De Grauwe Stad

De stad lag we verlaten bij. Het was stil. Ruben voelde de ruwe hand van de man stevig om zijn bovenarm klemmen terwijl ze zich een weg baanden door de nauwe steegjes. De klinkers waren droog, Het enige geluid kwam van hun voetstappen en het verre, metalen gekraak van iets dat onzichtbaar in de wind bewoog.

“Waar zijn we?” Ruben’s stem klonk hees. Hij keek omhoog naar de grauwe, maanverlichte hemel. De sterren waren afwezig. De man, groot en zwijgzaam, draaide zich half naar Ruben om, zijn gezicht nauwelijks zichtbaar onder de schaduw van zijn kap.

“De vragen houden je niet in leven, jongen!” zeoi de man met dreigende stem, “Wees stil en loop door!”

Ruben slikte zijn frustratie in en concentreerde zich op de grond onder hem. Ze kwamen bij een gracht, waar het water stil leek te staan. De spiegeling van de maan was scherp, een koud oog dat hen vanuit de diepte leek te observeren. Een oude boot, laag en roestig, dobberde tegen de stenen muur. Ze liepen de trap af naar de boot.

“Instappen! De man gaf Ruben een duwtje in zijn rug.

Ruben aarzelde. Het water zag eruit alsof het hem zou opslokken, alsof het net zo diep was als de nacht.
” ……en wat als ik dat niet doe?” De man draaide zich naar hem om en keek hem indringend aan.
“Dan blijft er weinig van je over als zij ons inhalen. Geloof me, je wilt niet weten wat ze doen met mensen zoals jij.”

Mensen zoals ik? Ruben wist niet of hij het hardop had gezegd, maar de man antwoordde niet. Hij klom in de boot en gebaarde dat Ruben moest volgen. Met een zucht, half van overgave en half van wanhoop, stapte Ruben in. De boot schommelde licht, en de man duwde af met een lange, kromgetrokken stok. Het water klotste tegen de randen terwijl ze geruisloos de grachten opvoeren.

De stad leek aan hen voorbij te glijden als een droom; donkere gevels en verlaten straten reflecteerden in het water, alles even stil en onwerkelijk. Ruben probeerde zich vast te klampen aan zijn gedachten, maar de gebeurtenissen in de tank bleven hem achtervolgen. Het wezen, die gloed… En nu deze man.

“Waarom help je me?” vroeg hij uiteindelijk. De woorden klonken hol in de open lucht.

De man hield zijn ogen op het water gericht. “Omdat sommige dingen niet in verkeerde handen mogen vallen. Je bent belangrijker dan je denkt, Ruben.” Het was de eerste keer dat de man zijn naam uitsprak. Ruben voelde hoe zijn hart versnelde. “Wie bent u?” vroeg hij, deze keer met meer kracht in zijn stem.

De man keek op, zijn blik koud maar niet vijandig. “Iemand die te veel verloren heeft om nog weg te kijken.” Dat was het. Meer uitleg kreeg hij niet. De grachten werden breder en de stad slonk achter hen, slechts een schaduw in het maanlicht. Buiten de stad veranderde het landschap: open velden en donkere silhouetten van bomen langs de horizon. De wind rook naar aarde en hout.

Plots verscheen er een molen aan de waterkant. Het enorme rad was stil, de bladen donker tegen de hemel. De man stuurde de boot naar de oever en sprong eruit, zijn bewegingen soepel en doelgericht. “Hier zijn we veilig,” zei hij.

Ruben klom ook uit de boot, zijn benen nog steeds zwaar. De molen torende boven hen uit, oud maar robuust, alsof het de tand des tijds met brute kracht had doorstaan. Het leek onwaarschijnlijk dat hier iemand woonde, maar de man liep met een vanzelfsprekendheid naar de deur. Hij hief zijn hand en klopte driemaal, hard en ritmisch.

Ruben stond achter hem, de stilte weer drukkend. Hij wilde iets zeggen, vragen wat dit allemaal betekende, maar de deur opende met een piep, en een zacht licht stroomde naar buiten. Een vrouw, haar gezicht getekend door leeftijd en zorgen, keek hen aan.

“Je hebt hem gevonden,” zei ze, opgelucht. Ze keek Ruben onderzoekend aan. Ruben voelde een koude rilling. Een moment had het gevoel gehad dat alles goed zou komen, maar nu was hij daar niet meer zo zeker van. “Wat is dit, waar ben ik?” vroeg hij met een stem vol wanhoop, maar de vrouw negeerde hem en richtte haar aandacht op de man.
“Er is weinig tijd. Ze zijn dichterbij dan je denkt.”
De man knikte kort. “Ik weet het. Maar dit is onze enige kans.”

7 responses to “De Grauwe Stad”

  1. Je maakt het wel spannend. Ben benieuwd naar het vervolg🤔

  2. Waarom staat het eerste stuk tekst er twee keer?

    Weer een mooi spannend vervolg, even dacht ik dat Ruben zijn moeder zag, dat kan natuurlijk mijn wens zijn geweest. Ben benieuwd naar het vervolg.

    1. Oooh dat is stom. Ik had feedback gevraagd en die, zag ik, meegenomen. Nu staat de tekst goed.

  3. 👍😉

  4. Wauw…ik wil verder lezen 😉

    1. Volgende week een nieuw verhaal!

  5. Ik wacht op de volgende

Geef een reactie

Ontdek meer van "Het verhaal begint… durf jij verder te lezen?"

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder