Hoog boven de wolken, stil en zacht,
Gleedt het vliegtuig door de blauwe lucht,
Een vredig schouwspel, als een droom zo pracht,
Tot de rust werd verbroken, een donderende zucht.
Een schok door de romp, een bibberend gebaar,
Passagiers verstijven, grijpen handen vast,
De metalen vogel huilt, in de storm ontwaar,
Vleugels wiegen wild in de gierende kast.
Donkere wolken omhelzen met kracht,
Het schip dat strijdt tegen de luchtzee,
Een bliksemflits, een oerkreet in de nacht,
De hemel in beroering, een woeste spree.
Piloten met stalen zenuwen aan ’t stuur,
Leiden het schip door de stormachtige waan,
Hun ogen vol focus, hun greep blijft puur,
Tot de vrede herwint, en de rust weer ontwaakt.
Het zweet van angst droogt in de kalmte weer,
De spanning vervliegt, als een verre droom,
Het vliegtuig hervindt zijn zwevende leer,
En glijdt weer stil, in de ruimte zo loom.

Geef een reactie