Geweld rond het veld

Geweld rond het veld, dat lossen wij zò op
“Wij kunnen het probleem van agressie langs het sportveld, best zelf oplossen. Wij weten hoe het zit, wij weten hoe het moet, weten hoe wij het vorm moeten geven. Daar hebben wij de bond niet voor nodig” werd mij gisteren duidelijk gemaakt.

Ik vroeg mij af wie dit dan zou moeten gaan organiseren, hoe dit dan collectief zou moeten worden uitdragen, wie daar dan een vorm aan moest geven. Wat ik zag was dat er verenigingen inderdaad een vorm voor habben gevonden en er goed mee omgaan. Ik zag gisterenavond bijvoorbeeld een prachtige workshop bij voetbalvereniging De Zwaluwen in Utrecht. Er zijn echter ook verenigingen die afgelopen weekend het clubhuis gewoon dicht hebben gehouden en dan soms ook gewoon letterlijk aangaven dat zijn niet weten hoe er mee aan de slag te gaan. Er zijn ook verenigingen die het clubhuis wel open hebben gehad, maar waar dan niemand komt opdagen. Wellicht ook door gebrek aan een programma. Er zijn ook clubs die van de nood een deugd wilde maken; geen competitie, dan plan ik maar een oefenwedstrijd. Dan heb je het wel begrepen.

Respect in de sport gaat voor mij over veel meer. Respect in de sport gaat over de manier waarop tegen sport an-sich al aankijkt. Ik ben al meer dan 20 jaar druk met dit thema. Dit maakt ook dat ik er echt moedeloos van wordt, dat ik soms ook het gevoel heb niet gehoord te worden.

Ruim vijftien jaar geleden las ik het boek “Coaches who never lose”, van Frank Small en Ronald Smidt. Een boek waarin het gaat om de doelen waarmee je werkt in de sport. Ga je voor het winnen van wedstrijden, het kampioen worden, het niet degraderen of is de focus het leren van de sport, het hebben van plezier? Kortom, werk je met doelen die je onder eigen controle hebt, die planbaar zijn of werkt je met doelen die je niet onder eigen controle hebt. Win je van jezelf, of van je tegenstander? In mijn beleving werkt 99% van ons met resultaat doelen. Als wij aan de kinderen van een jeugdteam vragen, wat gaan wij doen dit seizoen? Roepen ze allemaal “Wij worden kampioen”. Coaches geven teams ook gewoon dergelijke doelen mee. De yell van het team van mijn jongste zoon (voetbal) is “Wat gaan wij doen? WINNEN” en dat 3x achter elkaar. Anky van Grunsven zei ooit de gevleugelde woorden: “Als je gaat voor het resultaat, vergeet je hoe het uit gevoerd moet worden” en daarmee sloeg ze de spijker op de kop. Als wij gaan voor het resultaat vergeten wij hoe wij nu net dat het beste kunnen bereiken, namelijk door de uitvoering van onze sport te optimaliseren.

‘Coaches who never lose’ gaat ook de focus op positieve feedback, de focus op het geen goed gaat, in plaats van alles wat verkeerd gaat. Iets wat wij tegenwoordig zo mooi terug zien in het project Positief Coachen.

Hierin zit, in mijn beleving, ook de maatschappelijke component. Onze samenleving is meer en meer gefocused op (individuele) resultaten, wij focussen ons meer en meer op de dingen die niet goed gaan. De juf op de basisschool zegt ook “Kees, je hebt 4 fout, je hebt een 6”, zij had ook kunnen zeggen “Kees, jij hebt er zes goed, jij hebt een zes”. Het eindcijfer is gelijk, maar de toon is anders.

Respect is niet genoeg. Het gaat ook over de manier waarop wij onze samenleving zien. Als kinderen keer op keer horen dat zij het niet goed doen, als zij keer op keer de doelen die gesteld zijn, of die zij zich zelf stellen niet halen, leidt dit tot frustratie, leidt dit tot agressie en leidt dit tot drop outs. Alles heeft zijn beslag in het vorm gegeven pedagogisch leerklimaat. Van Rossum benoemde dit destijds ook in zijn onderzoek naar drop-outs in de sport. Van Rossum benoemde dit niet in zijn onderzoek, maar die drop outs komen wij ook tegen in het onderwijs.

Om bovenstaande te bereiken moet geinvesteerd worden in opleiding, moet geinvesteerd worden in bijscholing, moet geinvesteerd worden in goede voorbeelden. Albert Bandura leerde ons al iets over het effect van goede voorbeelden. In de aanloop naar het goud op de Olympische Spelen, van de Mannen Volleybal ploeg in Atlanta, wilde iedereen Ron Zwerver zijn of Peter Blange, dat waren rolmodellen. Dergelijk rolmodellen, maar dan gericht op bovenstaand thema hebben wij nu ook nodig. Ook hierin kan een sportbond een rol spelen. Ook hierin kan de overheid een belangrijke rol spelen.

De clubs alleen komen er echt niet, want als dat zo was, als wij allemaal wisten hoe het zat, wisten hoe wij het op moesten lossen, dàn was het al opgelost!

Één reactie op “Geweld rond het veld”

  1. […] als voorzitter van de commissie voetbal, en als jeugdvoorzitter. Oorspronkelijk wilde ik als Hoger Veiligheidskundige ook afstuderen op het onderwerp agressie op en langs het voetbalveld. De KNVB werkte echter niet […]

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder