Misschien herkennen jullie dit, misschien ook niet, die gesprekken met wild vreemde mensen in de trein of eigenlijk de totale afwezigheid daarvan.
Ik heb een aantal jaren in Den Haag gewerkt. Elke dag reisde ik met de trein vanuit het oosten van ons land naar het westen. Het hoofdkantoor van de zorginstelling lag net niet aan het strand. Dit betekende dat ik, als ik op Den Haag Centraal aankwam, nog een half uur met de tram moest. Het waren lange dagen. Ik kon gelukkig goed slapen in de trein. Als ik ’s ochtends vroeg, om kwart over vijf, de eerste trein had, zocht ik een rustige plek en dan kon het gebeuren dat ik pas wakker werd als de trein Den Haag Centraal binnenreed. Aan het eind van de lange werkdag was het altijd wat moeilijker om een rustige plek te vinden, omdat het simpelweg drukker was in de trein, maar meestal ging ook dat goed.
Mensen zoeken een plek en verdwijnen dan achter een denkbeeldige muur. De een met een boek, de ander met een koptelefoon of, zoals ik, je probeert wat te slapen. Je knoopt niet zo makkelijk een gesprek aan met een wildvreemde. Er zijn echter uitzonderingen. Zo ook die avond.
Het was druk op het station. Er was een probleem rondom station Gouda en daardoor hadden meerdere treinen vertraging. De treinen waren ook voller dan ze normaal al zijn. Ik had het geluk dat ik nog een vrije stoel vond. Na een lange, drukke dag wilde ik niets liever dan even tot rust komen. Ik keek ons zitje even rond; het meisje naast mij had een koptelefoon op, waar net iets te veel muziek uitkwam, maar het was wel erg goede muziek. De man schuin tegenover mij keek naar buiten. Tegenover mij zat een man van middelbare leeftijd die een boek tevoorschijn had gehaald. Nadat de trein in beweging kwam, sloot ik mijn ogen en probeerde wat te slapen. Station Voorburg heb ik al niet meer gezien. Eigenlijk was dit een vast patroon, maar niet vandaag. Ik was in diepe slaap toen de trein plotseling vol in de remmen ging. Ik schrok wakker en keek om mij heen. Ik keek naar buiten, maar zag niets bijzonders. Weilanden, zover je kijken kon. “Ik denk een rood sein,” zei de man schuin tegenover mij. “Zou kunnen,” reageerde ik vrij automatisch. “Komt vast goed!” mengde het meisje naast mij zich in het gesprek. Plots ontstond er iets van een gesprek. De man tegenover mij keek even verstoord over de rand van zijn boek. “Romeinse badhuizen in de Lage Landen,” las ik hardop. “Ja, een erg interessant boek!” reageerde de man enthousiast, “Heeft u wel eens een oud badhuis bezocht?” “Nee, ik ben niet echt van de badhuizen, al heb ik wel een keer een wellnesscentrum bezocht, maar dat was niet bepaald oud.” “Het lijkt wel op elkaar,” ging de man verder, “Heeft u toen een badkledingdag bezocht of gaat u graag naakt naar de sauna?” wilde de man weten. Ook de beide anderen in ons zitje keken mij nu plotseling aan. Ik wist even niet hoe ik hierop moest reageren. Wat gaat dat anderen aan, zeker niet in een overvolle trein. Hierna ontstond een uitermate vreemd gesprek, waarbij de man van het boek eigenlijk een soort monoloog hield over het belang van Romeinse badhuizen en het naakt recreëren in het bijzonder. De man ging zelfs zo ver in zijn betoog dat iemand in het gangpad vroeg of die vreemde gast niet zijn mond kon houden. Ik was dan ook blij dat de trein plotseling weer in beweging kwam.
De man tegenover mij, keek even naar buiten, deed zijn boek in zijn tas, stond op en deed zijn jas aan. Aangezien het erg druk was in het gangpad bleef hij staan. De trein reed langzaam de brug over de Gouwe over. De man probeerde bij de schuifdeur te komen, maar plotseling ging de trein weer sneller rijden en reed het station van Gouda voorbij. De man wees naar het raam en riep verschrikt en zo luid dat iedereen het kon horen: “Daar staat mijn auto!!” “Ja, die hadden de oude Romeinen nog niet!” zei een man achter hem lachend. Ik heb zelden iemand zo beteuterd zien kijken.

Laat een reactie achter bij CoachBert62Reactie annuleren