Ik dacht, een leuke opdracht. Kies drie willekeurige woorden uit het woordenboek en probeer de woorden in een kort verhaaltje logisch met elkaar te verbinden. Wie doet er mee?
De willekeurig geprikte woorden uit het woordenboek:
Mooiprater
Laadpaal
Beerput
Mijn verhaaltje:
Gert stond in de vroege ochtendzon naast de laadpaal, in z’n voortuin. Zijn elektrische auto was opgeladen en hij stond op het punt de stekker er uit te trekken. Met een tevreden glimlach nam hij een slok van zijn koffie, genietend van de rust op dit vroege uur. Plotseling brak een ijselijke schreeuw de stilte. Gert schrok zich dood en draaide zich abrupt om. Aan de overkant van de straat stond Jan, wild gebarend naast zijn oude, verwaarloosde beerput. Er moest iets aan de hand zijn. Jan was nooit snel in paniek. Jan was wat je noemt een mooiprater, als de helft waar was van wij hij zei, geloofde je het ook. DIt leek echter serieus.
“Gert! Gelukkig, daar ben je!” zei Jan met trillende stem, toen Gert de de tuin in liep. “We hebben een groot probleem,” waarbij hij wees naar de beerput. Gert voelde een knoop in zijn maag terwijl hij de beerput naderde. Een misselijkmakende stank drong zijn neus binnen, en hij zag een dikke, zwarte vloeistof langzaam over de rand sijpelen. “Wat is hier gebeurd, Jan?” “De beerput is overstroomd. Ik heb geen idee hoe dat kan, maar de stank is ondraaglijk en het stroomt al de weg op! We moeten iets doen voordat het hele dorp hier last van krijgt,” zei Jan, terwijl hij zijn neus dichtkneep. Gert slikte, zijn blik gefocust op de dreigende massa die zich een weg baande naar de straat. “Oké, laten we snel aan de slag gaan,” zei hij, vastbesloten. Hij rolde zijn mouwen op, klaar om het vuile werk te doen.
Samen werkten ze koortsachtig, hun handen vuil en hun gezichten bezweet. Jan bleef praten, zijn verhalen en anekdotes een wanhopige poging om de dreigende catastrofe minder angstaanjagend te maken. Gert voelde de spanning stijgen terwijl ze vochten tegen de tijd en de stinkende massa.
Uren leken voorbij te kruipen terwijl ze doorwerkten, de zon klom hoger aan de hemel. Eindelijk, toen Gert de laatste klodder modder van zijn handen veegde, keek hij naar het resultaat van hun inspanningen. De beerput was veilig afgesloten, de dreiging bezworen. Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd en glimlachte naar Jan. “Dat is beter,” zei hij met een zucht van verlichting. Jan knikte, “Je bent een echte held, Gert,” deze keer zonder zijn gebruikelijke overdrijving. “Bedankt voor je hulp.” Gert glimlachte en gaf Jan een schouderklopje. “Geen probleem, Jan. Dat is wat buren doen.”
Met de lucht weer schoon en de dag nog jong, liep Gert terug naar zijn laadpaal, klaar voor wat de rest van de dag zou brengen. Terwijl hij met zijn auto wilde wegrijden, viel zijn oog op een donker spoor dat naar de schuur van Jan leidde.

Geef een reactie