Raising-a-school-shooter

Afgelopen maandag, er was eigenlijk niets op TV, zat ik wat te zappen langs de zenders tot ik bij de VRT een dame in beeld kwam, kort grijs haar die vertelde over haar zoon Dylan. In het onderschrift was te lezen dat de vrouw Klebold heette en op dat moment ging bij mij een belletje rinkelen. Dylan Klebold, die naam kwam mij bekend voor. Hij was een van de twee schutters bij het drama op de Columbine Highschool.

In de voorbereiding op mijn allereerste artikel over pesten in de sport heb ik heel veel mensen geschreven die ervaring hadden met pesten, mensen die het fenomeen pesten onderzocht hadden maar ook mensen die, misschien wel verantwoordelijk waren voor het signalen en het aanpakken van het ongewenste gedrag. Een van de eerste mensen die ik heb geschreven was Bob van der Meer. Van der Meer had onderzoek gedaan naar pesten op de werkvloer en in het onderwijs en was de man die ik moest vragen. Het was goed, zei hij, dat ik een artikel wilde schrijven over pesten in de sport. Het onderwerp was namelijk onderbelicht en nog niemand had hier, in zijn ogen, voldoende aandacht aanbesteed. Naast het contact met van der Meer stuurde ik ook emails naar verschillende discussiegroepen, in verschillende landen en zo kwam ik ook in contact met enkele, laten we ze gymdocenten noemen, in de Verenigde Staten. Dit alles speelde zich af rond de tijd dat het bloedbad op de Columbine Highschool. Het kon dan ook niet anders dan dat dit in ons mailcontact naar voren kwam.

In het programma kwam ook een vader aan het woord wiens zoon levenslang had gekregen. Zijn vader vertelde dat zijn zoon hem excuses had aangeboden en dat het enige wat hij wilde was dat het pestte stopte. Hij had een geschiedenis van uitgelachen te worden, buitengesloten te worden, van het mishandeld worden door klasgenootjes, soms tijdens de les, als hij met pennen gestoken worden in zijn armen of benen en telkens was hij degene die de schuld kreeg. Zijn ouders hadden geen wapen, iets wat in de VS bijna normaal is. Hij had uiteindelijk het wapen gepakt van een oom. Ergens was er dus een gelegenheid en was de nood was voor deze jongen zo groot dat hij tot zijn daad gekomen was. Ook ik ben vroeger gepest, ook ik ben buitengesloten, uitgelachen, in elkaar geslagen en ook ik heb teruggevochten, alleen had ik geen wapen, maar ook ik wilde dat het stopte. Aan al die dingen moest ik denken toen ik dit programma keek.

Nu heeft pesten in de basis een hoog ‘onder de pet’ gehalte. Het slachtoffer zal het vaak niet aan de grote klok hangen, bang om niet geloofd te worden, niet serieus genomen te worden, bang om nog harder teruggepakt te worden. De dader zal het niet aan de grote klok hangen, pesten geeft macht en dat laat je niet graag los. Meelopers zullen niet naar buiten treden omdat ze anders misschien ook slachtoffer zouden kunnen worden. Hetzelfde geldt voor eventuele potentiële slachtoffers. Iemand die gepest wordt weet vaak geen uitweg. Toch lijken er ook cultuurverschillen in hoe slachtoffers van pesten omgaan met hun ervaringen, afhankelijk van het land waarin ze opgroeien. Zo zijn ze in de VS, lijkt het, vrij open over pesten, er is veel aandacht voor in de media en slachtoffers worden gestimuleerd om hierover, ook in het openbaar, over naar buiten te treden. Slachtoffers worden gestimuleerd zelf hulp zoeken. In sommige Amerikaanse staten bestaat strenge wetgeving om het pesten aan te pakken. Zo kunnen ouders in de plaats Wisconsin Rapids een boete van honderden dollars krijgen als hun kinderen anderen pesten. Dit is onderdeel van een lokaal wetsvoorstel dat ouders verantwoordelijk stelt voor het gedrag van hun kinderen. De staten New York, California, en Massachusetts hebben uitgebreide anti-pestwetten die scholen verplichten om beleid te ontwikkelen, incidenten te rapporteren, en preventieve maatregelen te nemen. In sommige gevallen kunnen ernstige vormen van pesten zelfs strafrechtelijk worden vervolgd. Toch, zo bleek ook uit de eerder genoemde documentaire, zijn wapens voorhanden en kan een slachtoffer verhaal halen op zijn of haar daders. In een land als Japan is men veel minder geneigd om hun situatie publiekelijk te delen, uit angst om de groep te verstoren of gezichtsverlies te lijden. Door de sterke nadruk op harmonie en prestaties, kunnen slachtoffers zich schamen en hun problemen verbergen, wat het risico op psychische klachten vergroot met alle gevolgen van dien.

Europa loopt voorop in wetenschappelijk onderzoek naar pesten, wat helpt bij het ontwikkelen van effectieve interventies. In landen als Zweden en Litouwen zijn de cijfers voor pestervaringen relatief hoog, maar er is ook veel aandacht voor preventie. Misschien is dit een voorbeeld van het feit dat alles wat je aandacht geeft groeit. Binnen Europa kennen wij vaak een institutionele aanpak: scholen hebben vaak protocollen en interventieprogramma’s en in sommige landen mogen scholen zelfs zonder ouderlijke toestemming ingrijpen (bijv. fouilleren of inbeslagname van spullen).

Wat mij bij bleef na het zien van de documentaire was de angst, het gevoel van alleen te zijn, van het slachtoffer, de ouders die soms niets hadden zien aankomen, soms geen idee hadden wat er in hun kind omging. Ik moest ook terugdenken aan een van mijn eigen leraren die het allemaal geneuzel vond. Bij pesten zet je de dader en het slachtoffer bij elkaar en lost het zich vanzelf op, was zijn stellige overtuiging.

8 reacties op “Raising-a-school-shooter”

  1. Ik heb e.e.a. gelezen (waaronder twee boeken) en gezien over Columbine. Dat zit zo gecompliceerd in elkaar dat het niet alleen op pesten valt toe te spitsen in mijn opinie. Het gamen wat die twee bijvoorbeeld ook deden, ze speelden zeer fanatiek “Doom” en de afstandelijke ouder-kind relatie in de gezinnen moeten hier ook een rol hebben gespeeld. Om maar twee aspecten te noemen. Evengoed, pesten en de gevolgen ervan worden zwaar onderschat. Hoog tijd dat daar nog meer aandacht voor komt.

    1. Ja, dat ben ik met je eens. Zeker in dit drama is de afwezigheid van de ouders opvallend, maar dat maakt het voor de eenzaamheid die al die jongens moeten hebben ervaren, des te triester. Daarkomt bij dat als de werkelijke wereld vijandig, giftig is, ik mij erg goed kan voorstellen dat een kind het zoekt in een schijnwereld waar je misschien meer regie ervaart. In de documentaire komt ook een vader aan het woord die zo graag zijn zoon had willen helpen, maar die het niet voor elkaar kreeg. Het excuus, de opmerking, ‘Ik wilde gewoon dat het stopte pap!’ komt van deze jongen.

  2. Iemand met weinig weerstand blijkt een gemakkelijk slachtoffer van pesterijen te worden.dat kan verschillende oorzaken hebben. Een goede en open communicatie met de ouders kan al veel oplossen, maar ook op school, in de sportclub of verenigingen kunnen leidinggevenden pesterijen herkennen en er iets mee doen. maar een pesterij heeft nooit een standaard oplossing.

    1. Ik maak wel bezwaar tegen dat begrip weinig weerstand, want daarmee wordt het probleem direct bij het slachtoffer neergelegd. Het probleem is ook niet zo zeer het herkennen, want pesten heeft een hoog onder de pet gehalte. Vaak is pesten helemaal niet zo herkenbaar, omdat het in het geniep gebeurd en helemaal niemand doorheeft wat er gebeurd. Ook de leerkracht, de trainer van de sportclub niet. In mijn boek een waargebeurd verhaal over een jongen die de straf van zijn ouders prefeleerde boven de afstaffing van een pester. De jongen werd in zijn kleren onder de douch gezet, er werd over hem heen geplast, en als hij thuis kwam met natte kleren, vertelde hij altijd dat het gezellig was, dat het leuk was en dat hij zelf onder de douche in de kleedkamer gerend had. Zijn ouders dachten dat hij het ook leuk had, hij ging altijd ruim op tijd van huis naar de sporthal en kwam altijd erg laat thuis. Dat hij dat deed om zijn pesters te ontlopen kwam pas later naar buiten. Dat het uiteindelijk naar buiten kwam was omdat een van zijn teamgenootjes, een jochie die misschien ook, minder weerstand had, er thuis iets over had vertelt tegen zijn moeder. Zij was het ook die aan de bel trok.

  3. Pesten gebeurt vandaag vaak digitaal, en daardoor nog geniepiger en giftiger dan vroeger. Ondanks duidelijke schoolregels liep het ook bij ons soms niet goed. Wat me stoort, is dat de schuld de laatste jaren te vaak bij het slachtoffer wordt gelegd, alsof die het uitlokt. Onzin. De verantwoordelijkheid ligt altijd bij de pester — en bij zijn meelopers. Toen ik nog les gaf, was mijn tactiek: de pestkop persoonlijk aanspreken en met hem of haar een strategie uitwerken om onmiddellijk te stoppen met pesten en zijn/haar negatieve energie om te zetten in iets positief. Een soort positief leiderschap. Dat werkte echt, maar het probleem is vaak dat het te lang duurt eer je weet dat er gepest wordt en door wie.

    1. Mooie strategie Bea! Het stoort mij ook enorm dat het probleem vaak bij het slachtoffer wordt gelegd, niet weerbaar, te weinig zelfvetrouwen. Nee, het probleem ligt bij de agressor en bij de meelopers. Al komt het voor dat meelopers uitsluitend meedoen om te voorkomen dat ze zelf slachtoffer worden. Het probleem is inderdaad dat de signalen nooit zo duidelijk zijn en dat vrijwel iedereen in een groep waarin gepest wordt er baadt bij heeft om er niet over naar buiten te treden. Doordat wat je terecht noemt, het tegenwoordig ook digitaal, anoniem, gebeurd, maakt het des te giftiger, schadelijker. Wat mij in de documentaire het meeste raakte was de eenzaamheid die deze jongens moeten hebben ervaren. Ouders die wel afwezig lijken en als ze wel aanwezig zijn en er ook iets aan willen doen, niet weten hoe of niet gesteund worden.

  4. Heeft de laatstgenoemde leraar het wel eens uitgeprobeerd?

    1. Ja en dit had niet het gewenste effect, maar dat lag niet aan hem.

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder