Fred Rutten,, wie kent hem nog, stond destijds voor een bijna onmogelijke klus. Nadat Ronald Koeman afscheid van Feyenoord had genomen en Rutten werd aangesteld, dreigde er een complete leegloop. Veel Feyenoord-spelers die op het WK in het Oranje-shirt uitstekend hadden gepresteerd, vertrokken. Na Pellè, Janmaat en Martins Indi sloot nu ook Stefan de Vrij de deuren van De Kuip achter zich. In de basisopstelling verschenen spelers van wie ik tot op heden niet veel had gehoord. Vast en zeker zijn deze nieuwe jongens ook talentvol, als je bent opgeleid op Varkenoord, dan kun je wat. Toch was het voor Rutten een hels karwei om die nieuwe groep, bestaande uit oude bekenden, nieuwelingen uit de eigen jeugd en nieuwe aankopen, tot één team te smeden.
Als Fred Rutten bondscoach was geweest, was hij vast met het elftal een wandeling over het strand bij Hoek van Holland gaan maken. Misschien was er zelfs al een klaverjascompetitie opgezet.
Een team ontstaat niet vanzelf. Sommige groepen groeien uit tot een hecht samenwerkingsverband dat topprestaties levert; andere vallen ruziënd uiteen nog voordat ze de eindstreep hebben gehaald of zelfs maar in zicht hebben.
Er zijn verschillende mensen die de fasen in het groepsproces hebben beschreven. Psycholoog Bruce Tuckman is er een van. Hij onderscheidt vier fasen van teamontwikkeling:
Fase 1: vorming Fase 2: storming Fase 3: norming Fase 4: performing
In de eerste fase kennen mensen elkaar nog niet. Omdat er nog geen onderlinge verbondenheid of intimiteit is, richt de aandacht zich vooral op de centrale persoon: de trainer. Dit is de fase waarin de trainer zijn rol als leider neerzet. Het is cruciaal dat hij de autoriteit uitstraalt die de teamleden van hem verwachten.
In de situatie waarin Feyenoord zich nu bevindt, met veel spelers die moeten worden ingepast, is het wachten op een fase van conflict en chaos: fase 2. Verschillen, irritaties en conflicten tussen teamleden komen aan de oppervlakte omdat elk teamlid zijn eigen standpunten en belangen nastreeft. Het ‘ik’-gevoel is in deze fase veel sterker aanwezig dan het ‘wij’-gevoel. Dat leidt soms tot openlijke conflicten en meningsverschillen. Ook worden in deze fase de contouren van groepsrollen (zoals leiders en zondebokken) duidelijk. In welke mate dit gebeurt en of het proces uit de bocht vliegt, hangt mede af van de vraag of de trainer zijn rol in de eerste fase goed heeft gepakt.
Als deze fase achter de rug is, worden de groepsnormen duidelijker. Teamleden beginnen hun rol te accepteren. De samenwerking komt op gang en de manier waarop mensen samenwerken wordt expliciet of impliciet vastgelegd. Ieder teamlid wordt zich er steeds meer van bewust dat hij de anderen nodig heeft om resultaten te bereiken. Losse individuen transformeren in teamspelers. In deze fase is er grote betrokkenheid bij elkaar en bij de teamdoelen. Teamleden communiceren open, spreken conflicten uit en geven elkaar constructieve feedback. Deze laatste fase bereikte Koeman in de tweede helft van zijn laatste seizoen.
Teamvorming is volgens Tuckman geen lineair proces waarin de fasen netjes achter elkaar worden doorlopen. Door allerlei factoren, nieuwe spelers, blessures, invallers, kan een goed functionerend team terugvallen in een eerdere fase. Soms zijn de verschillen zo groot of de omstandigheden zo slecht dat het team de prestatiefase niet eens bereikt.
Rutten moest dus eigenlijk weer opnieuw beginnen. Het is niet logisch te verwachten dat hij kan starten op het punt waar Koeman gestopt is. Een groepsproces kost tijd en vraagt geduld. Het vraagt ook om structuur, duidelijkheid, transparante communicatie en een technische staf die de lijnen helder uitzet. Het vraagt níet om overspannen reacties van de buitenwacht. Dit geldt voor elk team, binnen elke sport, op elk niveau.
Op dit moment worden de prestaties van PSV geroemd en misschien terecht. Deze ploeg is een hecht team, een vriendenteam, een stabiele groep. De vraag is alleen wanneer het daar gaat stormen.

Geef een reactie