De discussie over de gevolgen van koppen bij voetbal, klappen op je hoofd bij boksen en valpartijen bij wielrennen is niet van gisteren en ook niet typisch Nederlands.
De Nederlandse Sportraad riep woensdag op om jonge sporters beter te beschermen tegen hersenletsel. De raad adviseerde onder meer een verbod op koppen tot twaalf jaar en een helmplicht bij sporten met valrisico.
Kinderen zouden volgens de raad tot hun twaalfde jaar niet mogen koppen in het voetbal. Ook stoten tegen het hoofd in vechtsporten en tackles in rugby worden tot achttien jaar sterk ontraden. Volwassenen krijgen het advies herhaald hoofdcontact te verminderen. Die grenzen van twaalf en achttien jaar lijken een soort compromis. Bij Omroep Max haalde men professor Scherders, de man van ‘NIX onder de 18’, van stal. Hij kan als geen ander eenvoudig uitleggen welke schade op welk moment en op welke plek in de hersenen kan ontstaan.
Voetballers en mensen uit het werkveld sputterden direct tegen: koppen hoort immers bij voetbal. De KNVB zegt de aanbevelingen te bestuderen en zal bekijken wat ze ermee moeten. Om de een of andere reden loopt deze sportbond altijd achter de kudde aan; echte proactieve, vooruitstrevende maatregelen blijven uit. Toch is hij hier een stuk genuanceerder, “belangrijk is óók dat kinderen wel blijven voetballen.”
Verschillende grote voetballanden hebben koppen al verboden voor de jongste jeugd. In de Verenigde Staten mogen kinderen van tien jaar en jonger sinds 2015 niet meer koppen. Engeland, Schotland, België en Canada hebben de afgelopen jaren vergelijkbare regels ingevoerd.
“Sommige mensen gaven het commentaar dat ons advies door twee kamergeleerden bedacht is”, zegt Van ’t Hek.
Het feit dat andere voetbalbonden al wel maatregelen hebben getroffen, deert de KNVB niet. “Iemand met dementie is het ook weer snel vergeten”, moeten ze in Zeist hebben gedacht.
Die aanbevelingen kwamen niet uit de lucht vallen. Volgens de Sportraad zijn ze nodig omdat herhaalde klappen op het hoofd het risico op chronisch hersenletsel, waaronder dementie, vergroten. De Gezondheidsraad concludeerde dat in juni dit jaar eveneens op basis van wetenschappelijk onderzoek. Kinderen en jongeren zijn extra kwetsbaar omdat hun brein nog volop in ontwikkeling is. Hier hoorde ik opnieuw professor Scherders.
In ons land lijkt soms alles op zijn kop te staan. De kiesgerechtigde leeftijd moet omlaag, vinden sommige partijen. Een ritje op een fatbike? Waar klaagt men over? Alcohol onder de achttien: je moet er toch bij horen. Wat een betutteling!
Die grens van achttien jaar is eigenlijk ook een compromis. Kunnen wij met zekerheid stellen dat onze hersenen dan al volgroeid zijn? Ik moest onwillekeurig terugdenken aan onze laatste vakantie in Noorwegen. Bij een museumbezoek vroegen ze hoe oud onze kinderen waren. “They’re all grown up,” reageerde ik lachend. Toen we hun leeftijden noemden, bleek onze jongste zoon toch kinderkorting te krijgen: hij was net 25 geworden. De vrouw achter de kassa vond het net zo humoristisch en zei: “This also applies if you wish to purchase alcohol!” Hier hoorde ik opnieuw professor Scherders, maar NIX onder de achttien bleek in Noorwegen iets opgerekt.
De aandacht voor onze gezondheid heeft soms niets met gezondheid te maken, maar alles met economische afwegingen. Vaak is alles een compromis tussen mensen die zekerheden willen inbouwen en mensen die alles gezeur vinden.
“Voetbal zonder koppen is toch geen voetbal?” Nou ja, dat moeten ze in Zeist maar beslissen. Ik moet bekennen dat ik een goede kopbal, zoals het doelpunt van Dumfries tegen Polen gisteren, echt spectaculair vind. Van Dijk schuift bij een vrije trap of corner vooral op omdat hij ook goed kan koppen. Zonder koppen oogt een wedstrijd meteen anders. Toch is het risico op hoofdletsel ook zonder kopcontact niet kleiner.
Wij speelden in de vierde divisie een uitwedstrijd tegen Hercules, de club die later Ajax in de KNVB-beker uitschakelde. In ons geval ging het om een O14-jeugdwedstrijd. Hercules was duidelijk de bovenliggende partij, en dat er bij rust nog geen doelpunt was gevallen, kwam vooral door onze keeper. Het was eenrichtingsverkeer, maar hij hield keer op keer een-een-situaties tegen. Vijf minuten voor rust ontstond weer zo’n situatie. De keeper kwam uit, leek de bal klemvast te hebben, maar de spits trapte vol door en raakte zijn hoofd. Er stroomde bloed uit plekken waarvan ik niet eens wist dat dat kon. Ook nu viel er geen doelpunt. Nadat onze keeper was opgelapt, kon de laatste vijf minuten van de eerste helft alsnog worden uitgespeeld; hij stond er goed op.
In de rust zaten de spelers uitgeput in de warme kleedkamer. Het was hard werken, maar het stond nog steeds 0–0. Ik zat naast onze gehavende keeper – mijn zoon – en merkte niet dat hij langzaam wegzakte. Een half uur later zaten we samen op de Spoedeisende Hulp van het UMC: het bleek een lichte hersenschudding.
Ik moest hieraan denken toen ik las over volwassen sporters die jaren later nog hinder ondervinden van hoofdletsel uit hun jeugd. Het verhaal van die voetballer raakte me het meest, omdat het ook om een incident ging. Ik heb niet de indruk dat mijn zoon nu nog last heeft van die tik; het was tenslotte ‘maar’ een lichte hersenschudding. Wel denk ik na over de rol van scheidsrechters bij jeugdwedstrijden. In ons geval kreeg de jongen die vol tegen zijn hoofd schopte geen gele kaart, laat staan rood. Het was gewoon ‘part of the job’ – het kan gebeuren. Maar als de scheidsrechter wel had ingegrepen, was hij misschien de volgende keer voorzichtiger geweest. Een scheidsrechter draagt immers bij aan een veilig verloop van de wedstrijd.
Wat me in het laatste artikel is bijgebleven, is dat volwassenen op latere leeftijd veel hinder kunnen ondervinden van hoofdletsels uit hun jeugd. Welke verantwoordelijkheid hebben bonden voor de veiligheid en gezondheid van hun leden? Die vraag houdt me bezig. Ik hoor mensen al roepen dat leden zelf verantwoordelijk zijn, en dat bij kinderen de ouders er wel op toezien, toch?

Laat een reactie achter bij Matroos BeekReactie annuleren