Als ik aan het woord cultuur denk, dan denk ik aan kunst, aan theater, aan mooie films en aan literatuur. Bij cultuur denk ik ook aan dat wat ons bindt: feesten, gewoontes, onze taal.
Ik houd van cultuur. Ik heb een museumjaarkaart, bezoek regelmatig een museum en al vind ik moderne kunst niet altijd even mooi, ik ga het niet uit de weg. Ik bezoek geregeld een schouwburg of de bioscoop en ik ben een enorme lezer. Ik heb er zelfs een gewoonte van gemaakt om twee boeken tegelijk te lezen. Dat moeten dan wel — eerlijk is eerlijk — twee totaal verschillende boeken zijn. Ook het schrijven van verhalen vind ik erg leuk, dus misschien draag ik zelf ook een beetje bij aan onze cultuur.
Toch is het woord cultuur tegelijkertijd een woord dat mijn nekharen overeind kan doen staan. Vooral dat zinnetje dat iets “normaal” zou zijn omdat het nu eenmaal behoort tot onze Nederlandse cultuur. Alsof cultuur een constante is, alsof onze cultuur nooit verandert. Maar cultuur kent geen constante; het is altijd in beweging. Zo is vuurwerk tijdens de jaarwisseling een Chinese uitvinding die hier ooit werd geïntroduceerd, waarna wij dachten: maar dat is leuk.
Laatst zag ik een oude foto van een Sinterklaasintocht. Daarin liepen zwarte pieten, maar ook witte pieten. Die laatste hadden de taak het paard in bedwang te houden. Daarna volgde een periode waarin alleen zwarte pieten met Sinterklaas op pad gingen, vervolgens weer een enkele witte piet, en uiteindelijk het compromis van de roetveegpiet. Wat je er ook van vindt: het laat zien dat gewoontes niet eeuwen hetzelfde blijven.
Als kind heb ik een aantal jaren in de Randstad gewoond. Daar vierden we Luilak. Op Luilak bond je blikken achter je fiets en fietste je ’s ochtends zo vroeg mogelijk hard door de straat om maar zoveel mogelijk lawaai te maken. Ook drukte je natuurlijk bij iedereen op de deurbel om dan hard weg te rennen, of je schreef met een stuk zeep grote letters Luilak op een raam waarvan de gordijnen nog dicht waren.
Had ik dit, nadat wij naar het oosten van het land verhuisden, ook gedaan, dan was ik — vermoed ik — door de politie opgepakt. Waar wij kwamen wonen, vierden ze op datzelfde moment Sint Maarten. Daar had ik nog nooit van gehoord. Met uitgeholde suikerbieten met een kaarsje erin gingen we plots zingend langs de deuren. Een gewoonte die in dit deel van het land een jaarlijks gebruik is. Al heb ik de indruk dat Sint Maarten de laatste jaren op zijn retour is. Het wordt ingehaald door Halloween, een feest dat van oorsprong Keltisch is en pas door Engelse en Ierse immigranten in de VS echt vorm kreeg. Het werd een commercieel succes.
Als je tegenwoordig tv kijkt en dat vergelijkt met wat er vroeger werd uitgezonden, zie je enorme verschillen. Vergelijk een serie als Swiebertje of Floris maar eens met de series die deze eeuw op tv te zien zijn. Mijn ouders vonden Dr. Who te eng voor mij; als je daar nu naar terugkijkt, is het bijna lachwekkend. Ook een oude Britse TV serie als De Wrekers kun je niet vergelijken met een spannende Britse serie als Vera.
De afhaalchinees is niet meer weg te denken, al lijken ook zij of misschien zijn ze dat al, ingehaald door diensten als Thuisbezorgd.nl.
Alles verandert, of we het nu willen of niet.

Geef een reactie