Ik ben niet iemand die zich snel ergens aan ergert. Storende zaken kan ik meestal snel loslaten. Maar als ik dan toch iets moet noemen, dan zijn het verkeershufters. Zij staan bij mij met stip op plek 1, 2 en 3.
Laten we beginnen met de bumperklevers: automobilisten die vlak achter je rijden op de snelweg omdat ze vinden dat je te langzaam gaat of omdat ze er niet gemakkelijk langs kunnen. Daarnaast erger ik mij aan mensen die op de snelweg strak op de linkerbaan blijven rijden en zo andere weggebruikers hinderen of zelfs van de weg drukken.
En dan, op nummer één, de bestuurders die in de bebouwde kom veel te hard rijden, simpelweg omdat het kan. Dat zijn de mensen die denken dat de verkeersregels niet voor hen gelden, of – en dat komt ook voor – die zichzelf onder alle omstandigheden overschatten. Ze geloven dat ze alles onder controle hebben, ongeacht de situatie. Een grenzeloze arrogantie of misschien wel een pure minachting voor andere weggebruikers.
Dit was al iets waar ik mij aan ergerde, maar het werd een onderwerp dat mij écht begon bezig te houden na een tragisch incident. Twee bewoners van de afdeling waar ik destijds werkte, werden doodgereden door iemand die binnen de bebouwde kom veel te hard reed. Deze persoon haalde ook nog een auto, die zich keurig aan de maximale snelheid hield, rechts in via een bustrook, waar de twee slachtoffers op dat moment liepen. Die nacht, ik had dienst, moest ik de familie informeren.

Laat een reactie achter bij MelodyKReactie annuleren