De vreemdeling stapte langzaam naar voren, alsof elke pas een ritueel was. De lucht leek dikker te worden, als stroop die zich door zijn longen wrong. Mika knipperde met zijn ogen, maar de schaduwen verdwenen niet, integendeel, ze kwamen dichterbij. Niet rennend, niet sluipend. Ze gleden.
De figuren leken net menselijk genoeg om het ongemakkelijk te maken. Te veel ledematen onder hun mantels? Nee… misschien een illusie, een breking van het licht. Eén van hen hield zijn hoofd schuin, alsof hij naar Mika luisterde met iets wat geen oren waren.
Een doffe klik. De vreemdeling had het apparaat geactiveerd. Meteen begonnen de schaduwen te trillen, niet fysiek, maar hun contouren flikkerden als vlammen in de wind.
“Ze zijn geen mensen,” fluisterde de vreemdeling. “Ze zijn overgebleven patronen. Echo’s van de eerste schakel.”
Mika slikte. “Wat willen ze?”
“Ze herkennen het apparaat,” zei de vreemdeling. “En jou.”
Het tandwiel in de generator stopte met draaien. Alles werd stil. Zelfs de lucht leek zijn adem in te houden.
Toen zetten de schaduwen hun laatste stap naar voren, en de grond onder Mika begon zachtjes te trillen, alsof iets onder hen ontwaakte.

Geef een reactie