Nadat ze het eiland weer hadden verlaten opende ze, nadat ze bij Elowen terug waren, voorzichtig het boek om de mystieke teksten te bestuderen. Elowen’s woorden echoden in hun gedachten: “Jullie hart en intuïtie zullen jullie gids zijn.” Sarah en Elias zaten aan de rand van het meer en bladerden door de vergulde pagina’s, waarbij de runen en spreuken hen in vertwijfeling brachten.
“Het lijkt alsof elke spreuk een onderdeel is van een groter geheel,” mompelde Elias. “Misschien is dit boek een soort kaart of leidraad?” Sarah knikte. “Laten we proberen de eerste spreuk te ontcijferen. Misschien onthult het iets wat we nodig hebben om de volgende stap te zetten.” Ze concentreerden zich op een pagina met een tekening van een majestueuze boom, omgeven door lichtgevende vlinders. Bovenaan stond een reeks runen, die ze herkende en vertaald konden worden als: “Bij de wortels van de Wijsheidsboom begint het pad naar de waarheid.”
“De Wijsheidsboom…” Elias keek op naar Elowen, die hen nauwlettend observeerde. “Elowen, weet jij waar we deze boom kunnen vinden?” Elowen fluisterde “De Wijsheidsboom groeit in het hart van het woud. Hij is oud en wijs, zijn wortels reiken diep in de aarde. Maar pas op, want hij is goed bewaakt door de geesten van het bos. Alleen zij die zuiver van hart zijn, kunnen zijn aanwezigheid benaderen zonder tegenstand.”
Sarah en Elias voelden zich opgewonden maar waren ook angstig. Ze wisten dat dit een cruciale stap was in hun zoektocht naar de tovenaar. Met vastberadenheid hun missie voortzettend, verzamelden ze hun uitrusting en bereidden zich voor op de tocht naar het hart centrum van het woud.
De reis was lang en moeizaam. De paden werden smaller en de bomen dichter, hun takken leken als armen die hen probeerden tegen te houden. De lucht werd vochtig, zwaarder en de geluiden van het bos leken zich te vervormen, alsof ze in een andere dimensie waren beland. De dagen vervlochten zich met de nachten en hun uithoudingsvermogen werd tot het uiterste getest.
Op een avond, toen ze besloten een kamp op te zetten, hoorde Sarah plotseling een fluistering in de wind. Het was een zacht, melodieus gezang dat haar aantrok. Ze volgde het geluid en ontdekte een kleine open plek, verlicht door het licht van duizenden vlinders die om een enorme boom heen dansten. De boom was majestueus, zijn stam was dik en zijn takken reikten hoog naar de hemel, zoals de tekening in het boek had laten zien.
“Elias, dit is het,” fluisterde ze. “De Wijsheidsboom.”
Ze naderden de Wijze Eik, want dat was het, voorzichtig, hun hart kloppend van spanning. Toen ze dichtbij genoeg waren, voelde Elias een warme gloed uitstralen van de wortels van de boom. Hij haalde het boek tevoorschijn en begon de runen hardop te lezen. Het was alsof de woorden een eigen leven leidden; de boom begon zachtjes te trillen en zijn bladeren ritselden in overeenstemming met de spreuk.
Een het binnenste van de boom klonk een zware stem, “Jullie hebben het pad van wijsheid gevonden. Wat zoeken jullie, reizigers?”
“Wij zoeken de tovenaar,” antwoordde Elias met een vastberaden stem. “We moeten hem vinden om het woud te bevrijden van zijn betovering.”
De boom leek te aarzelen, zijn bladeren ritselden. “De tovenaar is krachtig en zijn hart is vol duisternis. Alleen met het zuiverste van intenties kunnen jullie hem naderen. Ga naar het Midden van de Maanvallei, waar het licht en de schaduw elkaar ontmoeten. Daar zullen jullie hem vinden. Maar wees gewaarschuwd, jullie moed en vertrouwen zullen op de proef gesteld worden.”
Hierna werd het stil. Elias en Sarah wisten dat de volgende stap hen naar de Maanvallei zou leiden, maar waar konden zij deze vallei vinden?

Geef een reactie