Veel verenigingen hebben moeite vrijwilligers te werven en te behouden. Uit een recent onderzoek bleek dat 10% vab de vrijwilligers bij sportverenigingen overweegt om het bijltje er bij neer te gooien. Binnen voetbalverenigingen is het zelfs 1 op de 6. Je zou kunnen spreken van een probleem.
Bezint eer gij begint
Het gaat bij de oplossing van het vrijwilligersprobleem om drie thema; structuur, planning en plezier. Dat laatste is ook sterk verbonden met sociale veiligheid.
Zorg als vereniging eerst dat je alle activiteiten binnen de vereniging in kaart brengt. Zet deze activiteiten ook in een jaarkalender. Hoeveel tijd kost een activiteit, wanneer wordt deze uitgevoerd, hoe lang duurt een activiteit per keer. Beschrijf daar daarna de functies, maak van elke functie een functiebeschrijving. Wat doet de TC voorzitter, wat is zijn verantwoordelijkheid, met wie heeft hij contact, aan wie legt hij verantwoording af. Maak daarna draaiboeken voor alle activiteiten. Hoe wordt het kamp georganiseerd, het Sinterklaasfeest, de vossenjacht. Tot slot ga je als club in kaart brengen wat voor kennis en competities leden van de verenigingen, maar ook ouders van jeugdleden met zich meebrengen.
Vraag ook aan deze mensen wat zij leuk vinden. Het zou prima kunnen dat iemand die in het dagelijks leven in een restaurant staat, prima een bardienst zou kunnen draaien maar omdat dit bijna dagelijks werk is het in de vrije tijd minder aantrekkelijk vindt. Ik heb ooit voor de volleybalvereniging, waar ik actief voor was, een Ri&e arbeidsomstandigheden uitgevoerd. Ik organiseerde ook de reanimatietrainingen. Dit was mijn dagelijks werk, dus waarom ook niet voor de vereniging? Dit was echter geen vanzelfsprekendheid.
Leg al deze gegevens vast in een database. Met nieuwe leden plan je eerst een intakegesprek, waarin je bovenstaande thema’s bespreekt. Hierna kan je leden gericht gaan benaderen voor bepaalde functies, activiteiten. Natuurlijk zouden leden zich ook op kunnen geven voor activiteiten.

“Als leider werk ik met een rooster voor het team. In het rooster staan de wedstrijden, staat wie rijdt, wie de kledingtas meeneemt en wie er moet vlaggen. Nu zijn niet alle ouders voldoende bekend met de spelregels om hen te laten vlaggen. Dat is prima. Ook ik zou werkelijk geen wedstrijd moeten vlaggen. Ouders die niet in geroosterd worden voor het vlaggen krijgen wat vaker de kledingtas mee. Ouders weten maanden van te voren wanneer zijn moeten rijden, wanneer zij de wastas mee hebben of wanneer zij moeten vlaggen. Natuurlijk kan het voorkomen dat iemand nu net op dat moment moet werken of een verjaardag heeft. Ouders kunnen dan onderling ruilen en laten mij dan even weten hoe er geruild is.”
Je zou je af kunnen vragen of je voor deze taak een speciale functie in het leven moet roepen. Misschien kan je dit centraal laten roosteren en zou je net zo goed alle communicatie direct via de trainer kunnen laten lopen.
“Als leider organiseerde ik ook neven activiteiten. Activiteiten die ik, destijds als volleybaltrainer, zelf organiseerde.” Alles rondom het team gebeurd in interactie met de trainer. Uit het onderzoek van Jacques van Rossum, naar waarom sporters stoppen, dan wel doorgaan met sporten, bleek dat de rol van de trainer erg belangrijk is. In dat onderzoek komt geen leider naar voren. Zet de trainer centraal, maar zorg dat de organisatie rondom die trainer wel goed geregeld is. Hiervoor is het niet strikt noodzakelijk dat je naast de trainer ook een leider hebt. Wel zou de trainer altijd ook de coach van het team moeten zijn. Wat in de wedstrijden gebeurd staat niet los van de training, het is het eindproces van wat in de training is geleerd. Ik zou dus willen pleiten om binnen het voetbal een kritische te kijken naar de functies die je binnen de vereniging hebt en wat mij betreft schaf je de leider af.
Opvoeden
De vereniging is natuurlijk niet primair verantwoordelijk voor de opvoeding van sportende kinderen, maar ze hebben wel een rol. Een van de taken is jeugdige sporters te leren dat voor niets alleen de zon opgaat. Dat je wat mag doen voor de ander. Binnen de club waar ik actief ben, zijn jeugdleden onder andere actief als trainer-coach en als scheidsrechter.
De trainers zijn wekelijks aan de slag met hun teams. Voor de scheidsrechters maakte ik, net als voor de ouders, een rooster. De jongens wisten maanden van te voren wanneer ze moeten fluiten. Ruilen mocht, net als bij de ouders , behoefde ik alleen te weten hoe er geruild is. Natuurlijk komt het voor dat jongens een wedstrijd vergaten, bijvoorbeeld omdat ze tentamenweek hadden en de wedstrijd om 8:30 u. wel erg vroeg is. Wij leerde de jongens om elkaar hier op aan te spreken. Elkaar aanspreken, samen dragen van die verantwoordelijkheid werkt vele malen beter dan een volwassene die zich hier tegen aan bemoeid.
Sociale veiligheid
1 op 6 vrijwilligers in amateurvoetbal wil stoppen vanwege intimidatie. Het gaat dan om verbale agressie, maar ook fysieke agressie komt voor. Door al deze agressie komt het ook voor dat scheidsrechters tijdens de wedstrijd eieren voor hun geld kiezen en maar niet fluiten voor overtredingen omdat ze bang zijn dat mensen langs de lijn of spelers op het veld agressief zouden kunnen reageren. Je zou vrijwilligers bij sportverenigngen kunnen scharen onder de groep mensen met een Publieke Taak. Stel je voor wet gelijk aan de politie agent, de brandweer, de ambulance mederwerker, de conducteur, de verpleegkundige. Je blijft met de handen van ze af en als iemand zich toch misbruikt pak ze aan. Dat doe je als club, als sportbond en als samenleving. Behalve het tuchtrecht, zoals bijvoorbeeld de KNVB kent, doe aangifte van strafbaar gedrag. Wees als club duidelijk dat je ook altijd aangifte doet. Wees als club duidelijk dat leden die zich misdragen en zeker die zich agressie gedragen, geschorst worden en dat zelfs het lidmaatschap van de vereniging eenzijdig opgezegd kan worden. Dat zoveel vrijwilligers binnen het voetbal overwegen te stoppen heeft ook te maken met het pannen en nat houden. Clubs accepteren te veel en pakken niet werkelijk door.
Kortom laten sportverenigingen en dan speciaal de voetbalverenigingen eens anders naar de eigen vereniging kijken. Als je het goed organiseert, planmatig werkt, niet zo ad-hoc, als je aansluit bij de kennis en ervaring die je in huis hebt, draag zorg voor een sociaal veilig sportklimaat en als je plezier dan ook centraal stelt zijn vrijwilligers geen probleem! Samen maak je de vereniging!

Geef een reactie