Nu bijna vijf jaar geleden, op de vooravond van de coronacrisis, werkte ik in Den Haag. Ik reisde elke dag vanuit mijn woonplaats in het oosten van het land naar Den Haag. Mijn wekker ging dagelijks om half vijf en dan nam ik de eerste trein. Ik was dan vrijwel altijd tegen tien uur ’s avonds weer thuis en ging direct naar bed, wetende dat de wekker de volgende ochtend weer vroeg zou gaan. Ik zat in mijn tweede jaarcontract en had tijdens een functioneringsgesprek te horen gekregen dat men mij een contract voor onbepaalde tijd wilde aanbieden. Alleen het contract moest nog getekend worden.
Nog diezelfde week werd ik, na een bloedonderzoek, plotseling opgenomen in het ziekenhuis. Ik had diabetes. Inmiddels was de coronacrisis in volle hevigheid losgebarsten, waardoor ik niet lang in het ziekenhuis heb gelegen. Na een paar dagen mocht ik al naar huis en het overleg met de arts verliep daarna telefonisch. Mijn werkgever vond de hele situatie plotseling erg spannend en waar ik dacht een vast contract voor onbepaalde tijd te krijgen, draaide ze alles terug. Een mondelinge toezegging bleek ineens niet veel meer waard. Juridisch klopte dit niet en strijdbaar maakte ik bezwaar, nam contact op met de vakbond, maar hoe meer ik mij druk maakte, hoe slechter het ging met mijn gezondheid. De bloedsuikerwaarden die ik net onder controle leek te krijgen, vlogen weer uit de bocht. Ik moest het loslaten en op het moment dat ik dat deed, ging het beter met mijn gezondheid.
Het was de vakbondsconsulent die de juiste vraag stelde: “Wil je wel werken bij een organisatie die zo met haar mensen omgaat?” Plotseling werd alles helder. Ik heb mijn contract nog uitgediend, maar ben nooit meer op het werk geweest. De combinatie van mijn leeftijd, de coronacrisis en de diabetes was voor de bedrijfsarts genoeg om te adviseren om thuis te blijven. Ik ben dan ook ziek uit dienst gegaan.
Doordat ik plotseling veel thuis was, deed ik het huishouden, kookte het eten en liep met de hond. Vanaf dat moment ontstond er een soort regelmaat. Sindsdien eten wij grotendeels koolhydraatarm. Ik begon weer te bewegen, veel te fietsen en lekker te wandelen. Het ging in een rap tempo beter met mijn gezondheid. Ik viel kilo’s af en had mijn bloedsuiker snel en structureel op orde. Na een jaar mocht ik stoppen met de medicijnen, maar had ik nog wel de halfjaarlijkse controle bij de huisarts. Inmiddels is die controle teruggebracht naar een jaarlijkse afspraak.
Waar ik het gevoel had alles te verliezen, heeft deze hele periode mij enorm veel opgeleverd. Ik ging nadenken over wat ik nu werkelijk belangrijk vond. Stond werk altijd op de eerste plaats, of was mijn gezondheid en mijn gezin belangrijker? Dat was eigenlijk de cruciale vraag. Ik kwam tot de conclusie dat werk weliswaar strikt noodzakelijk was, maar geen doel op zich. Ik vond het belangrijk dat werk leuk was, wat voor mij meer te maken had met de mensen om mij heen en de sfeer binnen het team dan met de inhoud van het werk. Verder kwam ik tot de conclusie dat mijn gezin op de eerste plaats stond en dat, als mijn gezin, mijn kinderen en eventuele kleinkinderen zo belangrijk zijn, ik zuinig moest zijn op mijn gezondheid. Het heeft mij enorm geholpen.
Leren loslaten, weten wat belangrijk is en je alleen druk maken om wat je zelf kunt veranderen.

Laat een reactie achter bij belgischebroedersinchristusReactie annuleren