Laats, notabene bij een verjaardag kwamen we te spreken over een tijd dat verjaardagen online gevoerd werd. Door ‘de Corona’ zaten wij lang thuis. Zo leek ’t ten minste. Mensen klaagde, er was hen een flink stuk vrijheid afgenomen. Hoe langer het duurde, hoe moeilijker het werd. Ik had ergens op het eind van de hele crisis, ja ze bestonden echt, een workshop ‘Mentaal fit tijdens Corona’ gevolgd. Onderwerpen als energiegevers, energievreters en het belang van balans werden uitgebreid behandeld. Weinig nieuws onder de zon, want het was mij eigenlijk al jaren duidelijk dat bepaalde zaken, activiteiten mij energie gaven en dat sommige zaken mij gewoon enorm veel energie kostte.
Het geven van training, het mogen werken met enthousiaste volleyballers gaf mij enorm veel energie. Ook de rol als teamleider van de selectie elftallen bij de voetbalclub was echt fantastisch om te doen. Er voor zorgen dat alles rondom het team op rolletjes liep, dat de jongens plezier konden beleven aan hun sport, het samenwerken met al even enthousiaste ouders, dat gaf mij energie. Vergaderingen voorzitten met veel discussie over werkelijk niks en mensen die alleen maar dwarslagen, daar zag ik tegen op en die kostte mij altijd veel energie.
Een balans tussen die twee is fijn. Stel dat ik veel van die vergaderingen zou hebben, met altijd van die moeilijke, lastige mensen, zou ik het niet lang volhouden. Omgedraaid, alleen maar activiteiten op je agenda hebben die je veel energie geven lijkt mij ook best vermoeiend. Ik dacht, tot voor kort, dat het fijn was als mensen betrokken en bevlogen waren. Betrokken bij hun werk, bij het geen ze doen, Ik heb altijd gedacht dat bevlogen mensen echt fijn waren, prettig om mee samen te werken. Hart voor de zaak. Ik weet nu, door schade en schande wijs geworden, dat de grens met te betrokken en te bevlogen, wel heel erg vaag is. Mensen die echt alleen maar activiteiten kennen die hen energie geven, moeten toch op enig moment, de behoefte hebben om een pauze te nemen.
Ik reisde, voorafgaand aan de Coronacrisis, bijna twee jaar lang op en neer naar Den Haag. Mijn wekker ging dagelijks om 4 uur en vaak was ik pas rond elf uur ’s avonds thuis en ik klaag niet. Ik deed het met plezier. Het werk was leuk, ik had echt hele fijne collega’s maar ik belandde wel eind februari in het ziekenhuis. Mijn lichaam had hard op de rem getrapt. Ik was keihard over mijn eigen grenzen heen gegaan. Zo hard zelfs dat ik niet door had gehad dat ik over de grens heen ging. Te bevlogen en te betrokken. Wat er ook gebeurd, ergens komt er een moment dat je teruggefloten wordt. Dat je lichaam bijna lettterlijk zegt, ‘Stop, nu is het genoeg!’.
Klapband
Waar ik echter, tot voorkort, nog nooit van gehoord had was het begrip energielek. Een klapband waardoor je volledig op leegloopt, waardoor je in een keer al je energie kwijt raakt. Dit kan een situatie zijn, maar dit kan ook een persoon of personen zijn. Tijdens genoemde workshop diende wij, na een presentatie over energiegevers en energievreters, in tweetallen proberen te achterhalen wat nu toch een ieders energielek was. Het bleek dat ik volledig leegloop op mensen die klagen, mensen die alles zwaar, moeilijk en ingewikkeld vinden en daarbij geen geduld kunnen opbrengen voor het moment dat er wellicht betere kansen en mogelijkheden zijn.

Eelt op de ziel
Nu kom ik die mensen nog wel eens tegen en om nu elke lekke band te gaan plakken, is enorm veel werk. Waarbij iedereen zich zou kunnen voorstellen dat een klapband eigenlijk niet te repareren is. Is dan de beste tip te zorgen dat je band niet lek raakt? Er bestaan van die banden die niet lek kunnen. Moet je dus zorgen voor voldoende eelt op je ziel?
Een beetje klagen, zeuren, dat kan ik best hebben. Sterker nog, het geeft soms ook wel een soort samenhorigheidsgevoel. Als ik door de stromende regen naar het werk toe ben gefietst en ik kom doorweekt binnenlopen, dan is het wel fijn dat ik niet de enige ben, dat er meer mensen zijn die zeiknat binnen komen lopen en het is wel lekker om dan samen even te klagen. Het moet wel ergens ophouden. Iemand die voortdurend klaagt is funest voor teams, maar ook voor individuen. Zie ook mijn klapband. Mensen die heel erg veel klagen zijn vaker ziek, zitten zich zelf niet zelden in de weg en slepen anderen daarin mee. Ik merk zelf dat ik mij hierdoor zeker laat meeslepen. Voor mij is het belangrijk om mij te realiseren dat klager passievolle mensen zijn, mensen met hart voor de zaak. Er zijn ook mensen die allang zijn afgehaakt, die niet meer meedoen, meedenken en dat is misschien wel riskanter.
“Is er dan helemaal niets goed? “
“Is alles moeilijk en ingewikkeld?“
“Is er dan echt geen oplossing? “
Zoals ik al zei, echt klagen heeft zin. Kap een klager dan ook niet zomaar af. Een klacht is ergens ook gratis feedback. Klagers vinden niet zelden in het geheel niet dat ze klagen. Anderen klagen. Dit wordt ook wel de klaagparadox genoemd. Al die mensen die nu al klagen over het verloop van die AZC’s vinden echt niet dat zij klagen. Hun waarheid is de waarheid en zie daar maar eens wat tegen in te brengen. Enig tactisch vernuft in deze is handig. Plomp verloren benoemen dat de ander zeurt is niet echt helpend. Het is net Judo. Het is verstandig om begrip te tonen, mee te buigen, te spiegelen, soms letterlijk herhalen wat de klager heeft gezegd, zonder dat je ‘m voor gek zet. Probeer ook te onderzoeken waarover je het wel eens bent met de klager. Over welke positieve elemementen ben je het wel eens? Probeer een positieve draai te geven aan het gesprek. Dit valt nog niet mee. Mensen die erg veel klagen zijn niet zelden dominante, extraverte mensen. Heb je echter overeenstemming, zijn er gezamelijke positieve punten, dan ga je daar op door. Probeer dat negatieve patroon te doorbreken. Eigenlijk is ook dat net judo.

3 reacties op “Energielek”
bij een ander blog kan ik niet reageren op je vraag…helaas…gaat over gamen dat ik dat nooit heb gedaan maar wel veel gekaart…of een spel op tafel, dammen die ik graag veel gedaan met mijn vader.
Hij was te vroeg gepubliceerd, maar hij staat weer.
hier al mijn reactie op de vraag gegeven…maar niet dubbel doen ;o)