Het is alweer meer dan 30 jaar geleden. Wij hadden net ons eerste huis gekocht. We huurden op dat moment nog een eengezinswoning, midden in zo’n bekend rijtje, aan het eind van een woonerf in een destijds nieuwe woonwijk. We hadden de huur opgezegd en kregen in de weken daarna enkele potentiële nieuwe huurders op bezoek om de woning te kunnen bekijken. Zo ook die bewuste vrijdagavond. Ik weet nog dat het een vrijdag was, omdat vrijdag eigenlijk de avond was waarop wij onze wekelijkse boodschappen deden. Hoewel je wist dat die bezichtigingen erbij hoorden, was het toch altijd weer een gedoe. Mensen komen toch je huis bekijken, wat toch lang ‘ons huis’ was geweest.
Klokslag zeven uur stond er een jong stel voor onze deur. Ze kwamen uit Tunesië, vertelden ze. Ik had er niet naar gevraagd, maar kennelijk had ik op een bepaalde manier gekeken, of hadden ze de vraag waar ze vandaan kwamen vaker gehad. “Zal ik jullie het huis even laten zien?” begon mijn vriendin voortvarend. “Dat kan, maar eerlijk gezegd hebben wij maar één vraag,” reageerde de man. “Daar waar wij vandaan komen, zoek je eigenlijk niet direct een huis, maar eerder je buren.”
We keken elkaar een moment zwijgend aan. Dit hadden we niet verwacht.
“Okee, ja, de buren aan die kant,” zei ik, wijzend naar rechts, “zijn leuke mensen. Nog jonge mensen, iets ouder dan wij, ze hebben twee dochters. We lopen daar niet de deur plat, eigenlijk heb je er gewoon geen last van. Of ja, af en toe op zondag, dan speelt de buurman graag piano, maar dat is niet storend.”
“Hij kan echt piano spelen?”
“Ja, dat kun je wel zeggen. Het is min of meer zijn beroep!”
“De buren aan de andere kant, dat is een ander verhaal.”
“Een ander verhaal?” De man keek mij enigszins verbaasd aan.
“Ja, waar moet ik beginnen? Ze zijn aanwezig, behoorlijk aanwezig, laat ik het zo zeggen.”
“Ik geloof niet dat ik u goed begrijp. Bedoelt u dat ze luidruchtig zijn?”
“Ja, onder andere, maar er is meer. Zo kan het gebeuren dat er, vooral in de zomermaanden, hier drie auto’s voor de deur staan. Twee zonder wielen, op kistjes, en één waaraan de buurman aan het klussen is. Ze hebben drie zonen: twee zitten in een instelling, maar met de jongste hebben ze hun handen vol. Een week terug, ik had nachtdienst en lag te slapen, tril ik plots bijna letterlijk uit mijn bed. Had die jongen zijn ramen opengezet, twee geluidsboxen op de vensterbank gezet en de stereo voluit.”
“Ik heb een beetje een beeld!” De man glimlachte.
“Je vergeet nog die keer dat wij in de tuin zaten, afgelopen zomer, en er plots een bank door het slaapkamerraam naar buiten geschoven werd,” vulde Inge mij aan. Nu was het mijn beurt om te glimlachen.
“O ja, dat was wat. Het was een mooie avond, toen plots een raam op de eerste verdieping open werd geschoven.”
“Wij dachten eerst: die bank kan vast niet door het trappenhuis!”
“Voorzichtig werd die bank door het raam naar buiten geschoven, zodat hij recht naar beneden de tuin in viel.”
“Ja, en toen stond daar een bank, op een leuning, rechtop in hun tuin!”
“… en daar is die bank zo’n drie maanden blijven staan. Zullen we nu ons huis verder laten zien?” “Nee, dank u. Wij weten genoeg!”

Geef een reactie