Als ik een autobiografie zou schrijven, wat ik overigens niet van plan ben, zou die beginnen met de zin:
Er was eens, in een stad hier niet ver vandaan, namelijk Rotterdam, een jongen die al jong probeerde voorbij de horizon te kijken.
Als kind was ik al bezig met onderwerpen waar kinderen zich normaal gesproken niet mee bezighouden, of misschien zelfs niet over zouden moeten nadenken. Waar ga je heen als je doodgaat? Ga je dan naar de hemel, en als die bestaat, waar bevindt die hemel zich dan? Is tijd een vast gegeven, of is het slechts een afspraak die mensen met elkaar hebben gemaakt? Waarom maken mensen die elkaar ogenschijnlijk totaal niet kennen ruzie, en wie heeft daar dan baat bij? We hebben het over zinloos geweld, maar bestaat er misschien ook zoiets als zinvol geweld?
Het waren allemaal van die vragen waar ik mij als kind druk over kon maken. Ik hoor mensen nu al zeggen: Daar moet jij je toch niet mee bezighouden. Maar zeg dat maar eens tegen een kind dat met dit soort vragen rondloopt. Hoewel ik natuurlijk nooit bevredigende antwoorden heb gevonden op al die vragen, ben ik later wel iemand gebleven die diep kon nadenken over ingewikkelde vraagstukken. Ik wilde altijd weten wat ik niet kon zien; ik wilde verder kijken dan de horizon. Mijn ideeën waren ook altijd groter dan mijn daadkracht. Ik dacht overal over na, had vaak wel oplossingen of antwoorden, maar om er daarna ook echt iets mee te doen, was meestal een stap te ver.
Dat het boek Sport, niet altijd leuk! er kwam was eigenlijk al een stap voor mij die horizon. Voor de zomer, verwacht ik, komt mijn eerste roman uit De deur in de tuin, al weer een stap verder, voorbij die horizon. Dan de vraag of ik van plan ben een autobiografie te schrijven. Lang verhaal kort, dat ligt niet in de lijn der verwachtingen.

Laat een reactie achter bij HansReactie annuleren