Andermaal een tot de verbeeldingsprekende schrijfuitdaging van Geesje. De WE300, schrijf een verhaal van 300 woorden over één woord, maar gebruik dit woord niet. Ditmaal het woord ‘Woestijnzand.’
Hij liep stug door, de harde wind striemde in zijn gezicht. Elke stap liet een spoor achter dat meteen weer werd uitgewist, alsof iemand hem wilde leren dat niets blijvend is. Het was een plek waar stilte zwaarder woog dan woorden, waar de horizon zich eindeloos uitstrekte en de zon als een vurige bloedhete bol hem hing. Er kwam geen einde aan.
De man droeg slechts een klein leren zakje met een steen erin, gekregen van een oude man. “Deze steen,” had de man gezegd, “herinnert je eraan dat het pad niet buiten je ligt, maar binnenin.” Toch voelde hij de leegte om zich heen.
Hij dacht aan water, aan schaduw, aan de belofte van een mooie, groene plek, die misschien bestond, misschien niet. Telkens wanneer hij zijn blik liet rusten op de golvende heuvels voor hem zag hij niets. Het was niet de bestemming die hem riep, maar het leren luisteren naar het kloppen van zijn hart.
Een vogel cirkelde hoog boven hem. De man sloot zijn ogen. Hij hoorde alleen de wind. “Alles wat je zoekt, zoekt jou ook,” had de man gezegd. Hij glimlachte, want hij begreep dat de deze enorme leegte geen vijand was, maar een leraar.
Toen hij verderging, voelde hij hoe de korrels onder zijn voeten brandde. Hij moest niet stil blijven staan. Hij had een enorme dorst. Hij moest door. Pas als je dorst hebt ga je zoeken.
Hij dacht aan de woorden van de oude man: “Wie durft te luisteren, ontdekt dat stilte spreekt,” en zo leerde hij dat dit uitgestrekte landschap niet slechts een plaats was, maar een boek zonder letters. Wie durfde te luisteren, ontdekt dat elke stilte een verhaal bevat en elke horizon een vervolg.
Hij liep verder, niet langer zoekend, maar vertrouwend op een goede afloop.

Geef een reactie