“Hoe vond je het gaan?” vroeg de trainer.
“Niet heel best,” was het korte antwoord.
“Waarom vond je het niet best?”
“Nou kijk nu, Sjors is op mijn positie toch veel beter. Hij ziet alles.”
Eric zat nadat hij gewisseld was mokkend op de bank. Hij ‘zat niet in de wedstrijd’ en gaf zelfs toe dat Sjors het best goed deed. Eric hoopte diep in zijn hart dat Sjors ook fouten zou maken, maar Sjors kwam redelijk ongeschonden uit de wedstrijd.
Na de wedstrijd evalueerde de beide trainers de verloren wedstrijd. Er werd gewikt en gewogen, spelers met elkaar vergeleken. De conclusie was dat Sjors toch veel beter was. Sjors verdiende een basisplaats. Zaterdag zou Sjors in de basis staan. Er moest gewonnen worden.
Het denken in absolute fouten, in winnen of verliezen, staat vrij haaks op de ontwikkeling van spelers. Eric is Sjors niet, beide zijn totaal verschillende mensen, met een totaal verschillende achtergrond, totaal verschillend netwerk. Eric is rechtsbenig, Sjors is linksbenig. Sjors is een echte beelddenker terwijl Eric een echte taaldenker is. Eric zit in de examenklas en heeft net enkele dagen voor de wedstrijd een toets volledig verprutst. Sjors zijn ouders zijn gescheiden. Hij woont het ene weekend bij zijn moeder, het andere weekend bij zijn vader. Eric komt uit een groot gezin, Sjors is enigst kind. Eric is geboren in November, Sjors in Januari. Eric heeft verschillende sporten gedaan, voordat hij is gaan voetballen. Sjors voetbalt vanaf zijn vijfde, nu dus al weer 13 jaar. De verschillen zijn onuitputtelijk.
De context maakt dat je spelers niet één op één met elkaar kan vergelijken en ook niet mag vergelijken. Je doet spelers enorm te kort door met een soort grove hark door een team te gaan. Elke trainer, ook binnen teamsporten, zou ontwikkeling moeten individualiseren. Spelers moet je niet met anderen vergelijken, die vergelijking gaat volledig mank en hoe groter de groep, hoe verder je van talentontwikkeling af komt te staan. Trainers zouden voor elke speler, ook binnen teamsporten een persoonlijk ontwikkelingsplan moeten maken. Wat kan jij al goed? Wat zijn jouw kwaliteiten? Wat wil jij leren? Hoeveel energie en tijd wil jij hier in steken? Wat heb jij daar bij nodig? Hoe kan ik jou daar bij helpen?
Misschien moeten ook trainers binnen teamsporten het meer gaan zoeken in het streven naar een PR?

Geef een reactie