Ik voel me, nee ik ben, het meest productief, het meest creatief ook, als ik tegen een deadline aanzit. Ergens heb ik de tijdsdruk, de deadline, spanning, nodig. Ik ben er al wat langer geleden achter gekomen dat ik juist onder druk, met een beetje stress erg rustig blijf. Ik kom dan in een soort handelmodus. De eerste keer dat ik daar achter kwam was bij een reanimatie. Ik werkte als verpleegkundige en was, in de medicijnkamer, druk met het controleren van de medicatie toen een collega van een andere afdeling hijgend binnenkwam.
“Jij kan reanimeren toch?”
“Uuhh ja?”
“Kan je dan meekomen?”
“Hoe zo, is er bij jullie niemand die kan reanimeren?”
“Nee!” was het korte en duidelijke antwoord, “loop even mee!”. Beneden gekomen liep ik achter haar aan de eetkamer binnen. In de eetkamer zaten een aantal mensen aan tafel, de lunch was net begonnen. Ik liep naar de achterste tafel en zag een man half onder de tafel liggen, bleek en roerloos. Ik kneep mijn ogen even samen, probeerde rustig te blijven, terwijl ik naar de situatie keek.
“Heeft iemand al de dienstdoende arts gebeld?” vroeg ik terwijl ik me naar mijn collega wendde. De vrouw, duidelijk van streek, knikte, Het was een surrealistisch beeld. Wij moesten de reanimatie starten, maar de maaltijd ging gewoon door.
Ik controleerde zijn ademhaling en voelde geen pols en ik begon met de reanimatieprocedure. “Waar blijft die arts verdomme?” zei ik, terwijl ik doorging met de borstcompressies en beademingen. Het duurde voor mijn gevoel lang voordat er hulp kwam en de man naar het ziekenhuis gebracht kon worden. Ik was kapot. Pas veel later realiseerde ik mij wat er gebeurd was, wat ik had gedaan. Ik verbaas mij telkens weer hoe ik onder druk presteer. In de tijd dat ik redacteur was van de Volley Techno, een vakblad voor volleybaltrainers in Nederland en België, had ik vaak te maken met een deadline. Een uiterste datum waarop ik een artikel diende aan te leveren. De Volley Techno kwam slechts vier keer per jaar uit. Ik had dus werkelijk zeeën van tijd. Toch hikte ik telkens tegen die datum aan en was ik pas in staat om in de allerlaatste week vóór die datum het artikel naar tevredenheid af te ronden.
Ik vroeg mij van de week af of die rust onder stress ook erfelijk is. Afgelopen weekend was onze jongste zoon met collega’s ’s avonds nog wat gaan drinken. Na afloop fietste ze met z’n drieën terug. Ergens halverwege, ze waren nog met z’n drieën, fietste er een jongen op het fietspad, aan de voor hem verkeerde kant van de weg. Toen hij hen passeerde begon de jongen enorm te schelden. De drie stopte direct, stapte af en zeiden dat hij even normaal moest doen en dat hij zonder licht, aan de verkeerde kant van fietste. Op dat moment trok de jongen een mes, deed een stap in hun richting en haalde uit. Het mes raakte niemand. De jongens deden geschrokken een stap naar achteren. Een wilde wegrennen, de ander werd erg kwaad. Onze jongste zoon pakte zijn mobieltje en belde direct, waar de jongen met het mes bij was, 112.
“Wacht even, ik bel even de politie!” zei hij. Hij vertelde de meldkamer, die hij aan de telefoon kreeg, wat er gebeurd was en gaf de politie het signalement van de compleet verbouweerde jongen, die daarna niet wist hoe snel hij er vandoor moest gaan. Omdat dit een prio 1 melding was, zo bleek, waren er heel snel vier politie auto’s ter plekke.
Ik moet zeggen dat ik het stoer vond, maar vroeg mij af wel of het ook verstandig was.
“Ik denk Pap, dat hij banger voor mij was dan ik voor hem!”
Mijn vrouw zei later; “Dit is onze jongste zoon, als de stress hoog is, gaat hij handelen, is hij uitermate cool.”

Geef een reactie