Er gaat niets boven een goede verspreking. Noem het ook vooral geen spraakgebrek, zeker als het gaat om kinderen! Ik kon als jochie maar moeilijk Opa en Oma zeggen. Geen idee hoe dat kwam maar ik zei altijd Pipa en Mima en zij werden Pipa en Mima. Zij waren niet alleen mijn Pipa en Mima maar ook van mijn broers en zelfs van mijn neef. Een van mijn kinderen had vroeger moeite met het woord Huzarensalade. Dat werd Hazurensalade en geloof mij, daar zat wat in. Afgelopen weekend versprak ik mij en zei, in een gesprek over babyvoeding dat er in mijn beleving kraak nog smaak zit aan Advocado, waarop mijn zoon in de lach schoot en zei dat ik niet wist wat een goede Advocado wel niet kost. Ook een Expresso doet het niet met opzet. Eerlijk gezegd kan ik wel genieten van dit soort versprekingen en geloof mij er zijn veel Taalextremisten, de Taaliban van de spelling, die over dit soort woorden gaan vallen. Laat ze er maar over vallen en laat ze vooral even liggen. Probeer er vooral niet over te struikelen.
Taal is net als cultuur aan veranderingen overhevig. Hoe wij, laat ik zeggen, een eeuw geleden spraken is anders dat de manier waarop wij nu spreken. Onze taal wordt door allerlei zaken beinvloed. Wie heeft het nog over een Heitje en waar komt toch dat woord Smeris vandaan? Toen wij vanuit de Randstad in het Oosten van het land kwamen wonen keek ik de meester van de 6e klas even vreemd aan toen hij mij vroeg of ik het raam even los kon doen. Ben jij wel eens zonder je patta, of is het patta’s, over straat gegaan en is dom nu gewoon mooi of minder verstandig? De enige costante is dat er altijd sprake is van verandering. Mijn opa en oma werden ook voor iedereen Pipa en Mima.

Geef een reactie