Op een frisse voorjaarsochtend wandelde Hendrik, een gepensioneerde leraar geschiedenis, zoals gewoonlijk door het Oranjepark in zijn woonplaats Apeldoorn. De bomen begonnen net te bloeien. Hij snoof de lucht op; het rook naar de lente. Terwijl hij zijn vaste route volgde langs de vijver, viel zijn oog op een vreemd object tussen de bladeren: een afstandsbediening. Geen telefoon, geen speelgoed, maar een klassieke tv‑afstandsbediening, glanzend zwart, met knoppen die hij niet direct herkende.
Nieuwsgierig raapte hij het op. Boven de gebruikelijke volumeknoppen stonden mysterieuze symbolen: een zandloper, een wereldbol, een kompasnaald. Hij drukte op de knop met het zandlopericoontje. Plots vervaagde de wereld om hem heen.
Toen hij zijn ogen opende, bevond hij zich in het jaar 1912, op een drukke markt in Harrogate, Engeland. Mensen in Edwardiaanse kleding liepen langs kraampjes vol specerijen en porselein. Niemand leek hem vreemd te vinden. Hij had de afstandsbediening nog steeds in zijn hand.
Een druk op de wereldbol bracht hem naar Kyoto. Hij stond voor een krantenkiosk en zag op een New York Times die voor hem lag dat het 2028 was. Een druk op de OK‑knop bracht hem naar zijn eigen huis, maar in een versie die hij nooit eerder had gezien. Hij herkende zijn kamer, maar waar kwamen die vreemde meubels vandaan?
Langzaam drong het tot hem door. Dit was geen gewone afstandsbediening. Met dit kastje kon hij niet alleen over de wereld reizen, maar ook door de tijd. Hij realiseerde zich dat hij daarmee misschien wel de loop van de geschiedenis kon beïnvloeden. Niet dat hij zich als gepensioneerd leraar geschiedenis veel invloed toedichtte, maar als hij terug in de tijd zou reizen, had hij een voorsprong. Hij had informatie die niemand had. Wat als hij Napoleon zou kunnen waarschuwen voor de Slag bij Waterloo? Wat als hij de Berlijnse Muur eerder liet vallen, of wat zou er gebeurd zijn als die muur nooit was gebouwd? Wat als hij zijn eigen verleden herschreef? Zou hij dan meer zijn dan die onbeduidende geschiedenisleraar, het lachertje van de school? Hij vond dat geen onaardige gedachte, maar hoe kon hij werken aan zijn imago? Hij kon het zo even niet bedenken. Hij borg de afstandsbediening op in een oud sigarendoosje, zodat niemand ook maar per ongeluk op een knop kon drukken.
Die avond liet hij de afstandsbediening met rust, maar hij bleef er wel aan denken. Wat moest hij doen om niet langer die anonieme leraar te zijn? Niet langer de man voor wie zelfs brugklassers geen respect hadden. Hij lag zich suf te prakkiseren. Hij kon er niet van slapen. Dit was de kans, de kans om alles recht te zetten. Midden in de nacht liep hij naar beneden en haalde het sigarendoosje uit de la van de salontafel. Zittend op de bank keek hij minutenlang naar de afstandsbediening die voor hem op tafel lag. Heel langzaam gleed zijn hand naar het kastje. Voorzichtig pakte hij het van de tafel. Hij wilde, niet per ongeluk een knop indrukken. Dit kastje, daarvan was hij overtuigd, was de oplossing. Hiermee kon hij de geschiedenis herschrijven, maar hoe, dat wist hij nog niet. Het probleem was ook dat hij nog niet precies wist waar al die knoppen op de afstandsbediening voor dienden. Laat staan dat hij wist hoe hij vanuit het verleden weer op een normale manier terug kon komen in het heden. Het maakte hem onzeker. Die onzekerheid die hem zijn leven lang al parten speelde. Nooit eens echt ergens voor gaan, altijd die beren op de weg. Het was een sprong in het diepe, maar hij moest ervoor gaan, nu het nog kon. Hij wist niet waar hij terecht zou komen, waar hij, met een druk op de knop, terecht zou komen. Hij ademde een keer diep in en drukte toen op de toets met het pijltje.

Geef een reactie