Wie ik binnenkort wel zou willen spreken

Er zijn mensen met wie ik niet zo nodig hoef te spreken. Niet dat ik ze nooit zou willen spreken, maar ergens heb ik het gevoel dat zo’n gesprek eigenlijk nergens toe leidt. Gewoon omdat een gesprek toch altijd een vorm van geven en nemen is. Een gesprek heeft iets in zich van gelijkwaardigheid; anders wordt het een soort dictaat. In zo’n eenzijdig gesprek is er eigenlijk maar één die echt deelneemt. Een gesprek over koetjes en kalfjes vraagt ook gelijkwaardigheid. Ik kan wel een heel onzinverhaal ophangen, maar als de ander niet reageert op wat ik zeg, wordt het al een kort gesprek. Ik heb wel eens met iemand, gewoon voor de grap, een gesprek gevoerd waarbij we elkaar keurig lieten uitpraten, maar totaal niet reageerden op wat de ander zei. Eigenlijk voerden we twee monologen, waardoor het leek alsof het een dialoog was, maar het sloeg eigenlijk nergens op. Dit was best ingewikkeld en het was een kunst om het lang vol te houden.

“Wat een prachtige dag vandaag! De zon schijnt en ik denk erover om straks naar het park te gaan. Misschien neem ik mijn hond mee, want hij houdt echt van rennen in het gras.” zei Karin plots, “Ik heb gisteren een nieuwe game gekocht. De graphics zijn echt fantastisch en het verhaal is super meeslepend. Ik denk dat ik de hele nacht door zal spelen.” reageerde Bert enthousiast. “Ik heb trouwens laatst een geweldig recept voor lasagne gevonden. Ik wil het dit weekend uitproberen. Ik hoop dat het net zo lekker wordt als in het restaurant waar ik het laatst at!” Karin zat vol plannen, meer kreeg Bert niet echt mee. “Mijn broer zei dat hij misschien een nieuwe laptop gaat kopen. Hij twijfelt nog tussen een paar modellen, maar ik denk dat hij voor die met de krachtige processor gaat.” Karin keek hem even verbaasd aan maar reaheerde niet direct. “Soms vraag ik me af hoe het zou zijn om een jaar lang te reizen. Gewoon een rugzak pakken en de wereld ontdekken. Dat lijkt me zo avontuurlijk en bevrijdend!” Bert had echter andere plannen. “Ik moet echt mijn kamer opruimen. Overal liggen spullen en ik kan mijn headset nergens vinden. Misschien moet ik een paar dingen wegdoen om ruimte te maken.”

Je zou je wel kunnen afvragen of dit nu een gesprek was of dat het meer twee mensen waren die iets wilden zenden. Een gesprek is toch altijd een dialoog? Zo’n situatie eindigt toch altijd met een poging van de een om de ene monoloog aan de andere te koppelen. Eigenlijk vind ik dat gesprekken altijd ergens over moeten gaan; ze moeten inhoud hebben. Zo’n gesprek als hiervoor, als ik het voor het gemak zo noem, is een grote grap, maar niets meer dan dat.

Als ik het dan over serieuze gesprekken heb, zou ik binnenkort wel eens willen spreken met Herman Finkers. Ik ben echt een fan; de manier waarop deze man – voorzover ik dat als buitenstaander kan beoordelen – in het leven staat, vind ik heel bijzonder. Daarnaast vind ik hem echt een taalvirtuoos. Wie ik ook wel zou willen spreken, is onze oud-premier Mark Rutte. Je kunt zeggen wat je wilt, maar deze man is op een of andere manier in staat om mensen te laten voelen dat ze het goed hebben, dat wij in een tof land leven. Tegelijkertijd laat hij zich in vaak op zo’n  wijze van zich horen dat je denkt, dat kan toch niet, maar dan blijkt hij er achteraf weinig actieve herinnering aan te hebben. Nu is hij de hoogste baas van de NAVO, terwijl hij ook gewoon voor de klas had kunnen staan. Waarom doet hij zoiets? Wat is de uitdaging om in dit tijdsgewricht, met al die spanning, dit werk te ambiëren? Wat wil hij nalaten aan deze wereld en zouden wij daar straks ook geen actieve herinnering meer aan hebben?

Wie ik ook had willen spreken, was Jan Terlouw, de man achter mooie boeken zoals Oorlogswinter en De Koning van Katoren; de kernfysicus achter D66, de politicus met een visie op onze samenleving. Als oud-lid van de Jonge Democraten was hij destijds op een bepaalde manier een voorbeeld. Hij was ook de vader die vroeger, zo las ik, zijn kinderen verhaaltjes vertelde voor het slapengaan – de schrijver die met vertrouwen in de samenleving opereerde, als het touwtje uit de brievenbus. Een wereld waarnaar ik op de een of andere manier enorm terugverlang.

Ik las echter net dat dit gesprek er sowieso niet meer zal komen, omdat hij afgelopen nacht op 93-jarige leeftijd is overleden. Hoe zal ik hem herinneren? Ik denk aan de schrijver van verhalen waarin, ondanks wat er is gebeurd, een soort hoop schuilt – het komt uiteindelijk goed. Overigens denk ik dat de andere twee gesprekken er ook niet van zullen komen en dat mijn eerste gesprek gewoon weer gezellig met mijn vrouw en kinderen zal zijn – en dat is helemaal fijn!

2 responses to “Wie ik binnenkort wel zou willen spreken”

  1. Zeker fijn want hoeveel stellen praten nu echt met elkaar.

    1. Dat is zeker waar, denk ik 😉

Laat een reactie achter bij waarloopjijwarmvoorReactie annuleren

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder