Nog één dag, en dan nemen we alweer afscheid van het jaar 2025. En wat een jaar was het. De wereld staat nog steeds in brand, de aarde warmt verder op en op het lavastrand in IJsland was het ineens een stuk warmer dan in mijn achtertuin. De PKK besloot zichzelf op te heffen, maar in Rome gaan ze nog even door en werd een nieuwe paus benoemd — voor het eerst een Amerikaan. Ondertussen wordt de wereld steeds nadrukkelijker verdeeld in drie machtsblokken, waarbij Europa min of meer in de mangel lijkt te komen. “To Mangel or Not to Mangel, that’s the question,” zei een groot schrijver ooit.
Gelukkig veranderen sommige dingen nooit, zoals de Top 2000 en de drie-woorden-uitdaging aan het einde van de laatste maand van het jaar.
De woorden voor deze uitdaging zijn:
– Rioolwaterzuiveringsinstallatie
– Rehabilitatie
– Overgevoelig
Op die bewuste grijze dinsdagochtend fietste Noor naar haar werk, een klein onderzoeksbureau, pal naast de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Niet de meest romantische plek, maar ze was eraan gewend geraakt. Sterker nog: ze vond het geruststellend dat er elke dag mensen bezig waren om het water schoner te maken dan het binnenkwam. Een soort stille, onzichtbare zorg voor de wereld.
Die ochtend was anders. Bij de ingang stond een man die ze nog niet eerder had gezien. Hij leunde tegen de muur, handen diep in zijn jaszakken, alsof hij probeerde te verdwijnen in de kraag van zijn jas.
“Goedemorgen,” zei Noor terwijl ze haar fiets op slot zette.
De man keek op. “Oh, eh… goedemorgen. Ik wacht op iemand van binnen ……. Rehabilitatieprogramma. Ik moet weer wennen aan een werkritme.”
Noor glimlachte. “Dan ben je hier aan het juiste adres. Wij hebben koffie die zelfs dode planten wakker krijgt.”
Hij lachte zacht. “Dat klinkt precies als wat ik nodig heb.”
Binnen bleek dat hij Thomas heette. Hij was electrotechnisch monteur geweest, maar na een burn-out had hij een tijd thuisgezeten. Nu probeerde hij langzaam terug te keren in het arbeidsproces, met kleine klussen op het terrein van de installatie.
Tijdens de koffiepauze merkte Noor dat hij soms schrikachtig reageerde op harde geluiden. Een vallende mok, een piepende deur — hij was duidelijk nog overgevoelig voor prikkels. Maar hij deed zijn best, en dat raakte haar.
“Het gaat wel,” zei hij, toen ze vroeg hoe het met hem ging. “Ik moet gewoon leren dat niet alles meteen gevaar is.”
Ze knikte. “Dat komt. Stap voor stap.”
In de weken die volgden dronken ze vaker samen koffie. Soms praatten ze, soms zwegen ze gewoon en keken naar de stoom die uit de grote pijpen van de installatie omhoog kringelde. Het was geen bijzondere plek, maar het werd een bijzonder moment in hun dag.
Op een ochtend, toen de lucht helder en koud was, stond Thomas al buiten te wachten.
“Voor jou,” zei hij, en hij overhandigde haar een thermosfles. “Zelfgemaakte koffie. Ik dacht… misschien is het tijd dat ik ook eens iets terugdoe.”
Noor voelde haar wangen warm worden in de winterlucht. “Dank je. Echt.”

Geef een reactie