Het allereerste boek dat ik van James Michener las, was Centennial. Centennial is een epische historische roman die de ontwikkeling van het stadje Centennial in Colorado volgt, vanaf de prehistorie tot de jaren zeventig. Het verhaal verweeft geologie, inheemse culturen, kolonisatie, veeteelt, landbouw, conflicten en modernisering tot één doorlopend panorama van het Amerikaanse Westen.
Michener begint met de vorming van het landschap rond de South Platte River, inclusief dinosauriërs en de eerste menselijke bewoners. Daarna beschrijft hij de inheemse geschiedenis. De Arapaho en Cheyenne, vertegenwoordigd door figuren als Lame Beaver, staan centraal in de eerste hoofdstukken. Hun cultuur en de latere verdringing door kolonisten vormen een belangrijk thema. Vervolgens komen de trappers, zoals Pasquinel en McKeag. Zij brengen handel, maar ook conflicten, en in de loop der tijd raken culturen met elkaar verweven. Hun families spelen generaties later nog steeds een rol.
Na deze periode volgt de fase van de Engelse kolonisatie. Engelse investeerders stichten het enorme Crown Vee-ranchimperium; boeren en ranchers strijden om waterrechten en hun bestaanszekerheid. Daarna komt de modernisering in de twintigste eeuw, met onder meer de komst van Mexicaanse arbeiders die de nieuwe industrie draaiende houden.
In het laatste deel komt de hele geschiedenis samen. We bevinden ons dan in de jaren zeventig van de vorige eeuw, en Paul Garrett, een afstammeling van meerdere eerdere personages, kijkt terug op de geschiedenis van de regio en zijn familie.
Het boek volgt in de verschillende delen diverse families door de tijd heen, om deze aan het eind van het verhaal allemaal met elkaar te verbinden. Alles blijkt, soms onbedoeld, met elkaar samen te hangen, en mensen blijken op onverwachte manieren met elkaar verbonden. Centennial is dan ook geen traditioneel verhaal met één hoofdpersoon, maar eerder een mozaïek van generaties, culturen en gebeurtenissen.
Het format van dit boek bleek later, ik heb inmiddels veel boeken van Michener gelezen, een vaste werkwijze van hem te zijn. Zijn verhalen spelen zich af in een land of regio, en in vrijwel al zijn boeken volg je door de geschiedenis heen verschillende personages en families, die aan het eind op de een of andere manier met elkaar verbonden blijken. Michener verweeft als geen ander feit en fictie: fictieve personages spelen een belangrijke rol in feitelijke gebeurtenissen, en feitelijk bestaande personen duiken op in fictieve situaties.
Michener weet bovendien als geen ander de omgeving te beschrijven. In zijn boeken, en zeker ook in Centennial, is het alsof je naast de hoofdpersoon staat: je ziet wat hij ziet, ruikt wat hij ruikt en voelt wat hij voelt. Ik weet nog dat ik, toen ik Centennial las, de atlas erbij pakte om te zien waar alles zich afspeelde. Pas toen ontdekte ik dat Centennial helemaal niet bestond en dat het een fictieve plaats was.

Geef een reactie