Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: niemand functioneert in het luchtledige. Iedereen draagt een geschiedenis met zich mee en heeft een toekomst voor zich. Ervaringen – positief én negatief – beïnvloeden hoe je reageert op situaties. Natuurlijk speelt karakter een rol; ik geloof dan ook niet direct in het concept van een volledig tabula rasa. Evenmin geloof ik dat mensen ‘slecht’ geboren worden.
Er wordt wel eens gezegd: “Waar je mee omgaat, raak je mee besmet.” Wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Zijn dit de beruchte ‘foute vrienden’ die een rol spelen? Of is je afkomst, je omgeving, misschien bepalend voor hoe je uiteindelijk terechtkomt? In Nederland kennen we het gezegde: “Als je als dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje.” Met andere woorden: wie als kwartje geboren is, heeft een voorsprong. En wie als dubbeltje geboren is, moet harder knokken. Kinderen van ouders die het financieel moeilijk hebben – die misschien moeten rondkomen van een uitkering – krijgen vaker een lager schooladvies. Als kind moet je dan ontzettend gemotiveerd zijn om de wereld te bewijzen dat ze het bij het verkeerde eind hebben.
Er is zelfs onderzoek dat suggereert dat de maand waarin je geboren wordt invloed kan hebben op je toekomst. Stel je voor: je bent de jongste van de klas, de Benjamin, en je moet je voortdurend bewijzen tegenover oudere kinderen. Dit fenomeen noemen we het geboortekwartaal-effect – daar schreef ik al eerder over. Als je continu tegen de stroom in moet roeien en jezelf telkens moet bewijzen, bepaalt dat in hoge mate je kijk op de wereld. Je blijft vechten, óf je wordt het vechten moe. Want nogmaals: niemand functioneert in het luchtledige.
Ook op de werkvloer ontkom je niet aan samenwerking. Je komt in contact met anderen, en hoe dat verloopt hangt van allerlei factoren af. Simpel gezegd: actie = reactie. Ik reageer op een bepaalde manier, de ander reageert daarop, en daar reageer ik weer op – zo ontstaat een communicatiepatroon. In een groep kunnen meerdere mensen reageren en zo gezamenlijk bijdragen aan het gedragsdynamiek.
Terug naar het begin. Stel dat iemand een strenge opvoeding heeft gehad – of liever: ervaren. Ouders die overal bovenop zaten, die streng waren over schoolresultaten, die allerlei verplichtingen oplegden vanuit hun eigen normen en waarden. Stel dat je als kind, mogelijk daardoor, op school gepest bent, buitengesloten bent. Als je – bijna letterlijk – hebt moeten vechten om je hoofd boven water te houden, om te mogen zijn wie jij bent, dan heeft dat grote invloed op je latere leven.
Hoe je op volwassen leeftijd functioneert, hoe je samenwerkt met anderen, wordt dus niet alleen bepaald door de actuele situatie, maar ook door de bagage die je meeneemt. Als ik een dominante leidinggevende heb en ik ben opgegroeid met een dominante vader, dan beïnvloedt dat waarschijnlijk hoe we met elkaar omgaan. Als ik vroeger ben gepest en buitengesloten, is het niet ondenkbaar dat ik soortgelijke situaties op de werkvloer opnieuw ervaar.
Tegenwoordig is het gebruikelijk om – als verlengstuk van een functionerings- of jaargesprek – een FIT-gesprek of een 360 graden feedbacksessie te voeren. Degene die beoordeeld wordt, vraagt collega’s om feedback over de samenwerking. Persoonlijk heb ik altijd mijn twijfels gehad bij zulke methoden. Stel dat je niet goed in het team ligt – betekent dat automatisch dat je niet goed functioneert? Of stel dat je een klassiek functioneringsgesprek voert met een leidinggevende met wie je geen klik hebt. Wat zegt een negatieve beoordeling dan eigenlijk? Is het een objectief feit of zegt het misschien meer over de beoordelaar?
Niemand functioneert in het luchtledige. Ieder mens is op zijn of haar eigen manier uniek en waardevol.

Geef een reactie