Een experiment

Ik kwam ze bijna wekelijks tegen, coaches die enorm fanatiek stonden te coachen, ongeneerd hard stonden te vloeken langs de lijn. Coaches die kinderen gewoon een hele wedstrijd op de bank lieten zitten, met het argument dat ik laatst John van het Schip ook hoorde gebruiken, ‘Wij zitten hier niet bij een welzijnsorganisatie’ Dit soort coaches kwam ik tegen in het voetbal, maar zeker ook in het volleybal.

Ik heb mij alttijd afgevraagd waar dat gedrag vandaan komt en of je misschien ook betere coaches, meer spelplezier en in het verlengde ook een betere opleiding, lees meer talenten, zou krijgen, als je het een radicaal anders zou aanpakken.

Ik geef het toe, er is wat verbeelding voor nodig, maar misschien is het toch de moeite waard? Want wat zou er gebeuren als de coach bij elke wedstrijd, elk toernooi, niet zijn eigen team zou coachen, maar het team van een andere coach?

Trainers en zeker trainers die ook coachen, willen vooruitgang zien. Zij willen hun team verder brengen. Als dat verder brengen nu nog zou gaan om ontwikkelen, om het leren van de sport, zou er nog niet zo veel aan de hand zijn. Ontwikkeling wordt echter niet zelden gezien als het winnen van wedstrijden. Hoe meer wedstrijden gewonnen worden, hoe verder het team ontwikkelt is.  Vanuit deze weeffout ontstaat ongewenst gedrag. Wij winden ons op over het niet behalen van doelen, die wij niet onder eigen controle hebben. Hieruit ontstaat ongewenst gedrag, raken coach en spelers gefrustreerd, wat weer ten koste gaat van het spelplezier. Het spelplezier dat, zo blijkt al onderzoek, de belangrijkste drijfveer is voor jeugd, voor mensen, om te sporten.

De coach staat langs de lijn, ziet zijn team presteren om een manier die hij niet kent. Er gaan dingen mis, die op training prima lopen. Hij weet dat ze het in zich hebben, dat ze het kunnen. Niet zelden wordt dat de term mentaliteit van stal gehaald. Ergens moet er een verklaring voor zijn, toch? Vaak ook wordt de schuld gelegd wij de omstandigheden, het weer, het veld, de hal, het onsportieve publiek, maar bovenal de scheidsrechter. Je moet als scheidsrechter wel bijna sadomasochist zijn, zo vaak krijgt hij er van langs. Menig coach, speler gaat hierin, elkaar vertekend, ruim over de grens. Iets wat niet tot betere resultaten leidt.

Hoe zou het zijn als de coach niet zijn eigen team coacht? Hij coacht een team dat hij niet traint, een team met wie hij geen emotionele band heeft. Na elk wedstrijdweekend volgt er een collegiale consultatie, waarbij de coaches van de diverse teams elkaar tips en tops geven over het team dat zij gecoacht hebben. Welk gedrag zou de coach dan langs de lijn laten zien? Zou hij dan rustiger coachen? Zou hij zich dan meer richten op leren, op de lange termijn, in plaats van het korte termijn wedstrijd resultaat? Zouden wij dan betere coaches zien?

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder