Nou en of ik mij die wereld herinner. Ik ben opgegroeid in een wereld die snel is veranderd en waar alles vooruitgang leek, het ook zo werd gepresenteerd is dat niet altijd het geval. Ik weet nog dat ik mijn eerste computer kreeg, een Atari spelcomputer. Ik had nog geen weet van internet. Wij zaten geen hele dagen achter onze telefoon en de telefoon had nog een snoer en was alles behalve smart. Ook zaten wij geen hele dagen achter een beeldscherm. In plaats daarvan speelde wij buiten, voetballen op een grasveld achter ons huis, ravotten op de Filters, een braakliggend terrein ergens tussen Heemstede en Bennebroek of oorlogje spelen in het bos achter het huis van een vriendje. Het was de tijd dat mijn vader met ons wandelingen maakte door de Waterleidingduinen en ondertussen verhalen vertelde over Gandalf, Frodo en Smeagol. Het was een tijd waarin ik mijn fantasie de vrije loop kon laten gaan. Geloof mij, ik heb Smeagol echt gezien! Ik was ook minstens zo’n goede voetballer als Rinus Israel. Als ik ziek was, gingen mijn ouders naar de huisarts en als ik een vaccinatie moest halen, vroeg de huisarts of ik even op de kerkklok kon kijken hoe laat het was. Toen was geluk nog heel gewoon.
Nog voor internet was daar mijn Atari spelcomputer. Zo’n cremekleurig ding, met toetsen en in het middenvoor een sleuf waar ik een cassette in kon stoppen. Later kreeg ik een Tulip, met zo’n kast van een monitor en zwart-groene letters. Grafisch stelde het niets voor en ook toen was internet niet iets waar ik echt mee bezig was. Mijn eerste ervaringen met internet was eigenlijk met Google. Ik gebruikte het als een soort Winkles Prins. Als ik iets wilde weten dat zocht je het op. Geen haar op mijn hoofd die twijfelde aan de waarheid van wat ik las. Weer iets later barste de internetbom, het was iets waar je bij moest zijn. Een soort wereld vol met vrienden, het waren ook allemaal Sociale Netwerken, zo deed men ons geloven en ik wilde het graag geloven. Ik omarmde mijn virtuele vrienden, of het nu Twitter, Facebook, Instagram, Pinterest of wat serieuzer Linkedin was. Ik had ze nodig, ik kon niet zonder. Ik sprak met Jan en Alleman, of ze nu kende of niet. Al snel bleek dat de virtuele vrienden niet altijd vrienden waren en dat een open ‘gesprek’ niet altijd prettig verliep. Sociale Netwerken bleken een riool van onzin, van waanzin, Toch is internet meer dan alleen die vuilstorplaatsen waar iedereen maar kan dumpen wat hij of zij wil. Ik realeer mij echter steeds meer dat er een wereld was voor internet, dat een goed boek lezen best wel leuk is en dat een gesprek toch het beste face-to-face op een terrasje in de stad dient p;aats te vinden. Ik denk ook dat het niet zo heel verkeerd is om zelf na te denken en niet direct alles op internet aan een AI chatbot voor te leggen. Het is wat dat betreft net als al die mensen die de ANWB in de zomer moet helpen omdat plots de navigatie app niet werkt en ze nooit geleerd hebben om kaart te lezen. Een beetje minder internet, als het even kan, helpt echt.

Laat een reactie achter bij CoachBert62Reactie annuleren