Langs de lijn

De afgelopen dagen haalde de KNVB meerdere keren het landelijke journaal. De agressie op het veld, het geweld langs de lijn, was toegenomen. Meer gele en rode kaarten, meer gestaakte wedstrijden. Het is een onderwerp dat me raakt. Ik ben ruim een decennium actief geweest binnen het voetbal, als elftalleider, als voorzitter van de commissie voetbal, en als jeugdvoorzitter. Oorspronkelijk wilde ik als Hoger Veiligheidskundige ook afstuderen op het onderwerp agressie op en langs het voetbalveld. De KNVB werkte echter niet echt mee. Ze hadden hun eigen mensen die onderzoek deden. Een suggestie dat scheidsrechters misschien soms onderdeel zijn van het probleem, leverde mij een gesprek op met de voorzitter van de scheidsrechterscommissie in de regio. Agressie op en langs de lijn was volgens hen een maatschappelijk probleem, geen specifiek probleem binnen het voetbal. Het was een kwestie van een algemeen gebrek aan respect voor autoriteit, niet alleen in het voetbal, maar in de hele samenleving.

Ik had hier wat moeite mee. Ten eerste zie je dit soort ongewenst gedrag niet vaak bij andere sporten. Ik hoor zelden van een atletiekvereniging of volleybalclub die het nieuws haalt vanwege uit de hand gelopen wedstrijden. Het probleem doorvertalen naar andere sporten ging er bij mij dan ook niet in. Ook het argument dat het een gebrek aan respect voor de scheidsrechter zou zijn, vond ik vergezocht. Sterker nog, ik denk dat het eenzijdig benoemen van een gebrek aan respect voor de scheidsrechter als oorzaak van het probleem misschien juist deel van het probleem is. Ik ben jarenlang werkzaam geweest in de geestelijke gezondheidszorg en geloof me, het gedrag van mij of mijn collega’s leidde niet zelden tot het ontstaan van agressie. Als ik dag in dag uit beweer dat ik wel weet wat goed voor de ander is, dat ik de waarheid in pacht heb, roept dat agressie op. De ander voelt zich niet gehoord, niet begrepen, en als ik dat maar lang genoeg volhoud, krijg ik vroeg of laat klappen. Timothy Leary zei het al: elke actie roept een reactie op, en zo ontstaan gedragspatronen. Incidenten ontstaan in interactie; het gedrag van de scheidsrechter kan je dus niet geheel buitensluiten. Een scheidsrechter die de wedstrijd niet aanvoelt, kan zomaar het lont in het kruitvat zijn.

Daarnaast is er nog iets anders dat voetbal onderscheidt van andere sporten, namelijk het beroepsperspectief. Een talentvol voetballertje kan zomaar door een grote club opgemerkt worden en van zijn hobby zijn werk maken. Dat is ook aantrekkelijk voor ouders, want een voetballer verdient, of beter gezegd, krijgt een meer dan modaal salaris. De focus op winnen is daar onlosmakelijk mee verbonden. Elke poging van de bond om daar iets aan te doen, lijkt gedoemd te mislukken. Toen de oud-Ajax trainer Erik ten Hag enkele jaren geleden in een interview met Voetbal International aangaf dat het winnen en de mannelijkheid zelfs uit het voetbal gesloopt waren, deed dat me denken aan mastodonten die niet doorhebben dat ze dreigen uit te sterven. Dit soort mensen maakt verandering bijna onmogelijk.

Het beroepsperspectief leidt overigens nog tot een ander ongewenst neveneffect, namelijk het op zeer jonge leeftijd scouten van kinderen. Zes jaar geleden had het Jeugdjournaal een item over een jongen genaamd Storm, die sinds zijn zevende in de jeugdopleiding van Willem II zat. Hij had amper tijd om buiten te spelen. Dat deed me denken aan onze dochter, die op de middelbare school een zogenaamde LOOT-status had. Een LOOT-status is een soort uitzonderingspositie voor kinderen die op hoog niveau sporten. Onze dochter speelde volleybal, trainde zo’n 18 tot 20 uur per week, en had in de weekenden nog wedstrijden en toernooien. Uiteindelijk haalde ze niet de top. Achteraf gezien was het grootste gemis de tijd om gewoon met vriendinnen iets leuks te doen. De weg naar de top wordt steeds smaller, en de kans dat je die top bereikt is klein. Wat doen we kinderen aan, vroeg ik me weleens af.

Binnen het voetbal blijft dat beroepsperspectief overeind. Ouders denken vaak dat hun zoon de nieuwe Messi of Mbappé is, het supertalent waar de wereld op zit te wachten. Wedstrijden moeten gewonnen worden, want talenten winnen nu eenmaal wedstrijden. Die scheidsrechter staat dan soms flink in de weg, en dan vergeten we even de tegenstander en de toeschouwers langs de lijn.

Eerder schreef ik over de oneerlijke concurrentie en de bijna wetmatigheid waarbij kinderen die in het laatste kwartaal van het jaar geboren zijn, in het voetbal amper kans krijgen om door te breken. Op het laatste EK bleek dat slechts vier van de 30 spelers uit de voorselectie in het laatste kwartaal waren geboren. Geboren in, laten we zeggen, november? Pech. Er zijn al diverse oplossingen bedacht. In het volleybal heeft men een tijdlang met leeftijdsquota gewerkt en sloegroepen ingevoerd die op andere dagen voor een selectiedag kwamen. Uit elke halfjaar-groep zou hetzelfde aantal kinderen geselecteerd worden. Ik heb eens voorgesteld om de selecties niet te laten uitvoeren door de trainers die later met de geselecteerden zouden gaan werken. Maar uiteindelijk bleef alles bij het oude, en anno 2024 kampen we nog steeds met dezelfde problemen.

Het onderliggende probleem is onze niet te stuiten wens om op korte termijn te presteren. Wat we met een mooi woord ’talentontwikkeling’ noemen, is niets meer en niets minder dan korte termijn scoren. Dit alles, gekoppeld aan ons gebrek aan een glazen bol, leidt tot dit ongewenste gedrag. Australisch onderzoek onder medaillewinnaars tijdens de laatste Olympische Spelen liet zien dat er van die medaillewinnaars maar heel weinig al als talent bekend waren in hun jeugd. Als ze al als talent werden gezien, was dat soms niet eens in de sport waarin ze later zouden uitblinken.

Misschien moeten we de competitie en de wedstrijden wat minder belangrijk maken. Zou het helpen als winnen meer gaat over het overwinnen van jezelf, in plaats van winnen van de ander? Het klinkt misschien vreemd, maar wat als plezier de kern zou worden van de sport? Als we dit nu eens zouden realiseren, zou het langs de lijn weer gezellig worden, en zou de scheidsrechter weer de man zijn die het spel leidt, in plaats van frustreert.

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder