Eerder dit jaar haalde een de zelfmoord van nog maar een jong meisje het nieuws. Weer zag een kind geen uitweg. Het pesten, het vernederen, het buitengesloten worden was haar te veel geworden. Een jaar daarvoor was In Frankrijk is ophef ontstaan over de zelfmoord van een 13-jarige jongen. Hij zou zichzelf van het leven hebben beroofd nadat hij was gepest op school. Vier kinderen van zijn school zijn aangehouden vanwege het treiteren. Zij kunnen tot tien jaar cel krijgen, als gevolg van een nieuwe wet. Een paar jaar daarvoor, in 2019, gebeurde in ons land een vrijwel identiek triest incident. De school was verrast en stelde een intern onderzoek in. De minister had ook, plots, het onderwerp ‘scherp’ op het netvlies. De minister vergat wellicht dat er al jaren geleden aandacht was gevraagd voor het onderwerp. Ook media had weer een onderwerp en besteed meer dan gebruikelijk aandacht aan het onderwerp en van enige terughoudendheid ten aanzien van de manier waarop een kind een oplossing heeft gevonden voor haar ondraaglijk leiden is in het geheel geen sprake. De ene deskundige na de ander duikelt over elkaar en heeft de oplossing voor het probleem in handen. Plots wees de minister op het belang van het Pestprotocol. Ik verbaasde mij daar niet over. Ook in mijn boekje over pesten in de sport, benoem ik het Pestprotocol.
Vanuit het onderwijs werd hier, soms ook terecht, vraagtekens bij gezet. Het Pestprotocol in namelijk ook maar een papiertje, het zijn afspraken over hoe de school op gaat treden op het moment dat er sprake is van pesten. Het Pestprotocol is geweldig, maar gaat voorbij aan de fasen die daar aan vooraf gaan. Kenmerkend voor pesten is nu net dat het niet erg makkelijk boven tafel komt. Soms zijn ook ouders volstrekt verrast. “Mijn kind is een vrolijk kind, een lachebek”
In mijn boek een verhaal over een telefoongesprek dat ik, als voorzitter van de technische commissie van een sportvereniging heb gevoerd. Ik was eerder die bewuste dag gebeld door een moeder van een jongentje uit een van onze teams. Ze belde mij niet om iets te vertellen over haar eigen zoon, maar zij had het vermoedde dat een jongentje uit het team van haar zoon gepest werd. Aangezien zij vrij concreet was, heb ik die avond de ouders van de bewuste jongen gebeld. Ik kreeg zijn vader aan de telefoon. Hij vertelde dat zijn zoontje het allemaal erg naar zijn zin had, altijd vroeg naar de trainingen ging en altijd laat thuis was. Ik heb hem vertelt wat ik gehoord had. Hij zou het hierover met zijn zoontje hebben. Een half uur later belde hij terug.
Iedereen in een klas, in een team waar gepest wordt heeft er baadt bij dat het niet aan het licht komt. De pester brengt het niet naar buiten. Pesten geeft macht en dat voelt goed. De meelopers brengen het niet naar buiten. Ook voor deze kinderen geldt dat pesten hen macht heeft. Daar komt bij dat zij soms ook gewoon bang zijn zelf slachtoffer te worden. Het slachtoffer brengt het niet naar buiten, bang als hij is dat hij nog harder gepakt zal gaan worden als hij het naar buiten brengt en men hem niet serieus neemt of het probleem niet adequaat genoeg opgelost wordt. Dan heb je in een pestgroep vaak ook een groep potentiële slachtoffers, die het niet aan de grote klok zullen gaan hangen, bang als ze zijn om ook gepakt te worden.
Pesten is van alle dag, het hoort erbij en als het daar over gaat wordt vaak de vergelijking met een met een apenkolonie getrokken. Ook apen plagen elkaar, het is een vorm van het verkennen van elkaars grenzen. Soms gaat het ook bij apen nog wel een graatje erger en ook bij apen kan je zeggen dat er soms sprake is van pesten. De vergelijking met de apenkolonie gaat nog wel een stapje verder. Alles gebeurd in relatie tot het Alfamannetje. Hij bepaald wat er kan en niet kan.
De klas, het sportteam, het is net een apenrots. Ook in de klas, in het sportteam, worden grenzen opgezocht, wordt gekeken wat men aan de ander heeft, wie men kan vertrouwen en wie niet. Net als bij op de Apenrots staat de leerkracht, de trainer, niet boven of naast de klas, niet boven zijn team maar maakt hij of zij onderdeel uit van zijn of haar klas, het team. Alles wat er op de rots, de klas, het team gebeurd, gebeurd in relatie tot zijn of haar gedrag. De manier waarop de leerkracht, de trainer zijn rol invult bepaald wat er in de klas, in het team gebeurd. Veel leerkrachten hebben gekozen voor het onderwijs omdat ze het leuk vinden om kennis over te dragen. Veel trainer geven trainen omdat ze iets hebben met de sport waarin zij actief in zijn. Ze hebben vaak weinig tot niets met het proces van de groep. Toch heeft hij een zeer belangrijke rol in de manier waarop de klas, het team, functioneert, heeft hij een duidelijke rol bij het begeleiden van de verschillende fasen die de klas, het team doormaakt.
Opvallend vond ik dat de pestpreventie aanpak zich veelal richt op symptomen. Kinderen moeten weerbaar gemaakt worden. Judoleraren, acteurs zijn in het gat gesprongen. Kinderen moeten anders worden dan dat ze zijn, want als ze anders zijn, zijn ze weerbaarder. Waarom zouden kinderen niet mogen zijn wie zij zijn?
Pestprotocollen richten zich op de fase dat iemand toch uit de school klapt. Pestprotocollen vragen ook een actieve houding van de school, het vraagt om het aanspreken van de pester(s), het vraagt om het aanspreken van ouders. Een pestprotocol voorziet ook veelal in een gedragscode, een gedragscode waarin afspraken gemaakt worden die veelal zo’n open deur zijn dat iedereen er op voorhand mee eens is. Ook op scholen die werken met een Pestprotocol, werken met een gedragscode komt pesten voor. Bij pesten is er namelijk sprake van een glijdende schaal. Wanneer is iets plagen? Wanneer wordt plagen pesten? Wat is grensoverschrijdend en wat hoort er gewoon bij. “Voor je het weet ga je te ver”.
Net als op de apenrots hoort het plagen, het verkennen van de grenzen bij de ander, tot het normale gedrag. Of plagen ook pesten wordt, of het groepsproces ook uit de bocht vliegt zijn wij zelf bij. De leerkrachten, de trainers, weten soms niet dat het groepsproces uit de bocht gevlogen is. Dat is op zicht niet vreemd. Zij zijn echter wel de gene aan het stuur, zij hebben een rol in het op de weg houden van de groep. Wij zouden met z’n allen wat meer naar onze eigen rol moeten kijken, kennis moeten hebben van de fasen die een groep doorloopt.

Geef een reactie