Op 25 november vorig jaar schreef ik een drie woorden uitdaging met een geit als hoofdpersoon. Een verhaal dat vroeg om een vervolg.
Het begon met iets kleins: een geit die telkens opdook bij de rand van de oude mijnschacht. Het dier had een touw om zijn hals en een versleten belletje dat zacht rinkelde wanneer het bewoog. David kende de geit; ze hoorde bij een man uit het dorp die nog wel eens in de verlaten mijn rondhing om oud materiaal te verzamelen.
Omdat de geit steeds naar dezelfde plek terugkeerde, viel David iets op. In een afgesloten zijgang lagen een paar planken anders dan normaal, en er lag verse aarde waar al jaren niemand meer kwam. Op een middag, terwijl hij de geit wat voer gaf, zag hij in een nis een kist staan. De inhoud klopte niet met wat je in een oude mijn zou verwachten: onderdelen, verpakkingen en materiaal dat eerder bij handel en transport hoorde dan bij mijnbouw. Naast de kist stond een olielamp die nog warm was. Iemand had hier kortgeleden gewerkt.
Op een houten tafel lagen papieren: ruwe kaarten van de schachten, met tijden en namen erbij geschreven. Eén naam kwam steeds terug, een lokale ondernemer die bekendstond om het oprekken van regels. David voelde meteen dat dit groter was dan zomaar wat rommel in een verlaten gang. Hij wist ook dat je in een klein dorp niet zomaar naar de politie stapt als je niet zeker weet wie met wie samenwerkt. Dus besloot hij eerst bewijs te verzamelen en een paar mensen die hij vertrouwde in te lichten.
Toen hij later terugging om meer te bekijken, merkte hij dat hij niet alleen was. In de modder stonden verse voetstappen, en tussen de bomen zag hij iemand wegschieten. De geit bleef rustig, maar trok hem wel richting een andere uitgang Het dier leek de route die de mannen gebruikten te kennen.
In een mijngang kwam het tot een confrontatie. De eigenaar van de geit stond daar met twee anderen. Ze schreeuwden niet; ze maakten vooral duidelijk dat David daar niets te zoeken had. Hij voelde de spanning, maar wist dat paniek hem niet zou helpen. In plaats daarvan sloeg hij met een metalen pijp tegen een steunbalk. Een hard, ritmisch geluid ging door de gangen. In een oude mijn, waar geluiden ongewoon zijn, valt zoiets op.
Boven de grond hoorden collega’s het geluid. Niet omdat ze heldhaftig waren, maar omdat ze gewend waren op elkaar te letten in een omgeving die gevaarlijk kan zijn. Een paar mannen gingen naar beneden, anderen belden de politie. De eigenaar probeerde weg te komen, maar met de papieren die David had meegenomen en de getuigen die zich meldden, kwam er een officieel onderzoek op gang. Langzaam werd duidelijk hoe de betrokkenen de mijn gebruikten voor activiteiten die het daglicht niet konden verdragen.
Aan het eind van de dag stond David bij de schacht. De geit graasde alsof er niets gebeurd was.

Geef een reactie