“Jou heb ik nog niet gehoord,” zei een collega laatst tijdens een werkoverleg. En dat klopte. Tot dat moment had ik nog niets gezegd. Maar dat betekende niet dat ik geen mening had, of dat ik niet had nagedacht. Integendeel. In mijn hoofd gebeurde van alles. Alleen voel ik zelden de drang om dat meteen naar buiten te slingeren.
Ik sta niet graag in het middelpunt van de belangstelling. Eén op één contact binnen een groep vind ik prettiger dan spreken tegen een hele groep mensen, zeker als ik de meeste niet ken. Ik ben introvert. Ik twijfel. Ik ben voorzichtig en dat wordt niet altijd gewaardeerd in een maatschappij die draait op zelfverzekerde, extraverte types.
Toch ben ik niet alleen. Ik heb een brede ‘vriendenkring’. Ik ben een netwerker, met een wereldwijd netwerk zelfs. Maar ik koester ook momenten van stilte, van alleen zijn, van nadenken. Ik druk me beter uit op papier dan in een gesprek. En toch denken collega’s dat ik een vlotte prater ben. Als ik praat over iets dat me écht interesseert, word ik enthousiast. Een leidinggevende schreef ooit: “Ik heb nog nooit iemand zo enthousiast horen praten over zo’n stoffig onderwerp als arbeidsomstandigheden.” Ook dat heb ik overigens geleerd: me aanpassen aan de wereld om mij heen.
Ik ben altijd een stille, serieuze jongen geweest. Een familielid noemde me ooit de filosoof van de familie, omdat ik als kind nadacht over dingen waar kinderen van mijn leeftijd normaal gesproken niet over nadachten. Ik houd er van om alleen te werken, geen afleiding. Het thuiswerken, dat tijdens de Coronacrisis een vlucht kreeg, vond ik een zegen en nog vind het heerlijk thuis te werken. Ik ben dan ook productiever dan in ozne kantoortuin.
Toch is het houden van een spreekbeurt als vroeg op de basisschool iets dat er bij hoort. Kinderen moeten leren presenteren. Een mondeling Nederlands ging vroeger nog over de inhoud. Tegenwoordig krijg je puntenaftrek als je, van de spanning, monotoon praat. Debatteren is tegenwoordig ook een vak. We moeten altijd en overal een mening hebben en die moeten we ook zo nodig uiten. Solliciteren kan nog wel via een ouderwetse mail, maar liever ziet de moderne recruiters en communicatiestrategen een vlog. Tijdens de ledenvergadering van mijn sportvereniging heeft steevast hetzelfde groepje mensenn het hoogste woord, maar of dat ook altijd de meest zinvolle inbreng is?

Geef een reactie