Stiekem gebroken

Het was op een ochtend, ergens eind jaren 70. Ik weet niet eens meer in welke klas ik zat. Ik weet alleen waar het gebeurde en dat ik onderweg was naar school. Langs het Kanaal liep een fietspad door het bos. Ik was al laat en fietste zonder te kijken, de wijk uit, het fietspad op, richting school. Ik had de brommer, die van rechtskwam, totaal over het hoofd gezien. Ik werd vol geraakt en kwam naast het fietspad tegen een boom terecht. Het voelde eigenlijk direct niet goed. Mijn rechterarm deed enorm pijn. In het ziekenhuis bleek later dat ik mijn spaakbeen, vlak boven pols, gebroken had. De arts bekeek de röntgenfoto nog eens goed.
“Heb jij je arm al eens vaker gebroken gehad?”
“Nee, dit is de eerste keer!”
De arts liet mij de röntgenfoto zien en vertelde mij wat ik zag. Ik zag mijn ellebooggewricht en mijn spaakbeen en ellepijp. Er was echter iets opvallends aan mijn ellepijp. Het bot liep, vlak onder mijn elleboog, niet recht. Het bot leek iets te verspringen.
“Weet je zeker dat jij nooit eerder je arm hebt gebroken?” vroeg mij nogmaals. Hij wees met een pen naar de plek waar het bot iets leek te verspringen.
“Kijk, hier loopt het bot niet recht. Wees gerust, dit bot zit aan elkaar, maar is wel scheef aan elkaar gegroeid. Ik denk dat jij je arm al eens eerder heb gebroken, maar dat ze dat destijds niet hebben opgemerkt.” Ik schrok hier van.
“Wat kunnen ze hier nu nog aan doen?”
“Ik begrijp dat je er geen last van hebt?”
“Nee, ik wist het niet eens.”
“Wij zou het bot opnieuw kunnen zetten, maar dat zouden wij het eerst moeten breken.” Dat is uiteindelijk niet gebeurd.

Delft 1966

Onze nieuwe thuis, op de tweede verdieping van een spiksplinternieuwe flat aan de Roland Holstlaan in Delft, was nog niet zo lang onze plek. De wijk was een bouwplaats, met overal in aanbouw zijnde flats. Ik zat in de tweede kleuterklas en was altijd op avontuur uit. Die ene dag was geen uitzondering. Samen met een paar vriendjes klom ik onder een hek door en bereikte de buitenkant van een steiger tegen een halfgebouwde flat. We rende heen en weer over de galerij, terwijl de avond langzaam viel. Het besef van tijd waren wij helemaal kwijt. Plotseling doemden drie grote jongens op, klimmend langs de steiger. We verstarden van angst en sprintten over de galerij naar de andere kant van de flat, ons enige doel was om weg te komen. De jongens riepen ons nog, maar dat hoorde wij al niet meer. Wat er daarna gebeurde, kan ik alleen maar navertellen van horen zeggen. Ik zou van de steiger zijn gevallen, vanaf de tweede verdieping, en terecht zijn gekomen op een berg zand. Een flinke jaap sierde mijn rechterwenkbrauw en mijn enkel was verzwikt. De drie jongens waren zelf ook geschrokken en brachten mij, gevolgd door mijn vriendjes naar huis. Mijn ouders schrokken enorm. Mijn vader nam me onmiddellijk mee naar het ziekenhuis.

“Zo moet het gegaan zijn!” concludeerde mijn moeder, “je moet destijds je arm hebben gebroken.”
Ik staarde haar verbijsterd aan. “En niemand die dat doorhad?” vroeg ik.
“Nee,” antwoordde ze met een zucht. “Dat blijkt. Jij had stiekem je arm gebroken.”

Daily writing prompt
Have you ever broken a bone?

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder