meningsuiting lijkt te verworden tot een soort wapenwedloop zonder wapens. Vrijheid van meningsuiting is verworden tot het pesten, vernederen, grieven van de ander. Eigenlijk is het verworden tot een soort zwakte bod. Mensen zijn pas echt vrij, vrij ook van elkaar, niet door de ander te negeren, de ander te vernederen, te pesten, te grieven, mensen zijn pas vrij als men de ander respecteert, als iedereen de ander in zijn of haar waarde laat, ongeacht geaardheid, huidskleur, Godsdienst of afkomst dan pas is er sprake van echte vrijheid. Het is een paradox, maar juist de vrijheid waarbij men zich geen rekenschap geeft van wat de ander beweegt, de vrijheid waarbij het alleen gaat op wat ik zelf denkt leidt op termijn tot een grotere onvrijheid.
De grondlegger van het vrije woord hield absoluut geen rekening met de gevoelens van anderen, sterker hij vond dat hij anderen kon vernederen, grieven, waarbij het dan aan de ander was om het tegendeel maar te bewijzen. Bijzonder aan deze man was, dat het moment dat hij, laten wij zeggen, een koekje van eigen deeg kreeg hij er alles aan deed om de ander hetzelfde recht op een vrije mening te ontzeggen. Voltaire probeerde de ander, om deze reden, zelfs achter de tralies te krijgen. Nu was Voltaire, zoals ik al aangaf van voor de Verlichting, hij was dus een trendsetter en dan moet je soms over ongebaande paden gaan. Dit wil niet zeggen dat die ongebaande paden dan heilig zijn en dat je ze moet blijven volgen. Soms is het nodig om andermaal een nieuwe weg te kiezen. De basis van de vrijheid van meningsuiting is respect. Respect heeft twee kanten, als je respectvol bent, dan krijg je ook respect.

Laat een reactie achter bij Matroos BeekReactie annuleren