De droom van vrede

Het enorme rijk terneer geveld,
De Tsaar niet meer in het veld.
De oorlogstaal nu stil en doof,
Een wereld rust, van vrede proef.

Hand in hand, in broederlijkheid,
Niets ontbreekt aan mens’lijkheid.
Geluk elkaars gegund, geen spoor van nijd,
Geen twist, geen wrok, geen wreedheid.

Doch toen ik droomde, in die stille nacht,
En vrede over ons ontwacht,
Voelde ik plots een koelte, kil en kil,
Een rilling die mijn hart vervulde, stil.

Het zweet brak uit, ik draaide mij om,
In ’t duister van de nacht, een koude klom.
Mijn voeten koud, een kramp die knelde,
Een droom verstoord, een nacht die snel vervelde.

Ontwaakt uit slaap, met bonzend hart,
De droom vervlogen, de vrede apart.
Zo ontwaak ik uit dit zoet visioen,
Terug naar de werkelijkheid, de droom voorbij, ten ondergaan.

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder