De klok tikte het vaste ritme. Buiten raasde de wind langs de dakpannen. Het was echt weer om binnen te blijven. Het manuscript lag op tafel, open op de pagina waar de vader zijn stem verhief tegen zijn zoon.
Zijn vingers raakten het papier slechts licht aan alsof het iets kostbaars was. Hij liep naar het raam en keek naar de straat. Een kat strekte zich onder een lantaarnpaal. Eind van de maand zou het boek in de etalage en vreemden zouden erin lezen. Zouden ze hem uitlachen? Hij opende het opnieuw en las de scène nog een keer. De woorden voelden anders dan toen hij ze schreef. Was het te zwaar of te licht? Hij sloeg de bladzijde dicht en zuchtte.
Zijn telefoon lichtte op; een bericht van de uitgever: “Alles klaar voor lancering.” Hij legde het toestel met de schermzijde naar beneden. In de keuken zette hij thee maar vergat het zakje. Het water bleef kleurloos en koud. Een slok trok zijn gezicht. Terug bij de tafel pakte hij een envelop. Langzaam schoof hij het manuscript erin en vouwde de rand om. De plakrand voelde stug. Hij ademde diep. Zijn hart bonsde. Op het randje van de deur bleef hij staan. Elke stap nam iets met zich mee: twijfel, hoop, herinnering. De brievenbus wachtte. De envelop gleed uit zijn vingers en viel, zacht en precies op de houten bodem. Hij hurkte en voelde een vreemd licht in zijn borst. Alsof iets zich verloste. Hij stond op en sloot de deur achter zich. De nacht nam het geluid over en de wind fluisterde één keer. Thuis ging hij zitten en glimlachte zwak. De leegte naast hem voelde vriendelijk aan. Hij raakte zijn handen en wist dat wat nu volgde met hem meeging. Buiten doofde de straatlantaarn.

Geef een reactie